Aanmeren of afmeren?


Kun je zeggen dat een schip is aangemeerd, of is het afgemeerd?


Aanmeren en afmeren kunnen hier allebei; ze betekenen ongeveer hetzelfde. Alleen is voor veel 'leken' op vaargebied het perspectief iets anders: bij afmeren denk je vooral aan het schip dat de reis onderbreekt en aan de kant wordt vastgemaakt, bij aanmeren aan wat er vervolgens op de kade gebeurt, aan de passagiers die aan land gaan.

De grote Van Dale (2005) vermeldt bij aanmeren de betekenissen 'afmeren' en 'meren'. Koenen (2006) geeft bij aanmeren: 'een schip voor en achter vastleggen', en bij afmeren: 'met trossen vastleggen' – ook Koenen ziet deze werkwoorden dus als synoniemen. De omschrijvingen in de Prisma-woordenboeken zijn vergelijkbaar.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij aanmeren: "Uit meren (maren), scheepsterm, en het bijw. aan in den zin van aanhechting (...). Een schip in de haven vóór en achter vastleggen, hetzij aan palen of aan uitgebrachte ankers. Thans gewoonlijk alleen meren: zie aldaar." Bij afmeren staat: "Af in de betekenis 30, l [= 'ten einde toe', zoals in afwerken], gebezigd als versterking van meren." Bij meren staat onder meer: "Een schip in eene haven voor en achter vastleggen aan palen of dukdalven (ook wel aan ringen of aan uitgebrachte ankers); ook wel onz. [= onovergankelijk]: aanleggen." Tegenwoordig is aanmeren juist gebruikelijker dan meren; misschien is dat onder invloed van aanleggen gebeurd, maar een contaminatie (verhaspeling) zouden we het niet noemen.

Aanmeren legde dus oorspronkelijk de nadruk op het 'vastmaken van het schip'. Afmeren wordt in Twijfelgevallen Nederlands (Prisma, 1983) als volgt verklaard: een groot schip wordt eerst provisorisch 'gemeerd' tot het op de juiste plaats ligt, waarna het definitief wordt gemeerd, oftewel 'afgemeerd'. In het boekje Watertaal (2002) staat bij afmeren: "na aanleggen boot vastmaken met touwen".

In het Lexicon van de watersport, visserij, koopvaardij, marine en bruine vloot (1996) wordt alleen afmeren vermeld: "Het degelijk bevestigen van een boot aan een kade, steiger of meerboei. Meren is niet juist." Kennelijk wordt het oude meren inmiddels als 'fout' beschouwd, al komt het natuurlijk nog wel voor in meerboei, meerpaal en meermast. Aanmeren komt in dit lexicon niet voor.


Word lid van Onze Taal! Tien prachtige taaltijdschriften per jaar, gratis antwoord op uw taalvragen en vele euro's korting op taalboeken.