Zich ervanaf maken of zich ervan afmaken?


[?] Wat is juist: 'Hij heeft zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt' of 'Hij heeft zich er met een jantje-van-leiden vanaf gemaakt'?


[!] 'Hij heeft zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt' is juist.

In zich ergens met een jantje-van-leiden van afmaken' wordt het werkwoord afmaken aaneengeschreven. En als het hele werkwoord aaneengeschreven wordt, betekent dat altijd dat ook het voltooid deelwoord (in dit geval afgemaakt) als één woord geschreven wordt. Omdat af bij het werkwoord hoort, wordt het niet aan ervan vast geschreven. In bijvoorbeeld 'Hij maakt zich er met een jantje-van-leiden van af' blijft af ook los staan van van. Nog een paar voorbeelden:

Verwante kwesties:

  • eruitzien
  • ervan uitgaan
  • erop afkomen
  • eropuit gaan


    Word nu lid van Onze Taal! Tien prachtige taaltijdschriften per jaar, gratis antwoord op uw taalvragen en vele euro's korting op taalboeken en -cursussen.