Aanhalingstekens en leestekens
Hoe zit het met het gebruik van hoofdletters en leestekens in citaten?
Er zijn geen vaststaande regels voor het weergeven van citaten; wel zijn er conventies die door de meeste adviesboeken gehanteerd worden. Ook wij houden deze vuistregels aan:
- Als er een hele zin geciteerd wordt, begint het citaat met een hoofdletter, en valt de punt binnen de aanhalingstekens:
- Ik zei: "Ik hou niet van appeltaart."
- De kassière vroeg: "Hebt u een klantenkaart?"
- Als de zin begint met het citaat, vervalt de punt (het vraagteken blijft staan), en wordt het citaat gevolgd door een komma:
- "Ik hou niet van appeltaart", zei ik.
- "Hebt u een klantenkaart?", vroeg de kassière.
- Als een deel van een zin geciteerd wordt, begint het citaat met een kleine letter, en valt de punt buiten de aanhalingstekens:
- De directeur vond de ophef "nogal overdreven".
- Gedachten worden zonder aanhalingstekens weergegeven, en na de dubbele punt volgt een kleine letter:
- Ik dacht: morgen ga ik naar de film.
- Morgen ga ik naar de film, dacht ik.
- "Kortom," besloot hij zijn verhaal, "we hadden een heerlijke vakantie." (De hele geciteerde zin is: 'Kortom, we hadden een heerlijke vakantie.')
- "Waarom", wilde mijn broertje weten, "zijn bananen krom?" (De hele geciteerde zin is: 'Waarom zijn bananen krom?')
Overigens houden uitgevers van romans en andere fictieboeken vaak net iets andere regels aan. Ze hanteren de ELDA-regel: 'eerst leesteken, dan aanhalingsteken'. Dat wil zeggen dat de komma in de volgende zinnen in veel boeken binnen de aanhalingstekens wordt geplaatst, hoewel die eigenlijk niet bij het citaat hoort:
- "Ik hou niet van appeltaart," zei ik.
- "Waarom," wilde mijn broertje weten, "zijn bananen krom?"
Verwante kwesties:










