De of het?


Hoe weet je of een woord een de-woord of een het-woord is?


Het Nederlands heeft twee lidwoorden: het voor onzijdige woorden en de voor mannelijke en vrouwelijke woorden. Wie het Nederlands als moedertaal heeft, weet meestal vanzelf of een woord de of het krijgt. Maar voor buitenlanders die het Nederlands leren, is het voor het grootste deel een kwestie van uit het hoofd leren. Er zijn namelijk geen regels voor. Gelukkig is er wel enig houvast.

De volgende categorieën woorden zijn het-woorden:

De volgende woorden zijn de-woorden:

Verder zijn woorden met de volgende uitgangen meestal de-woorden:

Tot slot zijn er veel woorden die zowel de als het kunnen krijgen – soms met en soms zonder betekenisverschil; een aantal hiervan worden op onze website besproken: aas, cluster, deksel, doolhof, eigendom, fret, idee, intermediair, lpg, medicijn, pond, risico, rubber, scala, woorden op -schap, soort, spits en weblog.

Zie ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst over het-woorden, de-woorden en woorden die zowel de als het kunnen krijgen.

Verwante kwesties:

  • woordgeslacht ('m/v') in naslagwerken
  • het ontstaan van woordgeslachten
  • verwijzen naar vrouwelijke, mannelijke en onzijdige woorden
  • het lidwoord bij Engelse woorden

  • Word nu lid van Onze Taal! Tien prachtige taaltijdschriften per jaar, gratis antwoord op uw taalvragen en vele euro's korting op taalboeken en -cursussen.