Dronke(n)man?


[?] Wat is juist: dronkeman of dronkenman?


[!] Volgens het Groene Boekje (2005) is alleen dronkenman juist, met tussen-n. Volgens het Witte Boekje (2006) is het allebei mogelijk.

Het Groene Boekje hanteert de regel: als het linkerdeel van de samenstelling altijd met -en geschreven wordt als het los voorkomt, wordt de n niet weggehaald als dit deel met een ander woord een samenstelling vormt. Dus: het is altijd dronken (met -en); in de samenstellingen dronkenman, dronkenlap en dronkenmansgebedje moet dronken in z'n geheel terugkomen. Vergelijk goudenregen (een bepaalde sierboom of -heester) en houtenjassenpark (een schertsende benaming voor een kerkhof).

Dronkelap en dronkeman waren tot 2005 officieel juist zónder tussen-n. Misschien was de n van dronken ooit weggevallen in deze woorden of was het eerste deel oorspronkelijk dronke (een verbogen vorm van dronk).

Dronkeman en dronkelap zijn voor veel mensen vaste aanduidingen voor dronkaards, waarbij de betekenis van de afzonderlijke delen op de achtergrond is geraakt. Daarom schrijven zij het liefst geen tussen-n. Anderen zien er duidelijk het bijvoeglijk naamwoord dronken in. De woorden kwamen en komen dan ook met én zonder tussen-n voor. In de woordenlijst van het Witte Boekje (waarin het wel of niet schrijven van een tussen-n een vrije kwestie is) staat zowel dronkeman als dronkenman, net als dronkelap en dronkenlap.

Drinkebroer komt in het Witte Boekje alleen zonder tussen-n voor, omdat dit verreweg de gebruikelijkste vorm is: na een werkwoordsstam zijn de meeste taalgebruikers geneigd geen tussen-n te plaatsen. Ook in het Groene Boekje krijgt drinkebroer geen tussen-n; daarin mág na een werkwoordstam geen tussen-n geplaatst worden. Een vergelijkbaar woord is wiegelied; ook hierin wordt het eerste deel opgevat als werkwoordsvorm.