Een op de drie jongeren drinkt/drinken?
Wat is juist: 'Een op de drie jongeren drinkt weleens te veel alcohol' of 'Een op de drie jongeren drinken weleens te veel alcohol?'
Juist is 'Een op de drie jongeren drinkt weleens te veel alcohol.'
Na de constructie een op de x volgt een enkelvoudige persoonsvorm. Andere voorbeelden:
- Van de ondervraagden was een op de vijf zeer tevreden.
- Een op de drie Nederlanders noemt zichzelf ongelukkig.
Als er niet een staat, maar een ander getal, is het meervoud juist:
- Vier op de tien jongeren bewegen te weinig.
- Twee op de tien bedrijven die vorig jaar opgericht zijn, zijn alweer failliet.







