Dat heb ik hun of hen horen zeggen?
Wat is juist: 'Dat heb ik hen horen zeggen' of 'Dat heb ik hun horen zeggen'?
Hen is hier juist. In 'Ik heb het hen horen zeggen' is hen een lijdend voorwerp. Deze zin bestaat eigenlijk uit twee zinnen: 'Ik heb hen gehoord' en 'Zij hebben het gezegd'; dat maakt het een lastig geval. Bijzonder in deze zin is ook dat er wel ik heb staat, maar dat er verderop in de zin geen voltooide tijd gehoord voorkomt. In plaats daarvan wordt het hele werkwoord (ook wel 'de infinitief') horen gebruikt. Horen wordt in de grammatica in dit soort zinnen 'vervangende infinitief' genoemd. In bijvoorbeeld 'Ik heb hen zien optreden' en 'Ik heb hen bij de bushalte laten afzetten' zijn zien en laten vervangende infinitieven.
Hun is wél correct in 'Ik heb hun [= aan hen] een nieuw melodietje leren spelen' en in 'Ik heb het hun [= aan hen] uitgelegd horen worden.'
Verwante kwesties:










