Herstructureerd?


[?] Hoe vorm je het voltooid deelwoord van werkwoorden met her-? Wat is bijvoorbeeld het voltooid deelwoord van herroepen, heropleven en herstructureren?


[!] De juiste vormen zijn: herroepen, heropgeleefd en geherstructureerd.

De meeste mensen zullen her-werkwoorden automatisch goed vervoegen. Toch zijn er heel wat twijfelgevallen. Hieronder volgt een (enigszins technisch) advies voor wie precies wil weten hoe het werkt; u kunt ook meteen naar de lijst met veelvoorkomende gevallen gaan.

Bij de vorming van het voltooid deelwoord moet allereerst gekeken worden of her- al dan niet beklemtoond is.

Een probleemgeval bij de laatste categorie is herwaarderen: volgens het Groene Boekje (2005) is namelijk zowel geherwaardeerd als herwaardeerd mogelijk. Wij hebben een voorkeur voor de vorm met ge-, omdat die aansluit bij de andere werkwoorden van het type her- + -eren in het Groene Boekje (herexamineren – geherexamineerd, herformuleren – geherformuleerd, enz.). De vorm zonder ge- wordt ook niet in Van Dale (2005) genoemd, en komt volgens ons in de praktijk niet of nauwelijks voor. Waarom deze in het Groene Boekje staat, is ons dan ook niet duidelijk. In het vorige Groene Boekje (1995) stond ook herkapitaliseren – geherkapitaliseerd/herkapitaliseerd. In de editie van 2005 komt dit woord niet meer voor.

De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) zegt over dit soort werkwoorden: "In de praktijk van het taalgebruik bestaat overigens nogal wat onzekerheid over de beklemtoning van de her-werkwoorden, en mede daardoor over de vorming van het voltooid deelwoord. Zo vinden we naast hertróúwen ook hértrouwen, maar als voltooid deelwoord wordt wel alleen hertróúwd gebruikt. (...) De bestaande onzekerheid heeft tot gevolg dat voltooide deelwoorden van her-werkwoorden wel vermeden worden."

Een laatste uitzondering is het werkwoord herbergen – geherbergd: dit is geen combinatie van het voorvoegsel her- en het werkwoord bergen, maar een afleiding van het zelfstandig naamwoord herberg, waarin her weer een afleiding is van heer in de betekenis 'leger'. Herbergen wordt als 'gewoon' werkwoord vervoegd; vandaar geherbergd.

Hieronder een lijst met her-werkwoorden en hun voltooid deelwoord:

  • herademen – herademd
  • herbebossen – herbebost
  • herbeginnen – herbegonnen
  • herbeleggen – herbelegd
  • herbeleven – herbeleefd
  • herbenoemen – herbenoemd
  • herbevestigen – herbevestigd
  • herbewapenen – herbewapend
  • herbouwen – herbouwd
  • herdefiniëren – geherdefinieerd
  • herdenken – herdacht
  • herdoen – herdaan
  • herdopen – herdoopt
  • herdrukken – herdrukt
  • herenigen – herenigd
  • herexamineren – geherexamineerd
  • herfinancieren – geherfinancierd
  • herformuleren – geherformuleerd
  • hergebruiken – hergebruikt
  • hergeven – hergeven
  • hergroeperen – gehergroepeerd
  • herhalen – herhaald
  • herijken – herijkt
  • herindelen – heringedeeld
  • herinneren – herinnerd
  • herinrichten – heringericht
  • herintreden – heringetreden
  • herinterpreteren – geherinterpreteerd
  • herintroduceren – geherintroduceerd
  • herinvesteren – geherinvesteerd
  • herkansen – herkanst
  • herkauwen – herkauwd
  • herkennen – herkend
  • herkeuren – herkeurd
  • herkiezen – herkozen
  • herkrijgen – herkregen
  • herladen – herladen
  • herleiden – herleid
  • herleven – herleefd
  • herlezen – herlezen
  • hernemen – hernomen
  • hernieuwen – hernieuwd
  • heronderhandelen – heronderhandeld
  • herontdekken – herontdekt
  • heropbouwen – heropgebouwd
  • heropenen – heropend
  • heroprichten – heropgericht
  • heropvoeden – heropgevoed
  • herordenen – herordend
  • heroriënteren – geheroriënteerd
  • heroveren – heroverd
  • heroverwegen – heroverwogen
  • herpakken – herpakt
  • herplaatsen – herplaatst
  • herrekenen – herrekend
  • herrijzen – herrezen
  • herroepen – herroepen
  • herschatten – herschat
  • herscheppen – herschapen
  • herschikken – herschikt
  • herscholen – herschoold
  • herschrijven – herschreven
  • hersmeden – hersmeed
  • herstellen – hersteld
  • herstemmen – herstemd
  • herstructureren – geherstructureerd
  • hertellen – herteld
  • hertrouwen – hertrouwd
  • heruitbrengen – heruitgebracht
  • heruitgeven – heruitgegeven
  • heruitzenden – heruitgezonden
  • hervallen – hervallen
  • hervatten – hervat
  • herverdelen – herverdeeld
  • herverkavelen – herverkaveld
  • herverzekeren – herverzekerd
  • hervinden – hervonden
  • hervormen – hervormd
  • herwaarderen – geherwaardeerd (in het Groene Boekje ook herwaardeerd; zie boven voor toelichting)
  • herwerken – herwerkt
  • herwinnen – herwonnen
  • herzien – herzien