Ik ben het die dit onzin vind?


[?] Is het vind of vindt in: 'Ik ben het die dit onzin vind/vindt'?


[!] Juist is vindt, met -dt. Het onderwerp bij vindt is het betrekkelijk voornaamwoord die, en die verwijst naar het, een derde persoon. Vind(t) moet dus in de derde persoon staan en krijgt daarom een t achter de stam (vindt).

We kunnen — om de zin wat inzichtelijker te maken — het woordje het vervangen door degene. In 'Ik ben degene die dit onzin vindt' hoort de persoonsvorm ben bij het onderwerp ik; vindt hoort bij die, en die verwijst naar degene. Het wordt allemaal nog duidelijker als we de volgorde van deze zin veranderen: 'Degene die dit onzin vindt, ben ik.' Je kunt ook horen dat er een t achter vindt moet als je een ander werkwoord neemt: 'Ik ben het die dit onzin noemt': het is niet noem maar noemt, en daarom ook vindt met een t.

In de volgende zin is vind wel de juiste vorm: 'Ik, die dit onzin vind, ga niet mee.' Hierin verwijst het betrekkelijk voornaamwoord die namelijk naar ik, en dat is een eerste persoon enkelvoud.