Taaladviesdienst
Alfabetisch overzicht van alle adviezen
(laatst bijgewerkt: 31 december 2009)[A] [B] [C] [D] [E] [F] [G] [H] [I] [J] [K] [L] [M] [N] [O] [P] [R] [S] [T] [U] [V] [W] [Y] [Z]
- @ (apenstaartje)
- &-teken (ampersand)
- 0 boek/0 boeken
- 1 aprilgrap/1-aprilgrap
- 1e/1ste
- 12 tot 16-jarigen/12- tot 16-jarigen
- 20e eeuws/20e-eeuws
- 230 V-aansluiting/230V-aansluiting
- 25 populairste adviezen
- 75e/75ste/75'ste
A
- A4'tje
- Aagje/aagje, een nieuwsgierig -
- aambeeld/aanbeeld
- aanbeland/aangeland (in Amsterdam -)
- aanbevelenswaardig/aanbevelingswaardig
- aaneenschrijven zelfstandig naamwoord + tegenwoordig deelwoord (adem( )benemend)
- aangevangen hebben of zijn
- aanhalingstekens, dubbele -
- aanhalingstekens, enkele -
- aanhalingstekens en leestekens
- aanhalingstekens: vorm (hoog/laag, recht/gekruld)
- aan hebben/aanhebben
- aanhef brief aan meer mensen
- aanhef getrouwde vrouw
- aanhef brief: hoofdlettergebruik
- aanhef en adresseren brief aan gezin of stel
- aanhef 'mijne heren'
- aanleiding, na/naar - van
- aanmeren/afmeren
- aanrechten/aanrichten
- aansluitend aan/bij/op
- aansluitingspunt/aansluitpunt
- aansprakelijkstelling/aansprakelijkheidsstelling
- aanstalte(n) maken
- een aantal ontwikkelingen heeft/hebben
- aantonende wijs
- aanvoegende wijs
- aanwijzend voornaamwoord
- aap, in de - gelogeerd
- aap, nu komt de - uit de mouw
- aarde/Aarde
- aas, de/het
- Abraham zien, Abraham gezien hebben
- academische titulatuur
- accent circonflexe
- accenten op hoofdletters
- accessoires
- accoord/akkoord, accorderen/akkorderen
- achterin/achter in de winkel
- achterzetsels: bestaan die ook?
- acquisitie wordt niet op prijs gesteld (betekenis)
- adder, een - aan zijn borst koesteren
- adelijk/adellijk
- adem benemend/adembenemend
- ad hoc + oplossing
- administratie, bij/op de -
- adviesboeken over taal en stijl
- afbreken bij x en y
- afdoend(e) antwoord
- afgelasten: (ge)last(t)e af
- af( )gemaakt, zich er met een jantje-van-leiden van
- afgewisseld (van koeien)
- af hebben/afhebben
- afkorting: hoofdletters of kleine letters
- afleiding, wat is een -
- afmeren/aanmeren
- afsluiten brief
- afsluiten overlijdensbericht
- afwezigheid/ontbreken/ontstentenis
- Ajacied/Ajaxied
- akkertje, op z'n dooie -
- akkoord/accoord, akkorderen/accorderen
- al met al/al bij al
- alcoholisch/alcoholistisch
- algemeen: in/over het -
- alle/allen
- alledrie/alle drie
- alle/al het geld
- alles kits
- allesbehalve/alles behalve
- allochtonen (en alternatieven)
- allochtoon(s)
- alloniem
- allooi
- almaar/alsmaar
- als ... zijnde
- als wel/dan wel
- als/dan: groter -
- als/dan: tien keer zo veel -
- als/wanneer/indien
- alweer, - de tiende keer
- alzheimer/Alzheimer, ziekte van -
- amazone
- ambtelijke titulatuur
- ammehoela
- ampel/amper
- ampersand (&-teken)
- analytisch(-) en creatief denkvermogen
- ander(s)soortig
- andere(n)
- ankeiler
- antedateren/antidateren
- anthrax/antrax
- anti(-)
- antwoord op ontkennende vraag
- apekool/apenkool
- apenstaartje (@)
- apfelstrudel/Apfelstrudel
- apocrieve/apocriefe
- appel/appèl
- appeltje-eitje
- een appeltje met iemand te schillen hebben
- Arbo(-)dienst/Arbodienst en arbo/Arbo
- argusogen, iets met - bekijken
- arre(n)moede (in -)
- asjeweine/kassiewijne
- assessment center
- attend/attent
- au of ou
- auto
- autoped
- aviodome, de/het
B
- baadt/baat het niet, dan schaadt het niet/het schaadt ook niet
- baard, om des keizers -
- baby's/babies
- bajessen/bajesen
- bak, aan de -
- bakker, komt voor de -
- bal/bol
- balen als een stekker
- balk, geld over de - smijten
- ba-lo-rig/bal-o-rig
- balorig (herkomst)
- bandeloos/bandloos
- bang van/voor onweer
- bankkaart/bankpas
- barbecue/barbeque
- barbecuen (vervoeging)
- Barbertje moet hangen
- baseballen: basebal(l)t
- basketballen: basketbal(l)t
- bassintje/bassinnetje
- bedacht/verdacht op iets
- bedoeld/bedoelt
- bedragen, de afstand bedraagt negen kilometer
- bedrijfscorrespondentie
- bedrijfsnamen, woordgeslacht van -
- beeldscherm: voor/achter het -
- beeldspraak
- beest, de - uithangen
- beginnen aan/met/over/bij
- beide/beiden
- het begrote/begrootte bedrag
- begroeing/begroeiing
- behalve
- behalve/naast (van) klassiek houdt zij van techno
- behartigenswaardig/behartenswaardig
- beheerplan/beheersplan
- stellingen behorend(e) bij het proefschrift
- behuizing van een computer
- beid/beidt uw tijd
- belanghebbend voorwerp
- beletselteken (...), wat is een -
- beloofd/belooft, hij -
- belooft/beloofd, zoals -
- ben/wees stil!
- bepaling van gesteldheid
- bepaling van hoedanigheid
- bepaling van modaliteit
- bepaling van verhouding
- Berber/Berbers
- berde, te - brengen
- bescheren
- beseffen/zich realiseren
- besloten vennootschap/bv/BV
- bespaard/bespaart
- best/beste, deze plaat is het -
- bestaat een woord als het niet in het woordenboek staat?
- beste/besten, zij zingen als de -
- betaald/betaalt
- betreft, (voor) wat -
- betrekkelijk voornaamwoord
- betreur ik iets of betreurt iets mij?
- betreuren, wij - (het) dat zij is vertrokken
- beugel, door de - kunnen
- beweerd/beweert
- bewegwijzering/wegbewijzering
- bezint/verzint eer gij begint
- bezittelijk voornaamwoord
- bezittend voorwerp
- bezwijken aan/onder
- biatlon of duatlon
- bierkaai, vechten tegen de -
- bietenbrug, de - op gaan
- biezen, je - pakken
- The Big Apple (herkomst)
- bijdehande/bijdehante
- bijdragen aan/tot
- bijgaand vindt u ...
- bij hebben/bijhebben
- bijnadoodervaring/bijna-doodervaring
- bijouteriën/bijouterieën
- bijsluiten
- bijstimuleren
- bijvoeglijke bepaling
- bijvoeglijk naamwoord
- bijwoord
- bijwoord of bijvoeglijk naamwoord
- bijwoordelijke bepaling
- bijzinsvolgorde
- binnen hebben/binnenhebben
- binnenkomen/binnen komen, de kamer -
- blaadje, bij iemand in een goed - komen
- blauw bloed (herkomst)
- blauwe boorden
- blauwe maandag, een -
- blauwkous
- blijkbaar/schijnbaar
- blocnoteje/blocnootje/blocnotetje
- bockbier
- bodem ingeslagen, (aan) hun hoop werd de -
- boeken over taal en stijl
- boeken over uitdrukkingen en spreekwoorden
- boeket/bouquet
- boer, lachen als een - met kiespijn
- Bois de Boulogne, de/het
- bok, dromen van de -
- bol/bal
- bolworm steekt hem, de -
- bom, de - is gebarsten
- bommoeder: dubbelop?
- Bonairiaans/Bonaireaans
- bonen, in de - zijn
- boontje komt om zijn loontje
- bord/brood: iets op je - krijgen
- bos hout voor de deur hebben, een flinke -
- bosschage
- boterbriefje
- boterham
- botertje, het is - tot de boom
- botje bij botje leggen
- boulevardje/boulevardtje
- boute/boude uitspraken
- bovenaan/boven aan de bladzijde
- boycotten: het geboycote/geboycotte land
- Brabanters/Brabanders
- Brandenburger Tor, de/het
- brave, een - hendrik
- bres: op/in de bres staan/springen
- brief, een zakelijke - schrijven
- briefaanhef aan meer mensen
- brief aan lid van Koninklijk Huis
- brief aan gezin of stel adresseren
- briefafsluiting
- briefindeling
- brikverpakking
- Britse Amerikaan
- brodeloos/brodenloos
- broertje, ergens een - aan dood hebben
- broodje aap
- brug open/dicht
- Brugman, praten als -
- brui, ergens de - aan geven
- brutaal, zo - als de beul
- bruto salaris/brutosalaris
- buigings-e: algemene regels
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: het centraal/centrale station
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: het ellenlang/ellenlange uitweiden (combinatie met werkwoord)
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: een groot/grote man
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: functienamen (de muzikaal/muzikale leider)
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: het hachelijk/hachelijke avontuur (woorden op -ig en -lijk)
- buigings-e bijvoeglijk naamwoord: kort/korte gedingen (meervoud)
- buigings-e vergrotende trap: een ongebruikelijker/ongebruikelijkere procedure
- buik(en), harde -
- buikspreken: buikspreekt/spreekt buik
- buit, het -; buien
- buitenbeentje, een - zijn
- buiten westen
- bulletintje/bulletinnetje
- bureau/buro
- burgerlijke titulatuur
- bus, dat klopt/sluit als een -
C
- cadeau/kado
- cadet
- cafétje/cafeetje
- cakeje/cake-je
- Canossa, naar - gaan
- casanova/Casanova
- categoraal/categoriaal
- cc'en
- centraal/centrale station, het -
- chagrijnig/sacherijnig
- check-en/chec-ken
- chef redactie/chef-redactie
- chemie (tussen personen)
- chic/chique/sjiek
- chicheid
- chinees/Chinees, chinezen/Chinezen
- choqueren/shockeren
- circonflexe
- citaatuitluiders: 'Dat lijkt me vanzelfsprekend', snapt hij
- citaten en leestekens
- cliënt/client
- clientèle/cliëntèle
- cluster, de/het
- coëxistentie/co-existentie
- c/College van b/Burgemeester en w/Wethouders
- combineren oude en nieuwe academische titulatuur
- iets communiceren?
- compromis
- compromisje/compromistje
- computer: voor/achter de -
- conjunctief
- consumeren/consummeren, het huwelijk -
- continu(e)
- contradictio in adjecto, een gouden oorijzer
- contramine, in de -
- coördinator/coördinatrice
- cornedbeef (uitspraak)
- corps/korps
- cosmetische/esthetische chirurgie
- Costaricaans/Costa Ricaans
- c.q. (betekenis, gebruik)
- Cuba: in/op -
- cultureel(-)maatschappelijk
- cupido
- curriculum/curricula vitae(s)
- cyste (uitspraak)
D
- daar/omdat
- daarom
- dadeloos/dadenloos
- dagvaardt/dagvaart
- dan/als: groter -
- danken/wijten aan
- dankjewel/dank je wel
- dankzij
- das, iemand de - omdoen
- data: enkelvoud of meervoud?
- dein/dijn, het mijn en het -
- dat/die, de jaren - hij bij ons was
- dat/dit
- dat/wat
- de/het
- (de) acteur Sydney Pollack
- december
- de dato (gebruik)
- dein/dijn, het mijn en het -
- deksel, de/het
- deleten: gedelete(t)
- dementie (klemtoon)
- demotie
- Den Haag/'s-Gravenhage
- denkbeeldig (niet -)
- denken aan/over
- denken om/aan
- derde wereld/Derde Wereld
- derde( )wereldland
- dertientje, als een -
- dertiger jaren/jaren dertig
- desbetreffende/betreffende
- dessintje/dessinnetje
- des vrouws
- de( )zelfde
- dezelfde/eenzelfde
- dezelfde/hetzelfde
- deze/dezen
- dezer dagen
- dhr. Venema/hr. Venema
- diagnostiseren/diagnosticeren
- dichtbij/dicht bij het vuur
- dictee met Henny Stoel (YouTube-video's)
- Dicteewoorden, De Dikke Drieduizend -
- die/dat, de jaren - hij bij ons was
- die/dat, het meisje -
- die/welke
- die/wie het eerst komt, die/wie het eerst maalt
- die/wie, de man - het slecht verging
- diens/dier/haar, de vrouw en - dochter
- diepergaand/diepgaander
- digibeet
- dik en dun, door -
- dikke pil
- dilemma
- dineetje/dinertje
- direct object
- directeur(en)-grootaandeelhouder(s)
- displays/display's
- dobber, een zware/harde - aan iets hebben
- dodelijke slachtoffers
- doerak
- de dood in de pot
- dooie akkertje, op z'n -
- doolhof, de/het
- doolhof/labyrint
- doordat/omdat
- door hebben/doorhebben
- downsyndroom/Downsyndroom
- downloaden
- d'r
- dr./mr./ir. of dr/mr/ir
- draak, de - steken met iets
- dramatisch gestegen
- dreumesen/dreumessen
- driemaal is scheepsrecht
- dronkeman/dronkenman
- dronkenmansgebedje doen (een -)
- droog achter de oren zijn
- drug(s)verslaafde
- duatlon of biatlon?
- dubbele aanhalingstekens
- dubbele punt, hoofdletter/kleine letter na -
- dubbele punt na 'hierbij delen wij u het volgende mee'
- dubbelklikken: gedubbelklikt/dubbelgeklikt
- duim (maat)
- Duitsch/Dietsch
- duivekaters/duivenkaters
- Dutch (herkomst)
- duur kosten
E
- eBay (begin van zin)
- echter/maar
- eega/ega
- één/een van beiden
- eendagsvlieg/ééndagsvlieg
- een( )derde, twee( )derde, enz.
- een ieder/eenieder
- een of meer(dere)
- een van de eersten die had/hadden
- een zelfde/eenzelfde
- eenzelfde/dezelfde
- eerst, wie/die het - komt, wie/die het eerst maalt
- eerste plaats, in/op de -
- eerste vijf/vijf eerste
- eeuw, wanneer begint een -
- ei/ij, woorden met -
- ei/ij (twijfelgevallen)
- eigen bijdrageregeling/eigen-bijdrageregeling/eigenbijdrageregeling
- eigendom, de/het
- eigengemaakt
- eigennamen, welke woordsoort?
- eis en wederdienende/ijs en weder dienende
- eldorado/dorado
- elk/ieder
- elkaar, niemand helpt -
- elkaars problemen
- ellenlang(e): het - uitweiden
- elliptische zin
- 'em/'m, ik smeer -
- emailadres/e-mailadres/email-adres
- e-mailen/emailen
- emaille/emaillen
- en aan het begin van een zin
- enerverend
- Engelse werkwoorden in het Nederlands: vervoeging
- Engelse woorden in het Nederlands?
- enigst/enig kind
- enkele aanhalingstekens
- enzovoort(s)
- epibreren
- epidemiën/epidemieën
- ergeren/irriteren
- erin/er in, ik schenk het -
- erinnofilie
- ernstig nemen/opvatten
- eropaf/erop af
- eropuit gaan/erop uitgaan
- (erop) vertrouwen dat
- ervan uitgaan/ervanuit gaan
- ervaring in/met
- ervaringsdeskundige
- eskimo/Eskimo
- esthetische/cosmetische chirurgie
- Estlands/Estisch/Ests
- ethische datief
- EUR
- euri/euro's
- euro/euro's, bedrag in -
- euro/Euro
- euthanaseren
- evacueren, een gebouw -
- evenals ... niet/evenmin: de minister ontbreekt niet, evenals de burgemeester
- evengoed/even goed
- evenmin hou ik (niet) van vlees
- ex-/oud-
- extranei/extraneï
F
- faciliteren/faciliëren
- factie/fractie
- facturabel/factuurabel
- falie, op zijn - krijgen
- faxen: gefaxt/gefaxed
- fiebelefors
- fiet(s)ster
- fietsen te zingen: kan dat?
- fijn stof/fijnstof
- filevrij/file vrij
- Filipijnen/Filippijnen
- filmtitels: de/het
- fles, op de - gaan
- flux de bouche/flux de paroles
- formele woorden: moderne alternatieven voor ouderwetse woorden
- fotografen/fotograven
- fractie/factie
- française/Française
- franse/Franse kaas
- Franse slag, met de - (herkomst)
- freelance
- frequentste letters van het Nederlands
- frequentste woorden van het Nederlands
- fret, de/het
- fte
- functienamen met/zonder buigings-e
G
- gallemiezen, naar de -
- gat, niet voor één gat te vangen zijn
- geacht bestuur
- geachte heer/meneer
- geachte koningin?
- het gebaadde/gebade/gebaden kind
- gebakje/taartje
- gebeten zijn op/gebrand zijn op
- gebeurd/gebeurt
- gebiedende wijs
- gebruik maken/gebruikmaken
- gebruiksvriendelijk/gebruikersvriendelijk
- geboycote/geboycotte, het - land
- gedachteloos/gedachtenloos
- gedachtestreepje/gewoon streepje
- gedachtewisseling/gedachtenwisseling
- gedestilleerd/gedistilleerd
- gedichten, boeken over het schrijven van -
- gedood/omgekomen
- geen/niet gebruik( )maken
- geen/niet genoeg
- gehad/gekregen: een cadeau -
- gehandhaafd worden/blijven
- gele/gouden kragen
- geleden: personen die langer dan tien jaar (-) overleden zijn
- gelieve/gelieven: alle collega's - hun bureau toonbaar te houden
- gelijk/meteen
- gelijkstellen aan/met
- gelijkwaardige delen, samenstelling met -
- geloven in/aan
- gemakkelijk/makkelijk
- gemeente Gouda/Gemeente Gouda
- genant/gênant
- geneeskunde/Geneeskunde
- George/George'/Georges boek
- gepast/passend
- geraden (dat is je -)
- geraniums, achter de - zitten
- geronnen, zo gewonnen, zo -
- geschiedenis van het Nederlands, boeken over de -
- gespeend, (niet) - van
- gespin/geschreeuw, veel - maar weinig wol
- gestalte geven: de plannen wordt/worden gestalte gegeven
- gesteldheid, bepaling van -
- getallen in cijfers/letters
- in grote getalen/getallen/in groten getale
- getogen, geboren en -
- getuige of getuigen
- getuige(n) de reacties
- getuigeberg/getuigenberg
- geuit/geüit
- gevlei/gevlij, in het - komen
- geweesd/geweest
- geworden: de fusie is besproken (geworden)
- gezamelijk/gezamenlijk
- gezegde (zinsdeel)
- gezegde/spreekwoord/uitdrukking, verschil tussen
- gezellig: bijwoord of bijvoeglijk naamwoord
- gij hadt
- gijzelaar (betekenis)
- girafje/giraffetje
- glas in lood-ramen/glas-in-loodramen
- glimp, een - opvangen
- globale/mondiale problematiek
- godsdiensten, namen van - en hun aanhangers
- goed(e) nota
- goede(n)morgen, goede(n)dag, goede(n)nacht, goede(n)avond, enz.
- gofferd
- googelen/googlen
- graaf Van/van Gronsveld
- graag - grager/liever - graagst/liefst
- grafi(e)tiseren
- grammatica, boeken over Nederlandse -
- grammaticale termen (Nederlands en Latijn)
- grande/gram halen, zijn -
- grazen, iemand te - nemen
- grenzeloos/grenzenloos
- grillen: gegrild/gegrilld
- grind/grint
- groenekool/groene kool
- groene/rode volgorde
- groente/groenten en fruit
- groentesoep/groentensoep
- Groninger/Gronings
- groot/grote, een - man
- Groot Dictee 2009, toelichting bij -
- groter dan/als
- groter dan jou/jij
- grote stedenbeleid/grotestedenbeleid
- gsm/GSM
- gsm(')s, gsm(')etje
- guichelheil
H
- haak, niet in de -
- haar, op een - (na) missen
- haar/hen, voor - die neen bleven zeggen
- haar/hun, de vrouwen geven - mening
- haar/zijn, Philips en - jaarcijfers
- haarlemmerolie/Haarlemmerolie
- hak, iets/iemand op de - nemen
- van de hak op de tak springen
- halfbloedprins/halfbloed prins
- halfzeven, op -
- Halloween
- hamburger
- hamvraag, dat is de -
- handdoek, de - in de ring gooien
- hand-en-spandiensten verrichten
- handjes, de - dichtknijpen
- handvaten/handvatten
- hart onder de riem steken/riem onder het hart steken
- hartelust/hartenlust
- hardstikke/hartstikke
- hattrick
- haver tot gort, iemand van - kennen
- haverklap, om de -
- Hawaii/Hawaï
- hbo'er/hbo-er
- hbo- of wo-niveau
- hebben + voorzetsel: aaneen? (oorbellen in( )hebben)
- hebt/heeft, u - u/zich vergist
- hebt/heeft, u -
- hectiek
- heel/hele
- heen( )kijken door
- heitje, een - voor een karweitje
- hekel, iemand over de - halen
- helder/duidelijk
- hem/'em/'m, ik smeer -
- hemel, in de zevende -
- hemelvaart(sdag)/Hemelvaart(sdag)
- hendrik, een brave -
- hen/hun: als ik - was
- hen/hun: dat heb ik - horen zeggen
- hen/hun: lijst twijfelgevallen
- hen/zij die afstuderen, nodig ik uit
- herdenken/vieren (het 75-jarig bestaan herdenken/vieren)
- herhaald/herhaalt
- herkanser
- herkenbaar aan/door
- hermetisch
- hernemen (de voorstelling -)
- herroepen: hergeroepen/herroepen
- hersteld/herstelt
- herstelmelding/hersteldmelding
- herzien(e): de te herzien(e) rekening
- het/de
- (het) Museum Boymans-van Beuningen
- hetgeen, hetwelk
- hetzelfde/het zelfde
- hetzelfde/dezelfde
- het zij zo
- heug en meug, tegen -
- hierbij/hiermee/hierdoor
- hierdoor/daardoor
- hivvirus/hiv-virus
- hobby's/hobbies
- hoedje, onder één - spelen
- hoelang/hoe lang
- hoever/hoe ver
- hogerop komen dan anderen
- Holland/The Netherlands
- homograaf
- honderdeende/honderdeerste
- hond, de - in de pot vinden
- hond, komt men over de - ...
- hoofd, door het - geschoten
- hoofdbreken(s), heel wat - kosten
- hoofdletter als zin met cijfer begint, 80% Van/van de ondervraagden ...
- hoofdletter in bedrijfsnaam
- hoofdletter in Geachte heer van/Van der Knaap
- hoofdletter/kleine letter na dubbele punt
- hoofdletter/kleine letter: een echte Vermeer/vermeer
- hoofdletter binnen haakjes
- hoofdtelwoord
- hoofdzinsvolgorde
- te hooi en te gras (herkomst)
- hoorns, iemand - opzetten
- hou/houd, ik - van jou
- houterig/houtig
- houtje, op eigen -
- hufterproof
- huilen met de pet op
- hulpwerkwoord
- human resource(s)
- hun hebben
- hun/hen
- hun/zijn: het echtpaar en hun/zijn kind
- huwelijksjubilea
- hygiëne (uitspraak)
- hypallage
I
- i.a.a.
- i-bankieren
- ict/ICT
- idee, de/het
- ideeëloos/ideeënloos
- identificatieplicht/legitimatieplicht
- ieder/elk
- iemand als ik/mij
- iemand, de -
- iets fris(')
- ij, hoe is de - ontstaan
- ij alfabetiseren
- ij/ei, woorden met -
- ij/ei (twijfelgevallen)
- ijs en weder dienende/eis en wederdienende
- ijskast/koelkast
- IJsland: in/op
- ik ski/skie
- ikzelf/ik zelf, jijzelf/jij zelf, etc.
- ik/wij afwisselen in een brief
- imperatief
- zich informeren
- im Frage/in Frage
- in ('s) hemelsnaam
- in grote getalen/getallen/in groten getale
- in lichte(r)laaie
- in spijt van
- in stand houden/instandhouden
- incest (klemtoon)
- indicatief
- indien/als/wanneer
- indirect object
- infinitief
- ingebruikneming/ingebruikname
- ingenome/ingenomen standpunt
- ingeval/in geval van
- in meer/meerdere of mindere mate
- initialen bij dubbele naam: Jan-Willem: J. of J.W.?
- inrijden/in rijden, de straat -
- inruilen voor/tegen
- instaan voor de aan-/afwezigheid van fouten
- integendeel
- interimmanager/interim-manager
- intermediair: de/het
- internet/Internet
- introducee of introducé
- inzicht krijgen in/tot het inzicht komen dat
- Iraki/Iraki's
- irriteren/ergeren
- is/ben: ik die is/ben
- is/heeft: Vera is/heeft uit de school geklapt
- isb(n)-nummer
- item
J
- ja/nee (antwoord op ontkennende vraag)
- jaar/jaren, twintig -
- jakob, de ware - (herkomst)
- jaren 70/jaren '70
- jaren(-)80-muziek
- jaren zeventig/zeventiger jaren
- jaren zoveel: van wanneer tot wanneer
- jagen: joeg/jaagde
- Jan-Willem: J. of J.W.?
- jarige Job
- je, dat is - wat
- Jehovah's Getuigen, Jehovahs Getuigen of Jehova's Getuigen?
- je kunt/kan je reinste onzin
- je/jij
- jetje, geef 'm van -
- je wilt/wil
- jij of ik neem(t)/nemen
- jong en oud vermaakte(n) zich
- jongens van Jan de Witt
- jood/Jood
- joost mag het weten
- jou/jij: ik ben groter dan jou
- jou/jouw
- jubilea (bijbehorende stoffen en metalen)
- junior( )beleidsmedewerker
- justionele blunders?
K
- K3-eilanden
- kaak, aan de - stellen
- kabinet(-)Kok II
- kachel zijn (herkomst)
- kado/cadeau
- kandidaat/kandidaten-notarissen
- kant, over zijn, mijn, jullie - laten gaan
- kapoen (Sinterklaas kapoentje)
- karbonaadje/karbonadetje
- karweitje, een heitje voor een -
- katholiek/Katholiek
- kat in 't bakkie (herkomst)
- kat, voor de - z'n viool
- kattebelletje/kattenbelletje
- keeper/keper (op de - beschouwd)
- keer, deze -/dit -
- keer, vijf - meer dan/zo veel als
- keizer, om des -s baard
- kenmerkend (klemtoon)
- kennen/kunnen (een taal -)
- kennisneming/kennisgeving (ter - aannemen)
- kerk/Kerk
- kerkeraad/kerkenraad
- kerkgenootschappen, namen van -
- kerst/Kerst
- ketter, roken als een -
- Keulen, kijken alsof je het in - hoort donderen
- kiezen of kabelen
- kiezen tussen/voor/uit
- kijk eens in de poppetjes van mijn ogen
- kikkererwt
- kits, alles -
- klassiekers/klassieken, ken je -
- kleine letter na briefaanhef?
- klemtoonteken
- klerelijer/klerenlijer
- kleren, dat gaat je niet in de koude - zitten
- klinkerbotsing
- kluts, de - kwijt zijn
- knarsentanden
- knoflook (wat is knof?)
- knoop, de - doorhakken
- knopen, je - tellen
- knoppen, naar de - gaan
- koeien, oude - uit de sloot halen
- koekepan/koekenpan
- koekoek, dat haal je de -
- 't kofschip
- kogel, de - is door de kerk
- koloniën/kolonieën
- komkommertijd
- komma (algemeen advies)
- komma voor dat
- komma voor die of dat
- komma tussen bijvoeglijk naamwoorden
- komma voor en
- komt men over de hond ...
- komt voor de bakker
- koningin/Koningin Beatrix
- Koninklijk Huis, leden van het - aanschrijven
- koninklijke, de - weg gaan
- kont, de - tegen de krib gooien
- kool, de - is het sop niet waard
- kop, de - indrukken
- kop, op de - tikken
- kop/koppen-en-schotels
- koppelwerkwoord
- korps/corps
- korrel, iemand op de - nemen
- kort(e) gedingen
- kost(e), het - wat (het) kost
- kosteloos/kostenloos
- kosten(-)batenanalyse
- kous, de - op de kop krijgen
- krijt, in het - staan
- kringlooppapier/gerecycled papier
- kritische/kritieke factoren
- kroon, de - spannen
- kruid, daar is geen - tegen gewassen
- kudde/school dolfijnen
- kunst, met - en vliegwerk
- kunststof(fen) driewieler
- kunt/kan, je -
- kus(t), te - en te keur
- kwalificeren
- kwalitatieve producten
- kwaliteit(s)controle
- kwart: een - van de toeschouwers verliet/verlieten de zaal
- kwatta, aller ogen zijn gericht op -
- kwestie, X is een - van Y
L
- laagdunkend/laatdunkend
- laan: op/aan/in de
- lachen als een boer met kiespijn
- Lago Maggiore, de/het -
- lakmoesproef
- lange ij, hoe is de - ontstaan
- langgeleden/lang geleden
- lange afstandsloper/langeafstandsloper
- langste/langsten, de - van Europa
- lans, een - breken voor
- Latijns(-)Amerika
- Latijnse en Nederlandse grammaticale termen
- lauweren, op je - rusten
- lay out/lay-out/layout
- lay-out brief
- leas(e)de/leas(e)te
- ledigheid is des duivels oorkussen
- led(-)lamp, LED-lamp
- leeftijd: in/op de -
- leer, van - trekken
- leerbare cursisten
- leering ende vermaack, tot/ter -
- leiden/lijden
- lei-draad/leid-raad
- leit/leidt/lijt/lijdt, hoe - dit kindeken
- lekken in 'de ambtenaar lekt'
- lekker smaken
- lelietje-der-dalen/lelietje-van-dalen
- Lelystatter/Lelystedeling
- leuningbijter
- leve(n) de kinderen
- leven in de brouwerij
- levensloopbestendige woningen
- lewaja
- licht ontvlambaar
- lidwoord (woordsoort)
- lidwoord: de/het
- lidwoord bij Engelse woorden
- lidwoord weglaten bij personen
- liefdewerk oud papier
- lifemuziek/livemuziek
- lijden/leiden
- lijdend voorwerp
- limerick
- linker oever/linkeroever
- locatie/lokatie
- loef, iemand de - afsteken
- loer, iemand een - draaien
- loftuiting
- logenstraffen/loochenstraffen
- logé(')s/logee(')s
- lokatie/locatie
- lolly's/lollies
- loodje, het - leggen
- loodjes, de laatste -
- -loos, tussen-n bij -
- loper, wat is een -
- lou loene
- LPG, de/het
- luistervinkje spelen
M
- 'm/hem/'em, ik smeer -
- maandag, een blauwe -
- maandagnacht
- maanden, namen van -
- maar/echter
- macho
- mag/magt
- mailings/mailingen
- majesteit (titulatuur Koninklijk Huis)
- mama/mamma
- manchester( )broek/Manchester( )broek
- mand, door de - vallen
- mantel, iemand de - uitvegen
- marsepein
- marsepeine(n) aardappeltjes
- martelaar
- masochisme
- mate, in meer/meerdere of mindere -
- Matterhorn, de/het
- Máxima/Maxima
- maximum snelheid/maximumsnelheid
- Ma-ya/May-a
- MBA: nieuwe titulatuur combineren met oude
- media: de - heeft/hebben belangstelling
- medicijn, de/het
- medior adviseur/medioradviseur
- mediterraans/mediterraan
- meebrengen, (met zich) (mee)-
- meenemen/meebrengen
- meerdere
- meer/meerdere, een of -
- meer/meerdere of mindere mate, in -
- meermalen/meerdere malen
- meervoud of enkelvoud: 50 procent betaalt/betalen
- meervoud of enkelvoud: aantal ontwikkelingen hebben/heeft
- meervoud of enkelvoud: aantal van de mensen die/dat hier wonen/woont
- meervoud of enkelvoud: alle collega's gelieve/gelieven hun bureau toonbaar te houden
- meervoud of enkelvoud: dat is/zijn mijn boeken
- meervoud of enkelvoud: data is/zijn onderzocht
- meervoud of enkelvoud: de betogers werd/werden gesommeerd
- meervoud of enkelvoud: de reizigers wordt/worden verzocht
- meervoud of enkelvoud: de taliban heeft/hebben
- meervoud of enkelvoud: de VS is/zijn een ontwikkeld land
- meervoud of enkelvoud: een kwart van de toeschouwers verlieten/verliet
- meervoud of enkelvoud: een op de drie mensen die hier werken, krijgt/krijgen oogklachten
- meervoud of enkelvoud: experimenten was/waren geen lang leven beschoren
- meervoud of enkelvoud: het onderwijs wacht/wachten veranderingen
- meervoud of enkelvoud: hoe en wat is/zijn op een rijtje gezet
- meervoud of enkelvoud: jong en oud vermaakte/vermaakten zich
- meervoud of enkelvoud: leven/leve de kinderen
- meervoud of enkelvoud: luisteraars werd/werden erop gewezen
- meervoud of enkelvoud: media heeft/hebben belangstelling
- meervoud of enkelvoud: mijn oom en tante zijn historicus/historici
- meervoud of enkelvoud: onder documenten wordt/worden verstaan
- meervoud of enkelvoud: plannen wordt/worden gestalte gegeven
- meervoud of enkelvoud: problemen die hulp noodzakelijk maakt/maken
- meervoud of enkelvoud: twee treinen extra is/zijn voldoende
- meervoud of enkelvoud: twintig stuks vee kwam/kwamen om
- meervoud of enkelvoud: uw ogen wordt/worden zonlicht gegund
- meervoud of enkelvoud: vijf miljoen mensen keek/keken
- meervoud of enkelvoud: zowel mijn broer als mijn zus woont/wonen
- meesteropzichter/meester-opzichter
- meestgestelde taalvragen
- meest origineel/origineelst
- meewerkend voorwerp
- mekka/Mekka (een - voor Gaudí-liefhebbers)
- meld u aan/meldt u aan
- meneer/heer, geachte -
- menig(e) leerling
- mens: elk(e) -
- mens, de - lijdt nog het meest ...
- mensch, wanneer veranderd in mens?
- merengue/meringue
- mererlei/meerderlei
- merknamen worden soortnamen
- metafoor
- meteen of gelijk?
- met name (vooral)
- metonymie
- met vriendelijke groet/groeten
- MHz
- middeleeuwen/Middeleeuwen
- middels
- middenin/midden in Den Haag
- mieters
- het mijn en het dein/dijn
- mijn/mijns inziens
- mijne heren
- mikroskoop/microscoop
- millennium
- miljoen: vijf - mensen keek/keken naar de voetbalwedstrijd
- ministerie/Ministerie van Buitenlandse Zaken
- misdaden tegen de menselijkheid/mensheid
- missen/ontbreken
- missie
- mits/tenzij
- mixen: gemixed/gemixt
- mi-xer/mix-er
- mobiel/mobile, mobieltje/mobiletje
- moeilijk taalgebruik: moderne alternatieven voor ouderwetse woorden
- mondiale/globale problematiek
- mond-op/tot-mond
- monitoren: gemonitord/gemonitoord
- moraal/moreel
- mores, iemand - leren
- motivatie/motivering
- mr/mr.
- muesli/müsli
- mug, de - uitzijgen en de kemel doorzwelgen
- multiculturalisering
- murw (uitspraak)
N
- naam in samenstelling
- naamvalsvormen, oude - in het Nederlands
- naamwoordelijk deel: mijn oom en tante zijn historici/historicus
- naamwoordelijk gezegde, 'ik vind dat Marga verwend is'
- na/naar aanleiding van
- naar verluid/naar verluidt
- naar( )gelang( )van
- naast/behalve (van) klassiek houdt zij van techno
- naatje pet
- Nabije Oosten/Midden-Oosten
- nadat, werkwoordstijd in bijzin met -
- nagedachtenis, ter - van/aan
- naïf/naïef
- nakende/naakt
- naleven, verplichtingen -
- -name/-neming
- met name (vooral)
- nameloos/naamloos
- nationaliteit: Nederlandse/Nederlands
- natuurbeheerplan/natuurbeheersplan
- Nederland won met 1-0
- Nederlands kennen/kunnen
- Nederlands als tweede taal leren
- nee/ja (antwoord op ontkennende vraag)
- negentiger jaren/jaren negentig
- netto salaris/nettosalaris
- neus, een wassen -
- nevenschikking/onderschikking
- Newyorks/New Yorks
- niet het minst/niet in het minst
- niet/geen gebruik( )maken
- niet(-)lid
- nieuwe woorden, hoe worden die gevormd?
- nieuw woord? ('staat niet in het woordenboek')
- nieuwsgierig Aagje/aagje
- niezen/niesen (en vervoeging)
- nippertje, op het -
- noch, (-) tijd - geld
- nolens volens
- non(-)stop(-)vlucht
- nooit en te/ofte nimmer
- noorderzon, met de - vertrekken
- nopjes, in je - zijn
- normaliter (uitspraak)
- norme-en-waardeloos/normen-en-waardenloos
- notoir (uitspraak)
- november
- nul boek(en)
- nul op het rekest krijgen
O
- occasion (uitspraak)
- ochtend: in/op de -
- Oekraïne of de Oekraïne
- of of/of dat: ik weet niet of ik moet vertrekken of of ik het haar moet uitleggen
- ofwel/oftewel
- oirbaar/oorbaar
- Oisterwijk (uitspraak)
- oktober
- olympische/Olympische medaille
- om niet
- om, wanneer gebruik je -?
- omdat/doordat
- om hebben/omhebben
- omkleden/verkleden, zich -
- onbepaald voornaamwoord
- onbepaalde wijs
- ondanks dat/hoewel iedereen te laat was
- onderdeel uitmaken van
- onderhanden projecten, werk
- onderop/onder op de stapel
- onderschatten/overschatten, niet te -
- onderschikking/nevenschikking
- onderstrepen, het belang -
- ondertekening brief
- ondertekening in opdracht
- ondervindend voorwerp
- onderwerp (zinsdeel)
- onderwerp in hoofdzin en beknopte bijzin, moet dat overeenkomen?
- onderwerp, een -/item over
- ongebruikelijker(e) procedure
- ongelikte beer
- ongelofelijk/ongelovelijk/ongelooflijk
- ongeregeldheden/onregelmatigheden/onrechtmatigheden
- onguur/guur
- online/on line/on-line
- onregelmatige, sterke en zwakke werkwoorden
- ontbreken/ontstentenis/afwezigheid
- ontdooien
- ontferm u onzer
- onthand (herkomst)
- ontleden, redekundig/taalkundig -
- ontvlambaar, licht -
- ontzeggen, (niet) -
- onverwacht/onverwachts
- onvolledige zin
- onzes/ons inziens
- ooit, de beste prestatie -
- oorsprong van vraagteken en uitroepteken
- oortje, kijken of je je laatste - hebt versnoept
- oorzakelijk voorwerp
- oostindisch/Oost-Indisch doof
- oostindisch doof zijn (herkomst)
- ootje, iemand in het - nemen
- opdat/zodat
- opdraaien, ergens voor -
- open/dicht, brug -
- opening/openheid van zaken geven
- op hebben/ophebben
- op kunnen/opkunnen
- opleidingen, namen van -
- opleuken
- opsomming, hoe geef je die weer
- optimaal
- optreden: is/heeft opgetreden
- opzomeren/opzoomeren
- oren, droog achter de - zijn
- orenmaffia
- organigram/organogram
- organiseren, op 5 mei - we een bijeenkomst
- orgiën/orgieën
- ou of au
- oubollig
- oude naamvalsvormen in het Nederlands
- ouderwetse woorden vervangen
- oud(-)papierhandel
- oud(-)president(-)directeur
- (over) het dek op en neer
- overgankelijk werkwoord
- over hebben/overhebben
- overhemdbloes/overhemdblouse
- overlegd/overgelegd
- overnieuw/opnieuw/over
- overtreffende trap
- overtreffende trap: meest origineel/origineelst
- oxigenerator/oxygenerator
P
- paardebloem/paardenbloem
- paarswit/paars-wit
- paasbest, op zijn -
- paddestoel/paddenstoel
- palindroom
- pankoek/pannenkoek
- pannekoek/pannenkoek
- papa/pappa
- pappen en nathouden
- pappenheimers, zijn - kennen
- parameter
- Parijs/Parijs' cafë
- parkinson/Parkinson
- pars pro toto
- participium
- pas, te - en te onpas
- Pasen, als - en Pinksteren op één dag vallen
- passe(s)-partout(s)
- passen: passte/gepast
- passend/gepast
- pathetisch/pathologisch
- peentjes zweten
- peiler/pijler
- penarie, in de - zitten
- peren, met de gebakken - zitten
- per iemand/persoon
- per/op 31 december
- perpetuum mobiles/perpetua mobilia
- per se/persé
- personaliseren/personifiëren/personificeren
- persoonlijk voornaamwoord
- persoonsvorm
- pfeiffer/Pfeiffer, (de ziekte van -)
- Philips en zijn/haar jaarcijfers
- Pichegru: wat nu, wat nu, zei -
- piepzak, in de - zitten
- pijl/peil op trekken, geen -
- pijler/peiler
- pijp, de - aan Maarten geven
- pijpen, naar de/het - dansen
- pimpen
- pineut/pisang, de - zijn
- pis, ze maken mij de - niet lauw
- plaats van werkwoord in de zin: als u hieraan voldoet en u opent een rekening/een rekening opent
- plaats, in/op de eerste -
- plaats delict
- plak, onder de - zitten
- plat New Yorks/Plat-New-Yorks
- plegen: pleegde/placht
- plek/plaats
- pleonasme en tautologie
- plezier van/met
- plotse regenbui, een -
- pluche/pluchen knuffelbeest
- Pluvius
- polshoogte/poolshoogte
- pond, de/het
- populairste taaladviezen
- populairwetenschappelijk/populair-wetenschappelijk
- portal
- poule/pool
- pootaan spelen (herkomst)
- praktisch
- praline
- prat gaan op iets
- praten als Brugman
- prik, vaste -
- prinses/Prinses Laurentien
- prioriteren
- proactief
- problematiek/probleem
- product/produkt
- promiscu(e)
- proppen, op de - komen
- provincie Overijssel/Provincie Overijssel
- P.S./p.s./PS/ps (postscriptum)
- pubertijd/puberteit
- punt na internetadres?
- puntje, ergens een - aan kunnen zuigen
- puntjes, de - op de i zetten
- putjesvet (herkomst)
R
- racen, vervoeging van -
- racisme/rascisme
- radicaal(-)islamitisch
- radstake
- rambam, krijg de/het -
- rangtelwoord
- rapen, nu zijn de - gaar
- realisatie/realisering
- realiseren/zich realiseren
- realiseren (zich -)/beseffen
- recent/recentelijk
- rechtelijk/rechterlijk
- rechter oever/rechteroever
- rechtsaf slaan/rechts afslaan
- red/redt de tijger
- redekundig/taalkundig ontleden
- reïncarnatie/re-incarnatie
- reïntegratie/re-integratie
- reizigers, de - wordt/worden verzocht
- rekeningnummers noteren
- relaxen: relaxede/relaxte
- relaxt/relaxed
- religies, namen van - en hun aanhangers
- rendement op/van
- rendez-vou(s)tje
- reppen van/over
- retours/retouren
- reuzekerel/reuzenkerel
- richting Amsterdam
- rieken/ruiken
- riem onder het hart steken/hart onder de riem steken
- ringeloren, je laten -
- risico op/van hart- en vaatziekten
- risico, de/het
- een robbertje vechten
- rode kool/rodekool
- rode/groene volgorde: is gelopen/gelopen is
- rode/groene volgorde: is verwend/verwend is
- roeien, door - en ruiten (herkomst)
- roestvrij( )staal, roestvast( )staal
- roken als een ketter
- romantiek/Romantiek
- rooms-katholiek/Rooms-Katholiek
- roos, in de -
- roquefort/Roquefort
- rose/roze
- rubber/rubberen
- ruggespraak/ruggenspraak
- ruiken/rieken
- ruiken: ik heb een luchtje - stinken
- rummikubben/rummikuppen
S
- sacherijnig/chagrijnig
- Saint-Tropez' strand/Saint-Tropezs strand
- samengesteld werkwoord
- samenstelling, wat is een -
- samenstelling met gelijkwaardige delen
- samenstelling met naam erin
- samentrekking in 'analytisch(-) en creatief denkvermogen'
- samentrekking in 'hoofd- en kleine letters'
- boeken over samenvatten
- sanctioneren
- santenkraam, de hele -
- Sara zien, Sara gezien hebben
- Sardijn/Sard/Sardiniër
- sas, in zijn - zijn
- saté(')s, saté(')tje
- scala van/aan
- scala, de/het
- sceptisch
- schaap en zijn/haar lam
- schaapjes, je - op het droge hebben
- schap: de ...schap/het ...schap
- scheepsrecht, driemaal is -
- de schellen vielen me van de ogen
- schenen, iemand het vuur (na) aan de - leggen
- scheppen: schiep/schepte
- scherp/scherpst, op het - van de snede
- schijnbaar/blijkbaar
- schild, iets in zijn - voeren
- schip: het - en zijn/haar eerste reis
- school/kudde dolfijnen
- schoonfamilie
- schop, op de - gaan/nemen
- schopstoel, op de - zitten
- schrijlings te paard zitten
- schrijfcursussen, informatie over -
- schrijvens (meervoud van het schrijven)
- schuine streep
- schut, voor - staan
- schwalbe
- screenen: gescreend/gescreened
- secretaris/secretaresse
- secretaris-generaal
- senior beleidsmedewerker/seniorbeleidsmedewerker
- september
- servicecentre/servicecenter
- Serviërs of Serven
- sex/seks
- 's-Gravenhage/Den Haag
- shockeren/choqueren
- sieraden aantrekken/aandoen
- Sierraleoons/Sierra Leoons
- sigaar, de - zijn
- sik, ergens een - van krijgen
- sikkeneurig
- siliconeborsten/siliconenborsten
- sinds drie jaar
- Sint Anna/Sint-Anna
- sinterklaas/Sinterklaas
- sinterklaasavond/Sinterklaasavond
- Sinterklaas kapoentje
- sint-juttemis (herkomst)
- sjasliek/shaslick
- skaten: geskate/geskatet
- slaa-tje/sla-tje
- slag in de rondte
- slag om de arm, een - houden
- slagveld/slachtveld
- goed in zijn slappe was zitten
- slash en backslash (gebruiksverschil)
- slibtong/sliptong
- slof, uit zijn - schieten
- smaakloos/smakeloos
- smartelijk/smartenlijk
- smiezen, iets in de - hebben
- smouten
- sms'en
- snappen: '"Dat lijkt me vanzelfsprekend", snapt hij'
- snik, niet goed - zijn
- snor, dat zit wel -
- sociaaldemocratisch/sociaal-democratisch
- soldaat maken, iets -
- sollicitatiebrief schrijven
- sommeren: de betogers werd/werden gesommeerd
- sommige/sommigen
- sonjabakkeren
- soort, de/het
- soorten (allerlei -)
- sop is de kool niet waard, het -
- sowieso/zowiezo
- spatiewoord
- spatsies
- spelen/spellen (meervoud van spel)
- spellingherziening 2005, tien vragen over -
- sperzieboon
- spijkers op laag water zoeken
- spijt van, in -
- spin/spil, de - in het web
- spits, de/het - afbijten, op de/het - drijven)
- spoorloos verdwenen
- spreekwoord, zegswijze of gezegde
- spreekwoorden en uitdrukkingen, boeken over -
- spreekwoorden, verklaring van een groot aantal -
- spuitgegoten/gespuitgiete
- staan voor/symboliseren
- staatsieportret/statieportret
- stadhuis/Stadhuis
- stagiair/stagiaire
- stam van een werkwoord
- stampij/stampei
- standaard-Nederlands/Standaardnederlands
- stang, iemand op - jagen (herkomst)
- steeds minder wordt steeds meer?
- steen en been klagen
- stekker, balen als een -
- stereotiep/stereotype
- sterke, zwakke en onregelmatige werkwoorden
- sterrenbeelden (boogschutter/Boogschutter)
- sticker/stikker
- stijlboeken/taaladviesboeken
- stijlfouten
- stilstand, de economie is tot - gekomen
- stokpaardje, op zijn - zitten
- stoplicht/verkeerslicht
- stopzetten
- straat: op/in/aan de
- straffeloos/straffenloos
- streepje: kort of lang
- strijk en zet
- strijkstok blijven hangen, aan de -
- stroppen, in: het verkeer stropt
- studies, namen van -
- een stuk in de kraag
- een stuk(je) zelfstandigheid
- succes
- sudoku/sodoku
- svarabhaktivocaal
- sweater (uitspraak)
- syndroom van Down/down
- synergisch/synergetisch/synergistisch
T
- taaladviesboeken
- taalcursussen
- taalgeschiedenis, boeken over -
- taalkundig/redekundig ontleden
- taaltijdschriften en -nieuwsbrieven
- taartje/gebakje
- tachtiger jaren/jaren tachtig
- taliban/Taliban
- tante betje, wat is een -
- tanteagaathregeling
- tapas/tapa's
- tartuffe
- tas: mannelijk of vrouwelijk?
- tautologie en pleonasme
- te/in Amsterdam
- te allen tijde/te alle tijden/ten alle tijden
- team: het - en zijn/haar inspanningen
- te deze/ten dezen/te dezen
- teerling, de - is geworpen
- tegen hebben/tegenhebben
- tegenwoordig deelwoord + zelfstandig naamwoord aaneen? (adem( )benemend)
- tegoed/te goed
- tekort/te kort (ogen en oren -)
- telefoonalfabet
- telefoonnummers noteren
- telefoonnummer, op/onder - (u kunt mij bereiken -)
- televisie: voor/achter de -
- tellen, op je - passen
- telwoord
- teneinde/ten einde
- tenminste/ten minste
- tenslotte/ten slotte
- tenzij/mits
- ter/tot leering ende vermaack
- terecht, bijwoord of bijvoeglijk naamwoord?
- tering, de - naar de nering zetten
- terminologie van grammatica
- terug hebben/terughebben
- terugkomen van/op
- tests/testen
- teveel/te veel
- tevoorschijn/te voorschijn
- tezamen/te zamen
- Th. als voorletter
- therapeut (uitspraak)
- tierelier, als een -
- tiet, als een -
- tijd(s), twee jaar -
- tijdlang (een -)
- tijdperken met hoofdletter of kleine letter
- tijdschriften en nieuwsbrieven over taal
- til, op - zijn
- titulatuur (academisch: graden; traditioneel Nederlands)
- titulatuur (academisch: graden; modern internationaal)
- titulatuur (burgerlijk: ambten)
- titulatuur (Koninklijk Huis)
- nieuwe titulatuur combineren met oude
- toast/toost, toasten/toosten
- toekomstgericht
- toendertijd/toentertijd
- toeten, van - noch blazen weten
- toitoitoi
- ton (kilometers)
- tongriem, goed van de - gesneden
- top drie/top-drie/topdrie/top 3/top-3
- top-25 van taaladviezen
- tot daaraantoe/daarentoe/daar aan toe
- totstandkomen/tot stand komen
- totum pro parte, Nederland won
- tramlijn 3/de tramlijn 3
- trappen van vergelijking
- troepen (manschappen)
- tuin, om de - leiden
- Turksen
- tussen-n/tussenklank, ontstaan van de -
- tussen-s: algemene regels
- tussenvoegsels (van/Van, de/De) in namen
- tussenvoegsels (van/Van, de/De) na graaf
- tussenwerpsel
- tv-loos
- twee walletjes eten, van -
- Tweede Kamerlid/Tweede-Kamerlid
- tweederdemeerderheid/tweederde meerderheid
- tweeënhalf/twee en een half
- twee(-)onder(-)een(-)kap(-)woning
- informatie over tweetalig opvoeden
- twijfelen/weifelen
- typefout/typfout
- typen (vervoeging)
U
- u aller/uw aller; u beider/uw beider
- u/U
- u hebt of u heeft
- een uiltje knappen
- uitdrukkingen met oude naamvalsvormen
- uitdrukkingen en spreekwoorden, boeken over -
- uit hebben/uithebben
- uitprinten
- uitrijkaart/uitrijdkaart
- uitroepteken (ontstaan)
- uitweiden/uitwijden
- uniform (klemtoon)
- updaten: geüpdate(t)
- upgraden: geüpgrade(d)
- Urk: in/op -
V
- V&D en Hema/de V&D en de Hema
- vaatchirurg/vatchirurg
- vaccintje/vaccinnetje
- vakantie: op/met -
- valreep, op de -
- valuta('s)
- van, betekenissen van het voorzetsel -
- vanaf (de vierde keer)
- vanaf/sinds 1932
- vandaag (aan) de dag
- vandalist/vandaal
- van( )uit: ervan uitgaan
- vanwege/wegens
- vaste prik
- vechten tegen de bierkaai
- veeg, een - teken
- een veeg uit de pan krijgen
- veel/vele
- veelgesteld/veel gesteld
- veel wegen of zwaar wegen
- veertig (uitspraak)
- vegetariër/vegetarisch
- ver- (in familienamen)
- veranderd/verandert
- verassen/verrassen
- verbazing, wie/wat schetst mijn -
- verbeterd/verbetert
- verbuiging: algemene regels
- verbuiging: het centraal/centrale station
- verbuiging: het ellenlang/ellenlange uitweiden (combinatie met werkwoord)
- verbuiging: een groot/grote man
- verbuiging: functienamen (de muzikaal/muzikale leider)
- verbuiging: het hachelijk/hachelijke avontuur (woorden op -ig en -lijk)
- verbuiging: kort/korte gedingen (meervoud)
- verbuiging: een ongebruikelijker/ongebruikelijkere procedure
- verdacht/bedacht op iets
- verdergaan/verder gaan
- verdieping/verhoging
- verdomhoekje, in het - zitten
- de Verenigde Staten is/zijn een ontwikkeld land
- verexcuseren
- vergeten zijn/hebben
- vergevensgezind/vergevingsgezind
- vergezeld van/door
- vergrotende trap
- verhuist/verhuisd
- verkeerd/verkeert
- verkeerslicht/stoplicht
- verklaard/verklaart
- verleden tijd en tegenwoordige tijd door elkaar gebruikt
- verleden tijd in kindertaal
- verleden tijd of tegenwoordige tijd: morgen gingen we zwemmen
- verleden tijd of tegenwoordige tijd: 'nadat (...) maakte/had gemaakt/heeft gemaakt'
- verleden tijd of tegenwoordige tijd: van toen af aan heet/heette
- verleden tijd of tegenwoordige tijd: was/is, hoe - uw naam?
- verleden tijd of tegenwoordige tijd: wist je dat de auto een deuk heeft/had
- verleden tijd of voltooid deelwoord: verschil tussen ik fietste/ik heb gefietst
- verlorengaan/verloren gaan
- verluid/verluidt, naar -
- vermeend
- een echte Vermeer/vermeer
- vermeld/vermeldt
- vermenigvuldigd/vermenigvuldigt
- verradelijk/verraderlijk
- verrassen/verassen
- verraste/verrastte
- verschillende, overbodig in 35 - kaassoorten
- verschuilde/verschool
- verstandskies
- versteende oude naamvallen
- vertrouwen: wij vertrouwen (erop)
- verveeld/verveelt
- verzekerd voor/tegen brand
- verzint/bezint eer gij begint
- verzoeke te betalen
- verzoeken: de reizigers wordt/worden verzocht
- verzorgd/verzorgt
- verzwelgen/zwelgen
- vetvrij papier
- viennoiserie
- vijf eerste/eerste vijf
- Vijfde Republiek
- vijftig (uitspraak)
- vijftiger jaren/jaren vijftig
- vind/vindt: ik ben het die dit onzin -
- vind/vindt, waar - u ons
- Vinex(-)locatie/vinexlocatie
- vinkentouw, op het - zitten (herkomst)
- viool, voor de kat z'n -
- vlakbij/vlak bij mijn ouders
- vleet, bij de -
- vleze, naar den -
- voegwoord
- voeten, dat heeft veel - in de aarde
- voetje, een wit - halen
- voetlicht, over/voor het - (halen, brengen, etc.)
- voetstoots, iets - aannemen
- (de) volgende les
- volgorde voltooid deelwoord - persoonsvorm: ik vind dat Marga is verwend/verwend is
- volgorde voltooid deelwoord - persoonsvorm: de afstand die gelopen is/is gelopen
- volksetymologie
- voltooid deelwoord
- voorafgaand(e): de dagen voorafgaand(e) aan de ramp
- voor dezen: één of meer personen
- voor hebben/voorhebben
- voorletter van Theodoor: T. of Th.
- voornaamwoord
- voorrijkosten/voorrijdkosten
- voorvoegsels (van/Van, de/De) in namen
- voorzetsel
- voorzetselvoorwerp
- vraagteken (ontstaan)
- vragend voornaamwoord
- vroegtijdig stoppen
- vrouws, des -
- de VS is/zijn een ontwikkeld land
- vuur (na) aan de schenen leggen, iemand het -
- vuurproef
W
- waar gebeurd/waargebeurd verhaal
- waarop/op wie
- waarschuwen voor/tegen
- waarvan/van wie
- wacht, iemand de - aanzeggen
- wacht, iets in de - slepen
- wacht/wachten, het onderwijs - veranderingen
- wachten voor/achter de lijn
- waddeneilanden/Waddeneilanden
- waken voor/tegen
- wake(-)up(-)call
- walletjes eten, van twee -
- wanneer/als/indien
- van wanten weten
- war, in de -
- ware het niet dat
- de ware jakob (herkomst)
- wars zijn van iets
- wassen, een - neus
- wat/dat, het boek -
- wat/wie schetst mijn verbazing
- watertanden, om van te -
- wat nu, wat nu, zei Pichegru
- we/wij
- weblog, de/het
- website/web-site/web site
- websiteje/websitetje
- wederkerend werkwoord
- wederkerig voornaamwoord/wederkerend voornaamwoord
- weerstand bieden aan/tegen iets
- wees/ben stil!
- weg, bij de - blijven
- weg: op/aan/in de
- wegen, veel/zwaar -
- wegens/vanwege
- weids/wijds
- weifelen/twijfelen
- weleens/wel eens
- welk(e) van deze auto's is van jou?
- welke mensen/wat voor mensen
- welke/die
- welkomsdrankje/welkomstdrankje
- welstandig
- wen(d)t of keert, hoe je het ook -
- werk ze: wat betekent ze hier?
- werkloos/werkeloos
- werkwoord
- werkwoordelijke uitdrukking
- werkwoordstijden, gebruik van
- werkwoordsvormen (wijzen en tijden)
- westen, buiten -
- wetten, namen van -
- wet van Meden en Perzen
- wezen/zijn
- whisky/whiskey
- wie/die, - het eerst komt, - het eerst maalt
- wie/die, de man - het slecht verging
- wie/wat schetst mijn verbazing
- wiegelied/wiegenlied
- wiek, in zijn - geschoten
- Wiener Wald, de/het
- wiens/wier, de vrouw -
- wierook (betekenis)
- wiien/wiiën
- wij/we
- wijds/weids
- wijten/danken aan
- wil/wilt, hij -
- wilt/wil, je -
- winst-en-verliesrekening/winst- en verliesrekening
- winstwaarschuwing
- een wit voetje halen
- wit voor hebben
- Witt, jongens van Jan de -
- wittekool/witte kool
- witte spelling, toelichting op de -
- WK-poule/-pool
- door de wol geverfd zijn
- woordenboeken: bevatten die alle goede woorden?
- (woorden)boek/(woorden-)boek
- woordeloos/woordenloos
- woordgeslacht, ontstaan van
- woordgeslacht, hoe weet je welk geslacht een woord heeft
- woordgeslacht in van Dale en het Groene Boekje
- woordgeslacht van bedrijfsnamen
- woordkeuze: moderne alternatieven voor ouderwetse woorden
- woordsoort
- woordvolgorde hoofdzin/bijzin
- woordvolgorde: is verwend/verwend is
- woordvolgorde: is gelopen/gelopen is
- word/wordt in 'ik - wij'
- word/wordt je kampioen
- word/wordt je kwalijk genomen, iets -
- word/wordt je salaris gestort
- word lid/wordt lid
- worden, weglaatbaarheid van -
- wordt/worden, de reizigers - verzocht
- wraak (uitspraak)
- wuiven: woof/wuifde
Y
Z
- zak en as, in - zitten
- zakelijke brieven schrijven
- het zakken van de krant
- zeebeving
- zeep, om - brengen
- zegge en schrijve
- zelfstandig naamwoord
- zelfstandig werkwoord
- zeperd
- zessen, van - klaar
- zestig (uitspraak)
- zestiger jaren/jaren zestig
- zeugma
- zevende hemel, in de -
- zeventig (uitspraak)
- zeventiger jaren/jaren zeventig
- (zich) beseffen
- ziekte van Alzheimer/alzheimer
- ziekteverzuim/ziekteverlof
- zielepiet/zielenpiet
- het zij zo
- zij/hen die afstuderen, nodig ik uit
- zijde/zijden bloemen
- zijn/haar: Philips en zijn/haar jaarcijfers
- zijn/haar: het schaap en zijn/haar lam
- zijn/haar: het schip en zijn/haar eerste reis
- zijn/hun: het echtpaar en zijn/hun kind
- zijn/wezen
- zijnde, als ... -
- zinloos/zinneloos
- zinnen: zinde/zon op wraak
- zinsdeel
- zinseindepunt na afkortingspunt?
- z'n, Jan - hond
- z'n/hun, de bollenvelden zijn nu op - mooist
- met z'n allen/met ons allen
- zodat/opdat
- zoel/zwoel
- zo gewonnen, zo geronnen
- zolang/zo lang
- zomerende periode, een -
- zomers/'s zomers
- zo meteen/zometeen
- zo'n/zulke rotzooi
- zo nodig/zonodig
- zootje/zooitje
- zorgeloos/zorgenloos
- zorgelijk (de situatie is -)
- zou u/zoudt u
- zout, de/het -
- zoutloos/zouteloos
- zo veel als/dan, tien keer -
- zoveel mogelijk/zo veel mogelijk
- zo ver/zover
- zowel mijn broer als mijn zus woont/wonen in Amsterdam
- zowiezo/sowieso
- zuid + oost + noord + Brabant
- zwaar op de hand
- zwakke, sterke en onregelmatige werkwoorden
- zwartepiet/zwarte piet/Zwarte Piet
- zwarte sneeuw zien/gezien hebben
- zwartwitfoto/zwart-witfoto
- zwelgen/verzwelgen
- zweren: zwoer/zwoor/zweerde
- zwoel/zoel
Ook op ons weblog worden diverse kwesties behandeld. Verder staan er veel taaladviezen op Taaladvies.net (van de Nederlandse Taalunie).
Geen antwoord gevonden? Bel of mail ons.










