De risico of het risico?


[?] Wat is juist: de risico of het risico?


[!] Tegenwoordig is het risico verreweg het gebruikelijkst: 'Het risico is klein', 'Ons risico is minimaal.' Maar ook de is mogelijk; dat was ooit zelfs het enige juiste lidwoord.

Van Dale (2005) vermeldt bij risico de lidwoorden het en de (m), net als het Witte Boekje (2006) en het Groene Boekje (2005). Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt zelfs drie geslachten bij risico: "zelfstandig naamwoord vrouwelijk (oudtijds ook mannelijk), thans ook onzijdig; meervoud risico's. Ontleend aan het Italiaanse risico: 'gevaar, kans, toeval, waagstuk'".

Elders op deze website staat een advies over het juiste voorzetsel bij risico: risico op/van.