Spreek van de week: de betekenis en herkomst van spreekwoorden en gezegden
Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal
De Taaladviesdienst verklaart elke maandag een spreekwoord, gezegde, uitdrukking of spreuk. Zie ook ons advies over deze benamingen.
Eerder door de Taaladviesdienst besproken spreekwoorden, zegswijzen en gezegden:
- aap, in de - gelogeerd
- aap, nu komt de - uit de mouw
- Abraham/Sara zien
- afsteken, iemand de loef -
- alea iacta est (de teerling is geworpen)
- als Pasen en Pinksteren op één dag vallen
- bak, aan de - komen
- adder, een - aan zijn borst koesteren
- akkertje, op zijn dooie -
- alles kits
- als een tierelier
- appeltje, een - met iemand te schillen hebben
- appeltje-eitje
- argusogen, iets met - bekijken
- baard, om des keizers -
- bakker, komt voor de -
- balen als een stekker
- Barbertje moet hangen
- beer, een ongelikte -
- beest, de - uithangen
- bel, de kat de - aanbinden
- bezint/verzint eer gij begint
- beugel, dat kan niet door de -
- bierkaai, vechten tegen de -
- bietenbrug, de - op gaan
- blauw bloed hebben
- blauwe maandag, een -
- bok, dromen van de -
- bolworm steekt hem, de -
- bom, de - is gebarsten
- bonen, in de - zijn
- boontje komt om zijn loontje
- bord/brood: iets op je - krijgen
- bos hout voor de deur hebben, een flinke -
- boterbriefje, een - halen
- botertje tot de boom
- botje bij botje leggen
- broertje dood, een - hebben aan iets
- brouwerij, leven in de - brengen
- Brugman, praten als -
- brui, er de - aan geven
- brutaal, zo - als de beul
- buitenbeentje, een - zijn
- buiten westen raken
- Canossa, naar - gaan
- contramine, in de - zijn
- das, iemand de - omdoen
- dertientje, als een -
- dik, door - en dun
- dobber, een zware - aan iets hebben
- dood, de - in de pot
- doorhakken, de knoop -
- draak, de - steken met iets
- driemaal is scheepsrecht
- dronkemansgebedje doen (een -)
- droog, (nog niet) - achter de oren zijn
- eerst, wie/die het - komt, wie/die het eerst maalt
- falie, iemand op zijn - geven
- fles, op de - gaan
- Franse slag, met de -
- gallemiezen, naar de - gaan
- gat, niet voor één - te vangen zijn
- gebakken, met de - peren zitten
- gespeend van
- gespin/geschreeuw, veel - maar weinig wol
- gevlij/gevlei, in het - komen
- grande/gram halen, zijn -
- grazen, iemand te - nemen
- haak, niet in de -
- haal, dat - je de koekoek
- haar op je tanden hebben
- haar, op een - (na) missen
- hak, van de - op de tak springen
- halfzeven, op -
- hamvraag, de -
- hand, zwaar op de - zijn
- handdoek, de - in de ring gooien
- hand-en-spandiensten verrichten
- handjes/handen, je - (mogen) dichtknijpen
- hart onder de riem steken/riem onder het hart steken
- haver, van - tot gort
- haverklap, om de -
- heitje voor een karweitje, een -
- hekel, iemand over de - halen
- heug, tegen - en meug
- hoedje, onder een - spelen
- hond, de - in de pot vinden
- hond, komt men over de -, dan komt men ook over de staart
- hooi, te - en te gras
- hot, van - naar haar/her
- hout, een flinke bos - voor de deur hebben
- houtje, op eigen -
- huilen met de pet op
- iemand over de hekel halen
- iets/iemand op de korrel nemen
- ijs en weder dienende
- in de roos!
- in de zevende hemel zijn
- in de smiezen hebben
- jakob, de ware -
- jetje, geef 'm van -
- jongens van Jan de Witt
- Joost mag het weten
- jota, ergens geen - van snappen
- kaak, iets aan de - stellen
- kachel zijn
- kat, de - de bel aanbinden
- kat in 't bakkie
- kat, voor de - z'n viool
- keizers, om des - baard
- ketter, roken als een -
- Keulen, het in - kunnen horen donderen
- kiezen of kabelen
- kijk eens in de poppetjes van mijn ogen
- kits, alles -
- kleren, dat gaat me niet in de koude - zitten
- klopt, dat - als een bus
- kluts kwijt zijn, de -
- knoppen, naar de - gaan
- knoop, de - doorhakken
- koeien, oude - uit de sloot halen
- koekoek, dat haal je de -
- kogel, de - is door de kerk
- kont, zijn - tegen de krib gooien
- kool, de - is het sop niet waard
- kop, de - indrukken
- kop, iets op de - tikken
- korrel, iets/iemand op de - nemen
- kortaangebonden zijn
- kost(e), het - wat (het) kost
- koude, dat gaat me niet in de - kleren zitten
- kous op de kop krijgen, de -
- krijt, in het - staan
- kroon, de - spannen
- kunst- en vliegwerk, met -
- kus(t), te - en te keur
- kwatta, aller ogen zijn gericht op -
- lakmoesproef, de -
- lans, een - breken voor
- lauweren, op je - rusten
- ledigheid is des duivels oorkussen
- leer, van - trekken
- leeuwendeel, ergens het - van krijgen
- lering, tot/ter - en(de) vermaak
- leven in de brouwerij brengen
- licht, zijn - niet onder de korenmaat zetten
- liefdewerk oud papier
- loef, iemand de - afsteken
- loer, iemand een - draaien
- loodje, het - leggen
- lopen als een tiet
- lou loene
- luistervinkje spelen
- mand, door de - vallen
- mantel, iemand de - uitvegen
- Meden en Perzen, dat is geen wet van -
- mens, een - lijdt dikwijls het meest ...
- mispel, zo rot als een -
- mores, iemand - leren
- mug, de - uitzijgen en de kemel doorzwelgen
- neus, een wassen -
- niet goed snik zijn
- niet voor één gat te vangen zijn
- nippertje, op het -
- nopjes, in je - zijn
- nul op het rekest krijgen
- ongelikte, een - beer
- oortje, kijken alsof je je laatste - hebt versnoept
- ootje, iemand in het - nemen
- opdraaien, ergens voor -
- op eigen houtje
- oren, nog niet droog achter de - zijn
- paasbest, op zijn -
- pappen en nathouden
- pappenheimers, zijn - kennen
- Pasen, als - en Pinksteren op één dag vallen
- peentjes zweten
- peil, ergens geen - op kunnen trekken
- penarie, in de - zitten
- peren, met de gebakken - zitten
- Pichegru: wat nu, zei -
- piepzak, in de - zitten
- pijp, de - aan Maarten geven
- pijpen, naar de/het - dansen
- pineut/pisang, de - zijn
- pis, ze maken mij de - niet lauw
- plak, onder de - zitten
- polonaise, aan mijn lijf geen -
- pootaan spelen
- prat gaan op iets
- praten als Brugman
- prik, dat is vaste -
- proppen, met iets op de - komen
- puntje, ergens een - aan kunnen zuigen
- puntjes, de - op de i zetten
- rambam, krijg de/het -
- rapen, nu zijn de - gaar
- rekest, nul op het - krijgen
- riem onder het hart steken/hart onder de riem steken
- ringeloren, je (niet) laten -
- robbertje vechten, een -
- roeien, door - en ruiten
- roken als een ketter
- roos, iets onder de - vertellen
- roos, in de -!
- santenkraam, de hele -
- sappel, zich te - maken
- Sara/Abraham zien
- sas, in zijn - zijn
- schaapjes, je - op het droge hebben
- schellen, de - vielen me van de ogen
- scherp(st), op het - van de snede
- schild, iets in je - voeren
- schop, op de - gaan/nemen
- sigaar, de - zijn
- sik, ergens een - van krijgen
- slag, je (driemaal) een - in de rondte werken
- slag, een - om de arm houden
- slappe, goed in de - was zitten
- slof, uit zijn - schieten
- smiezen, in de - hebben
- sneeuw, zwarte - zien
- snik, niet goed - zijn
- snor, dat zit wel -
- soldaat maken, iets -
- sop is de kool niet waard, het -
- spatsies maken
- spijkers op laag water zoeken
- spits afbijten, de/het -
- stang, iemand op - jagen
- stokpaardje, op zijn - zitten
- strijkstok blijven hangen, aan de -
- stuk in de kraag hebben, een -
- teerling, de - is geworpen (alea iacta est)
- tegen heug en meug
- tering, de - naar de nering zetten
- tierelier, als een -
- tiet, lopen als een -
- til, op - zijn
- tongriem, goed van de - gesneden
- tuin, iemand om de - leiden
- twee, van - walletjes eten
- uiltje, een - knappen
- valreep, op de -
- van hot naar haar/her
- vaste prik, dat is -
- vechten tegen de bierkaai
- veeg, een - teken
- veeg, een - uit de pan krijgen
- verdomhoekje, in het - zitten
- vinkentouw, op het - zitten
- viool, voor de kat z'n -
- vleet, bij de -
- vleze, naar den -
- voeten, veel - in de aarde hebben
- voetje, een wit - halen
- voetlicht, iets/iemand voor/over het - brengen/halen
- voetstoots, iets - aannemen
- vuurproef, de - doorstaan
- walletjes, van twee - eten
- wanten, van - weten
- war, in de -
- wassen neus, een -
- ware jakob, de -
- wars zijn van iets
- wat nu, zei Pichegru
- watertanden, om van te -
- weg, bij de - blijven
- wiek, in zijn - geschoten zijn
- wit, een - voetje halen
- wit voor hebben
- wol, door de - geverfd zijn
- zak en as, in - zitten
- zeep, om - brengen
- zeperd, een - halen
- zessen, van - klaar
- zit, dat - wel snor
- zo gewonnen, zo geronnen
- zwaar op de hand zijn
- zwarte sneeuw zien
Lees nu een half jaar Onze Taal voor nog geen tientje!







