Vergevensgezind of vergevingsgezind

Vergevingsgezind of vergevensgezind?


[?] Wat is het best: vergevingsgezind of vergevensgezind?


[!] Volgens Van Dale (2005), het Witte Boekje (2006) en het Groene Boekje (2005) is het allebei juist. U kunt zelf beslissen welke vorm u het mooist vindt. Sommige taaladviesboeken raden aan alleen vergevensgezind ('mild', 'ervoor open staand anderen te vergeven') te gebruiken omdat dit de oudste vorm is. Wij vinden dat een te streng advies; vergevingsgezind betekent precies hetzelfde en komt in alle hedendaagse woordenboeken en spellinggidsen voor. Het is in de praktijk inmiddels zelfs de gebruikelijkste vorm.

Vergevensgezind is opgebouwd uit een werkwoord (vergeven) en het bijvoeglijk naamwoord -gezind ('gestemd/genegen tot'). Het is de enige nog gangbare samenstelling op -gezind met een werkwoord als eerste deel. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft er meer, bijvoorbeeld huwensgezind ('trouwlustig') en reizensgezind ('reislustig'), maar deze woorden worden niet meer gebruikt.

Op vergevingsgezind (met als eerste deel het zelfstandig naamwoord vergeving) is niets aan te merken; samenstellingen die bestaan uit een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord zijn heel gewoon. Vergelijk ook hervormingsgezind en opofferingsgezind.

Elders op deze website vindt u adviezen over aanbevelingswaardig/aanbevelenswaardig en behartenswaardig/behartigenswaardig.