Verhuist of verhuisd?
Wat is juist: 'Katrien is verhuist naar Norg' of 'Katrien is verhuisd naar Norg'?
'Katrien is verhuisd naar Norg' is juist. In deze zin is verhuisd een voltooid deelwoord; in dat voltooid deelwoord komt de d terug van de verleden tijd verhuisde. Verhuist is wel juist in de zin 'Morgen verhuist Katrien naar Norg': nu is verhuist een persoonsvorm, in dit geval de derde persoon van de tegenwoordige tijd, en hoort er een t te staan.
Pas bij het werkwoord verhuizen vooral op met korte mededelingen als 'Verhuist/verhuisd naar de Bakkerstraat.' Als de verhuizing al achter de rug is, is 'Verhuisd naar de Bakkerstraat' juist; in gedachten voeg je dan 'we zijn/ik ben' of 'dit bedrijf is' toe. Alleen als de verhuizing nog niet achter de rug is, is 'Verhuist naar de Bakkerstraat' juist'. Bedoeld is dan 'ik/hij/zij/het bedrijf verhuist binnenkort'.
Het werkwoord verhuizen wordt als volgt vervoegd: ik verhuis, jij verhuist, wij verhuizen, jij verhuisde, wij verhuisden, wij zijn verhuisd. De stam (het hele werkwoord min -en) van verhuizen is verhuiz. Bij werkwoorden waarvan de stam op een z eindigt, verschijnt in de verleden tijd een d: verhuisde. (Eigenlijk zou verhuizde het meest voor de hand liggen, maar er is ooit afgesproken dat de z niet kan voorkomen aan het einde van een lettergreep in een Nederlands woord. Vandaar dat verhuisde juist is.)
Verhuizen-verhuisde-verhuisd is dus een ander geval dan kruisen-kruiste-gekruist. In het hele werkwoord kruisen zit al een s, de stam is kruis. In de verleden tijd wordt daarom een t (kruiste) toegevoegd, en in het voltooid deelwoord is ook een t juist (gekruist). Meer werkwoorden van het type kruisen vindt u in het advies over het ezelsbruggetje
't kofschip(taxietje).
Hieronder staan nog een paar voorbeeldzinnen met werkwoorden van het type verhuizen.
- Ik suisde op een houten slee de heuvel af. (suizen-jij suist-suisde-gesuisd)
- Onze achtertuin grensde aan die van hen. (grenzen-jij grenst-grensde-gegrensd)
- Het drensde van de regen. (drenzen-het drenst-drensde-gedrensd)
- De regen plensde onophoudelijk uit de hemel (plenzen-het plenst-plensde-geplensd)
- Het gonsde van de geruchten. (gonzen-het gonst-gonsde-gegonsd)
- De oppositie troefde de regering af. (aftroeven-jij troeft af-troefde af-afgetroefd)
- Zijn blonde haar golfde rond zijn engelengezicht. (golven-het golft-golfde-gegolfd)
- Ik schaafde m'n schenen. (schaven-jij schaaft-schaafde-geschaafd)
- Zij schroefde de boekenkast in een half uurtje in elkaar. (schroeven-jij schroeft-schroefde-geschroefd)
- Zij vreesde voor haar leven. (vrezen-jij vreest-vreesde-gevreesd)
- Hun reactie heeft mij verbaasd. (verbazen-het verbaast me-verbaasde-verbaasd)
Verwante kwesties:







