Zij die afstuderen, nodig ik uit?
Is zij of hen juist in 'Ook zij/hen die binnenkort afstuderen, nodig ik uit'?
Juist is 'Hen die afstuderen, nodig ik uit.'
Bij uitnodigen hoort een lijdend voorwerp: 'Ik nodig hen uit.' In de voorbeeldzin is dat wat minder duidelijk, doordat het lijdend voorwerp gevolgd wordt door een bijzin (die binnenkort afstuderen). Zij kan uitsluitend als onderwerp voorkomen. Dat zij in de voorbeeldzin niet klopt, blijkt als de bijzin met die wordt weggelaten: 'Zij nodig ik uit' is fout. Wél juist is bijvoorbeeld: 'Zij die binnenkort afstuderen, geven een feest.' Hier is zij immers het onderwerp.
Een goed alternatief in dit soort zinnen is het woord degenen. Degenen kan als onderwerp en als lijdend voorwerp gebruikt worden. 'Ook degenen die binnenkort afstuderen, nodig ik uit', is dus juist, net als 'Degenen die binnenkort afstuderen, geven een feest.'
Zie ook het advies over 'Ik die hier al de hele dag is/ben.'










