Hom of kuit
Er zijn taalkwesties waarover heel verschillend kan worden gedacht. Taalkundige Frank Jansen behandelt iedere maand zo'n kwestie, en nodigt iedereen uit te reageren.
Moeten we ons inspannen voor het Standaardnederlands?
In het februari/maartnummer staat het pleidooi dat Geert van Istendael tijdens het Onze Taal-congres hield voor het nauwkeurig aanleren van de Nederlandse standaardtaal. Is dat niet een achterhaald ideaal? Of heeft iedereen er baat bij om het Standaardnederlands tot in de puntjes te beheersen?
Voorstander
Met talen is het als met de telefoon: hoe meer gebruikers, des te meer plezier hebben ze ervan. Daarom alleen al zou het handig zijn als zo veel mogelijk van de meer dan 25 miljoen personen die zich van een soort Nederlands bedienen, ook de standaardtaal beheersen. Elke nieuwe standaardtaalgebruiker kan zo met al die anderen in contact komen. En al die anderen zien de kring met wie ze zonder moeite kunnen converseren ook weer een beetje groter worden.
De standaardtaal heeft nog meer voordelen boven andere variëteiten, zoals dialecten. Een standaardtaal heeft bijvoorbeeld allerhande woordenboeken. Daardoor staan standaardtaalgebruikers er niet alleen voor als ze hun woordenschat verder willen uitbreiden; ze kunnen hun idioom steeds ijken aan dat van een autoriteit, bijvoorbeeld als ze een verschil van mening hebben.
Die woordenboeken voor de standaardtaal zijn meestal aanzienlijk dikker dan die voor andere variëteiten. Dat is geen toeval. De rijkdom aan woorden en termen is de vrucht van het feit dat de standaardtaal al eeuwen het medium bij uitstek vormt voor debatten over alles wat in onze cultuur van waarde wordt geacht, met alle subtiele onderscheidingen die daarvoor nodig zijn. Kennis van de standaardtaal fungeert dan ook voor immigranten en andere buitenstaanders als een paspoort om aan deze discussies te kunnen deelnemen.
Ten slotte werkt de standaardtaal uniformerend voor de uitspraak, waardoor de kans op misverstanden aanzienlijk vermindert.
Tegenstander
Communiceren is een zaak tussen spreker en hoorder, schrijver en lezer. Welke taalvariëteit ze kiezen, is hun zaak. Daarbij spelen allerlei overwegingen een rol. Natuurlijk wil de spreker of schrijver (oftewel de zender) dat zijn boodschap overkomt bij de hoorder of lezer (de ontvanger). Maar dat is niet het enige wat speelt.
Een andere overweging is dat er vaak ook mogelijke ontvangers zijn bij wie de boodschap juist niet moet aankomen. Of liever: bij wie moet aankomen dat de zender aan hen geen boodschap heeft. De gekozen optimale taalvariëteit is dus zelden die welke door de meesten beheerst wordt. Op grond hiervan gebruiken Hollanders, Friezen, Brabanders en Vlamingen vaak de standaardtaal niet, ook als ze die wel beheersen.
In de praktijk speelt ook efficiency een rol. Zenders zijn geen toneelspelers die pas tevreden zijn als de achterste rij hun boodschap woord voor woord verstaat en begrijpt. Nee, ze zijn alleen bereid om zich maar nét genoeg in te spannen om de gemiddelde ontvanger het – desnoods met een beetje moeite van diens kant – te laten snappen.
Wie aldus verwacht in zijn leven weinig aan de standaardtaal te hebben, zal zich daarvoor op school niet inspannen. En dat is begrijpelijk. En wie weinig aan de standaardtaal heeft, bijvoorbeeld omdat hij denkt dat communicatie met hem vooral het probleem van de ander is, die zal aan het onderwijs in het Nederlands geen belastinggeld willen spenderen. Dat is zijn goed recht.
Wat vindt u ervan?
Moeten we ons inspannen voor het Standaardnederlands?
Een stemming over deze stelling onder de lezers van het tijdschrift Onze Taal en de bezoekers van deze website leverde het volgende resultaat op:
Meningen van bezoekers - Er zijn 14 reacties
-
Peter van der Lee - geplaatst op 13 maart 2012
Het Standaard Nederlands bestaat niet. Er wordt steeds weer voor een bepaalde tijd een vorm vastgelegd. Die nieuwe vorm ontstaat uit het Niet Standaard Nederlands
Het is heerlijk om al die verschillende accenten te horen. -
Eduard - geplaatst op 05 maart 2012
Taal is als een sport. Om deze samen te kunnen beoefenen zul je om variaties toe te kunnen passen een gedegen kennis moeten hebben van de basistechniek.
-
L.J.Kuis - geplaatst op 24 februari 2012
Een gemeenschappelijke taal is het fundament van een goed functionerende samenleving. Streektalen, dialecten etc. zijn prima voor lokaal gebruik, maar iedereen in een land moet elkaar moeiteloos kunnen verstaan en begrijpen, zonder ondertiteling.. Een mooi voorbeeld is de smeltkroes USA: er zijn honderden dialecten, maar de taal waarmee iedere Amerikaan overal in zijn land verstaanbaar is, is het Amerikaans.
-
Sander - geplaatst op 21 februari 2012
Ik ben in 1934 geboren en heb op de HBS nog ouderwets maar gedegen onderricht gekregen.
Onze leraar Nederlands zorgde ervoor dat wij accentloos ABN leerden spreken. Naar zijn mening van belang voor de plaats in de maatschappij die wij later zouden kunnen bekleden. Ook thuis moesten wij niet proberen “plat” te praten.
Daarom begrijp ik nog altijd niet dat er zelfs ministers met een universitaire opleiding zijn die geen kans zien of geen moeite doen om accentloos te spreken. Ik heb altijd de neiging te vragen of ze niet ondertiteld kunnen worden.
Wellicht vindt men dit van mij verschrikkelijk dom gedacht. Maar ja, dan ben ik maar een kind van MIJN tijd.
Men denkt tegenwoordig zo vaak dat het al goed genoeg is als men maar begrepen wordt.
Daarom: we moeten ons inspannen voor het Standaardnederlands. -
Jaak Coudeville - geplaatst op 19 februari 2012
Ik ben het in ALLE opzichten met Geert van Istendael eens. Ik werkte en werk eraan mee om het onmisbare Standaardnederlands te propageren.
Ik heb echter het gevoel dat ik tot het verliezende ‘kamp’ behoor.
Ik wou zo graag dat ONZE TAAL zich eens duidelijk uitsprak voor van Istendaels standpunt. Ik wou zo graag dat al diegenen die Nederlands onderwijzen - van de kleuterklas tot de universiteit - die inspanning leveren, die van Istendael vraagt en hetzelfde wou ik ook van media - en toneelmensen. -
Benny Snepvangers - geplaatst op 19 februari 2012
het pleidooi van de tegenstander heeft mij overtuigd van het tegendeel.
-
Herman Verschuren - geplaatst op 19 februari 2012
Mooi stuk van Geert van Istendael. Ik zie een vader voor me die zijn kind hoog boven het hoofd vooruit laat kijken, meer laat zien dat zijn kind zelf zou zien, vanaf de grond.
Leren is ook verkennen. Wie niet verder wil kijken dan zijn neus lang is, komt niet ver.
Een standaardtaal is bovendien praktisch. Accenten en enig lokaal idioom zijn geen enkel probleem, eerder kleurrijk, maar laten we elkaar tenminste goed begrijpen. De NCTE in de VS heet National Council of Teachers of English, niet National Council of Teachers of American. Duits op de Oostenrijkse tv wordt niet ondertiteld (zoals Baantjer in Vlaanderen). Zwitsers-Frans en Québécois zijn ook Frans. Zorgvuldig formuleren kan best met een West-Vlaams of Gronings accent. Op papier hoor je dat trouwens niet. Dat ik in de ene stad een patatkraam bezoek en in de andere een frietkot, dat geeft niets, die ruimte moet er zijn in een standaardtaal. -
Louise - geplaatst op 16 februari 2012
Taal is emotie en emotie is taal, dat kun je niet vastleggen in Standaardnederlands.
-
Frans - geplaatst op 08 februari 2012
Eigenlijk zou ik het stuk van Van Istendael eerst eens willen lezen. Uit zijn publicaties weet ik dat hij niet tegen dialecten is. Denkelijk richt hij zijn pijlen tegen ‘sloddeg’ Nederlands (uitspraak, grammatica, woordenschat en wellicht ook spelling) en niet tegen streektalen.
Bovendien spreken hele volkstammen geen (echt) dialect. Zij menen vaak ten onrechte menen dat ze goed Nederlands hanteren. En dat geldt echt niet alleen voor Vlamingen of ‘Randnederlanders’. Ook uit de Randstad, ja ook uit keurige buurten, komt vaak slecht Nederlands.
Dat slordige Nederlands is de laatste decennia in de media opgerukt. Niet dat vroeger iedereen beter Nederlands gebruikte, maar professionele gebruikers beheersten het beter en hechtten er meer waarde aan. Zij dienden als voorbeeld. Dat is steeds minder het geval. Als Van Istendael bedoelt dat een zorgvuldig gebruik van de Standaardtaal meer moet worden uitgedragen, dan ben ik het helemaal met hem eens. -
Janneke - geplaatst op 08 februari 2012
Is het argument van het grotere onderlinge begrip niet ook een argument om de hele wereld dan maar gewoon één taal te laten spreken? Da’s nog veel handiger! Geen woordenboeken meer nodig ook! Daar span ik me liever niet voor in.
-
Henry - geplaatst op 07 februari 2012
Wat ons allen (en ook de Vlamingen met ons) bindt is toch onze gezamenlijke taal? Er is al zoveel polarisatie en verwijdering; laten we in elk geval onze taal als iets gemeenschappelijks blijven beschouwen. En daar mag best een beetje moeite voor gedaan worden.
-
John van der Pauw - geplaatst op 07 februari 2012
Dat een Fries en een Groninger elkaar niet kunnen verstaan ( Det ken net) maakt duidelijk dat een standaardtaal hard nodig is voor begrip van en voor elkaar.
-
Rosalind Hengeveld - geplaatst op 07 februari 2012
Ik vind Standaardnederlands net zoiets als etiquette: dat je het betrekkelijke ervan inziet is zinnig, maar vormt geen vrijbrief om het aan je laars te lappen.
-
ingrid - geplaatst op 07 februari 2012
Ik vind de argumenten van de tegenstander eigenlijk argumenten voor het leren van Standaardnederlands.




