Moet het schoolvak Nederlands op de helling? Verdient onze taal wettelijke bescherming? Er zijn taalkwesties waarover heel verschillend kan worden gedacht. Taalkundige Frank Jansen behandelt maandelijks zo’n kwestie, en steekt daarbij zijn eigen mening niet onder stoelen of banken. Hij eindigt telkens met een stelling, waarop u kunt reageren.

Niet meer zeuren over Balkenendes Nederlands

Frank Jansen

Sinds Balkenendes aantreden als minister-president is er kritiek geweest op zijn taalgebruik. Een enkele keer gebeurde dat naar aanleiding van zijn geschreven taal. Zo vond René Appel in een van zijn brieven aan de koningin onder veel meer een onjuist gebruikte aanvoegende wijs moge en een omslachtige voorzetselconstructie naar aanleiding van, waar uit had volstaan.

Maar meestal ging het om Balkenendes gesproken taal, vooral zijn spreektempo. Meer dan eens sloeg hij het laatste stukje zin over om zich op de volgende zin te storten. En heel vaak kortte hij woorden in door alles voor de beklemtoonde lettergreep in te slikken: 'plemen van zielzoekers'. Ten slotte irriteerden de stereotiepe opbouw en de inhoudelijke leegheid van zijn volzinnen. Een voorbeeld ontleen ik aan de zogenoemde 'Balkenende-praatgenerator': "Als het gaat om vragen op het gebied van een daadkrachtige overheid mag nadrukkelijk worden gesteld dat de vertegenwoordigende democratie hier de verantwoordelijkheid hoort op te pakken."

Tegen die kritiek valt wel wat in te brengen. Balkenende slikt hooguit iets meer lettergrepen in dan wij allemaal doen. Wie zegt er bijvoorbeeld voluit 'op een gegeven moment'? En die stereotiepe opbouw van zinnen met een voorzin die het onderwerp benoemt ('Als het gaat om ...'), heeft die niet ook voordelen? De spreker kan nog even nadenken over wat hij eigenlijk vindt en de hoorder weet al waar het over zal gaan.

Maar belangrijker is dat het taalgebruik van de premier onmiskenbaar is vooruitgegaan. Hij praat minder snel, en maakt minder gebruik van die clichématige voorzinnen. De ideale spreker is Balkenende nog niet. Daarvoor is zijn dictie te weinig vloeiend, met te veel horten en stoten, alsof hij zich forceert. Maar misschien is dat wel Balkenendes ware stijl, een stijl die past bij het enigszins opgeschroefde vertoon van fermheid en daadkracht dat ook uit zijn lichaamshouding spreekt.

Is de verbetering te danken aan René Appel en andere critici? Ik denk het niet. Waarschijnlijk zijn we getuige van de geleidelijke aanpassingen die iedereen doormaakt die aan een nieuwe rol aan het wennen is. De critici van Balkenende recenseerden de premiers première. Wij horen nu de gerijpte versie.

Daarom luidt de stelling deze keer:

We moeten ophouden met zeuren over Balkenendes taalgebruik.


Een stemming over deze stelling onder de lezers van het tijdschrift Onze Taal en de bezoekers van deze website leverde het volgende resultaat op:

We moeten ophouden met zeuren over Balkenendes taalgebruik (514 stemmen, 60,5 procent):

We mogen best doorgaan met zeuren over Balkenendes taalgebruik (336 stemmen, 39,5 procent):

"Niet meer zeuren over Balkenendes Nederlands", was de stelling van de vorige aflevering van deze rubriek. Ik schreef die kort na de algemene beschouwingen. In dat licht is de positieve strekking van het stukje begrijpelijk. Niet alleen hield de minister-president zich politiek goed staande, ook leek hij het brabbelen achter zich te hebben gelaten. Maar het novembernummer kwam op een ongelukkig moment uit, juist toen Balkenende weer van alle kanten kritiek kreeg, en zijn verbale vermogens het ook weer moesten ontgelden. Ik verwachtte dan ook dat ik weinig medestanders zou hebben.
Zo gezien is de uitslag verrassend: een ruime meerderheid is het met de stelling eens.