Gebarentalen zijn echte beeldtalen: elk woord wordt erin uitgedrukt met bewegingen van vingers, handen, armen en gezicht. Bij concrete woorden drukken die lichaamsdelen de betekenis van het woord vaak op een rechtstreekse manier uit. Maar hoe gaat dat bij abstractere woorden? Waarom kun je je hand niet over je elleboog wrijven bij wijze van gebaar? En hoe verschillend zijn gebarentalen nu eigenlijk van gesproken talen?
Je nier aanwijzen
De abstracte iconen van de Nederlandse Gebarentaal
Onno Crasborn en Marc van Oostendorp
Hoe zeg je fietsen in de Nederlandse Gebarentaal, de taal van de doven in Nederland? Je draait je vuisten om elkaar heen alsof het trappers zijn. Hoe zeg je begrijpen? Met één hand maak je een grijpbeweging naar je hoofd. Om hart te zeggen, teken je met twee vingers een hartvormige figuur op je borst, voor nier wijs je naar je nier.
Als je maar de juiste voorbeelden neemt, zou je makkelijk kunnen geloven dat een gebarentaal niet veel meer is dan een pantomime. De vorm van veel gebarentaalwoorden lijkt rechtstreeks verband te houden met hun betekenis. Taalkundigen zeggen dat die woorden iconisch zijn: het gebaar is een afbeelding van het voorwerp of de handeling waar het naar verwijst. Lang hebben pedagogen, taalgeleerden en zelfs de doven zelf dan ook gedacht dat je met gebaren uitbeeldde wat je bedoelde. Gebarentaal was daarin heel anders dan gesproken taal, want de klank van de woorden hart en nier heeft niets te maken met de vorm van die organen of het geluid dat ze maken.
Forse tegenwind
Toch hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw bijna alle deskundigen hun mening herzien. De gebarentaal lijkt toch in wel heel veel opzichten op gesproken taal, behalve dan dat ze niet gemaakt wordt met stembanden, tong en lippen, maar met handen, bovenlichaam en gezicht, en dat ze niet beluisterd moet worden maar bekeken. Ze heeft een grammatica die even ingewikkeld is als die van het Nederlands, het Latijn of het Chinees. Ze is ook minstens even moeilijk te leren voor volwassen mensen en even makkelijk voor kinderen. En ze kan alles uitdrukken wat gesproken talen ook kunnen.
Dat laatste betekent dat je in gebarentaal niet alleen over lichaamsdelen en zichtbare activiteiten kunt praten, maar ook over postmoderne filosofie, algebraïsche meetkunde, milieuvervuiling en alle andere onderwerpen die zich niet onmiddellijk lenen voor een aflevering van het tv-spelletje Hints. De woorden die hiervoor nodig zijn, zijn in gebarentaal per definitie even abstract als in elke gesproken taal.
Zelfs de iconische gebaren voor fietsen en begrijpen moet je eerst leren als je gebarentaal wilt spreken. Je zou het begrip fietsen op allerlei manieren kunnen nabootsen. In plaats van draaibewegingen met je handen maak je trapbewegingen, of je pakt een denkbeeldig stuur vast en trekt een gezicht alsof je tegen forse wind vecht. Dat zijn allemaal wel begrijpelijke uitbeeldingen van het begrip fietsen, maar wie Nederlandse Gebarentaal wil spreken, zal moeten leren dat er maar één juist woord voor fietsen is.
Imitatie van snorharen
In de jaren zeventig hebben taalkundigen een aantal experimenten gedaan waaruit bleek dat gebaarders in hun geheugen vooral de vorm van woorden onthouden, en niet in de eerste plaats wat die vorm betekent. Ze deden dit door mensen zodanig in de war te brengen dat ze zich verspraken. Als een horende taalgebruiker zich verspreekt, zegt hij in plaats van kat bijvoorbeeld [kot] of [pat]. Hij maakt dan woorden die in klank, maar niet per se in betekenis, sterk lijken op het oorspronkelijke woord. Gebarentaalgebruikers bleken zich op dezelfde manier te verspreken.
$Het woord voor kat maak je in de Nederlandse Gebarentaal door met je duim en wijsvinger van je mondhoek naar buiten te bewegen, als een imitatie van de snorharen. Gebarentaalgebruikers die zich verspreken bij het uiten van kat maken bijvoorbeeld het gebaar voor praten (met je mond), dat je ook maakt met je duim en wijsvinger bij je mond. Ze maken níét de gebaren voor vacht of klauwen, die er heel anders uitzien, al hebben ze een betekenis die nauw verwant is aan kat. De onderzoekers concludeerden hieruit dat het gebaar voor kat in het geheugen van de gebaarder is opgeslagen als een verzameling aanwijzingen over onder andere de stand en vorm van de hand en de plaats waar deze zich moet bevinden, en niet als een imitatie van het idee kat.
Vleermuisoren
Gesproken talen hebben ook iconische woorden, al zijn het er niet veel. Het gaat om woorden als suizen, tjielpen en kukeleku. Het verschil in aantal komt doordat mensen meer gericht zijn op beelden dan op geluiden. Van heel veel zaken (lantaarnpalen, tafels, potloodslijpers) herkennen we wel een typische vorm, maar niet een typisch geluid. En min of meer abstracte ideeën kunnen veel makkelijker met het beeld van een tastbaar voorwerp worden verbonden verliefdheid zit in je hart, iets begrijpen doe je met je hoofd dan aan de klank ervan. Als mensen vleermuisoren hadden, bezaten gesproken talen misschien ook veel meer iconische woorden.
Woorden als tjielpen en kukeleku bootsen de geluiden uit de natuur op een onvolmaakte manier na. Dat valt gemakkelijk aan te tonen door ze bijvoorbeeld in het Frans te vertalen: pépier, cocorico. Die zijn ook ontstaan uit klanknabootsingen en toch klinken ze heel anders dan hun Nederlandse equivalenten. Een reden daarvoor is dat klanknabootsingen in het taalsysteem moeten passen en alleen gebruik kunnen maken van de klinkers en medeklinkers van de taal. Om dezelfde reden is trouwens een nagefloten vinkenslag, hoe nauwkeurig ook, in geen enkele gesproken taal het officiële woord voor vink.
Krabben aan je elleboog
Gebarentalen kennen soortgelijke beperkingen. Zoals niet elke willekeurige door de mens voortgebrachte klank (fluiten, met je tong tegen je wang aanschuren) onderdeel is van het klanksysteem van een taal, zo is ook niet elke lichaamsbeweging automatisch een gebaar. Zoals gesproken talen kleine, min of meer vaststaande verzamelingen van klinkers en medeklinkers hebben, zo heeft elke gebarentaal slechts een beperkte hoeveelheid gebaren. Krabben aan je elleboog is bijvoorbeeld makkelijk genoeg, maar wordt in geen enkel gebarentaalgebaar gebruikt. Datzelfde geldt voor wijzen naar een lichaamsdeel met je middelvinger, of voor het wrijven van duim tegen vingers zoals wanneer je fijne stof bevoelt. Dat zijn allemaal net zomin woorden in de gebarentaal als smakgeluiden woorden in het gesproken Nederlands.
Ook iconische gebaren moeten voldoen aan de eisen van het taalsysteem. Bovendien zijn van iconische gebaren ook lang niet alle onderdelen even betekenisrijk. Om het gebaar voor hart te maken moet je met je hand naar je borst gaan, maar voor een pantomime doet de vorm van je hand er niet zoveel toe. In de Nederlandse Gebarentaal is dat wel belangrijk. Je spreekt het woord hart alleen correct uit als je met twee wijsvingers de vorm van een hart op je borst tekent. Dat het twéé vingers moeten zijn, en dat het alleen wijsvingers mogen zijn, is volkomen willekeurig.
Uitzonderingen
Toch zijn er ook uitzonderingen op die algemene regel woorden die buiten de normale beperkingen van het taalsysteem treden. Normaal gesproken maken gebarentalen geen gebruik van de achterkant van het menselijk lichaam; gebaren worden in de ruimte vóór borst en gezicht gemaakt. Het gebaar voor nier is daar een uitzondering op, omdat je nu eenmaal naar achteren moet om dat lichaamsdeel aan te wijzen. In gesproken talen zijn er precies dat soort uitzonderingen als het gaat om klanknabootsingen: de medeklinkercombinatie tj- komt bijvoorbeeld in het Nederlands niet voor aan het begin van een woord, behalve in sommige leenwoorden en in klanknabootsingen zoals tjielpen en tjiftjaf.
Al met al verschillen gebarentalen helemaal niet zo veel van gesproken talen. Dat is ook niet zo vreemd, want alle talen zijn gemaakt door mensen met min of meer dezelfde hersenen en een soortgelijk taalgevoel. In een maatschappij als de onze, waarin gebarentaal niet meer onderdrukt wordt, krijgen doven de kans om de woordenschat eindeloos uit te breiden. Zodat ze zelfs een woord krijgen voor het begrip iconisch: je steekt je pink omhoog en beweegt hem van je oog naar voren.
Ilustraties
Klik op een afbeelding voor een vergrote versie
![]() |
![]() |
![]() |
|||
|
|
Klauwen (begin) | Klauwen (eind) | Kat (begin) | Kat (eind) | Fietsen |
![]() |
![]() |
||||
| Iconisch (begin) | Iconisch (eind) | Hart (begin) | Hart (eind) | Begrijpen (begin) | Begrijpen (eind) |












