Ook met taal kun je iemands gedrag beïnvloeden. Wie een tekst leest met veel woorden als bloemetjesjurk, rollator en vergeetachtig, blijkt daarna vanzelf wat langzamer te gaan lopen. In het meinummer van Onze Taal, dat eind deze week verschijnt, belichten Christine Swankhuisen en Bert Pol dit verschijnsel. Hier alvast een verkorte versie van hun artikel.
Taal werkt, ook ongemerkt
Hoe taalgebruik ons gedrag kan beïnvloeden
Christine Swankhuisen en Bert Pol
Wie op een warme dag buiten loopt en een afbeelding van een glas koel bier ziet, zal algauw de neiging hebben op zoek te gaan naar een terras. In zulke gevallen zijn we ons ook wel bewust van het directe verband tussen de prikkel en het effect dat die sorteert. Maar vaak hebben we helemaal niet in de gaten hoezeer ons gedrag gestuurd wordt, en ook niet hoe ver die invloed reikt. En we beseffen al helemaal niet hoeveel van dergelijke 'stimuli' er eigenlijk zijn: niet alleen beelden, maar ook klanken en geuren. En taalgebruik, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een testje van de Amerikaanse psycholoog John Bargh.
Interrumperen
Bargh bood zijn proefpersonen setjes van vier woorden aan, waarvan ze zinnen moesten maken. Bij sommigen zaten er vooral woorden tussen als assertief, onbeleefd en interrumperen, bij anderen woorden als geduld, beleefdheid en respecteren. De proefpersonen moesten zich na de test afmelden bij de proefleider, die druk in gesprek was. Tweederde van de 'assertieve' groep onderbrak de gespreksleider. Bij de 'beleefde' groep was dat slechts 16%.
Automatisch gedrag
Al tientallen jaren bestuderen psychologen de wijze waarop de houding en het gedrag van groepen mensen beïnvloed kunnen. Grofweg onderscheiden zij twee soorten gedrag: 'gepland gedrag', waarover we in meer of mindere mate nadenken (je baan opzeggen, een huis kopen), en 'automatisch gedrag', dat onbewust tot stand komt (naar het werk rijden, een sigaret opsteken). Gepland gedrag kan onder meer beïnvloed worden door argumenten (bijvoorbeeld de beslissing om het kopen van een nieuw huis uit te stellen tot de huidige woning verkocht is). Maar in 95% van de gevallen verloopt ons gedrag automatisch. Hierbij spelen argumenten geen enkele rol; aan een routinehandeling gaat geen bewust afwegingsproces vooraf. Opmerkelijk genoeg kan taal bij automatisch gedrag een belangrijke rol spelen.
Bloemetjesjurk
Dat taal van invloed is op automatisch gedrag blijkt het spectaculairst uit het onderzoek naar 'priming' - een begrip dat zich lastig laat vertalen. Bij priming wordt bepaalde informatie in het geheugen geactiveerd zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn. De kans is groot dat daardoor een bepaald gedrag wordt vertoond. John Bargh heeft hier veel onderzoek naar verricht. Hij activeerde het stereotiepe beeld van 'bejaarde' door proefpersonen zinnen te laten maken met woorden als bloemetjesjurk, rollator en vergeetachtig. Andere proefpersonen kregen dezelfde opdracht, maar met woorden die niet naar 'bejaard' verwezen (jurk, auto, vergissing). Na afloop van de test werd gemeten hoeveel tijd de proefpersonen nodig hadden om van het proeflokaal naar de lift te lopen. De 'rollatorgroep' liep beduidend langzamer. Kennelijk was bij hen met succes informatie in het hoofd geactiveerd die 'oud' in verband brengt met langzaam lopen.
Behulpzaam
Priming werkt ook buiten het psychologisch laboratorium. Dat blijkt onder meer uit een afstudeeronderzoek dat op ons initiatief is verricht bij de Universiteit Leiden. Studente Taalbeheersing Elise de Ruiter heeft een experiment uitgevoerd onder letterenstudenten. Zij maakte twee varianten van een folder over een studentenvoorziening, een neutrale en een waarin veel woorden waren verwerkt die verwijzen naar 'behulpzaam zijn'. Onder aan het papier stond het verzoek of ze per e-mail wilden laten weten welke informatie hun al bekend was. De 'behulpzame' variant leverde aanzienlijk meer reacties op.
- De volledige versie van dit artikel staat in het meinummer van Onze Taal.
- Verwijzingen naar achtergrondinformatie over dit onderwerp vindt u hier.










