In de vierde en laatste aflevering van de reeks over de witte spelling – het Witte Boekje verschijnt in augustus – komt het grootste twistpunt van de spelling sinds 1995 aan bod: de tussen-n.
De tussen-n in het Witte Boekje
De witte spelling [4]
Redactie Het Witte Boekje
Nieuwe schoenen moeten ingelopen worden. Maar als de schoenen niet goed gemaakt zijn, lukt dat niet. Zo is het ook met spellingregels. Aan nieuwe regels moet je wennen. Maar als ze slecht in elkaar zitten, valt er ook op de lange duur niets mee te beginnen. De tussen-n-regeling die in het Groene Boekje van 1995 werd gepresenteerd, was krakkemikkig. De hoofdregel leverde woorden op die tegen het taalgevoel indruisten (smartengeld, secondelang) en had ook nog eens subregels en uitzonderingsregels, waardoor velen door de bomen het bos niet meer zagen.
De taalgebruiker merkte direct dat de nieuwe schoenen niet lekker liepen. Tien jaar later zijn de meeste taalgebruikers nog steeds niet erg vertrouwd met de 'nieuwe' regeling. De spellingherziening van dit jaar, die op 1 augustus ingaat, maakt de situatie er niet beter op. Er is in de tussen-n-regeling één uitzonderingscategorie geschrapt (de paardebloem-regel), maar voor de rest is alles min of meer gelijk gebleven – ook al zijn de regels geherformuleerd in een poging recht te breien wat krom is. Dat is niet gelukt.
Vrij
De samenstellers van het Witte Boekje hebben besloten de tussen-n-regeling wel echt aan te pakken, zij het na enige aarzeling. Want ja, je krijgt toch een zekere tweespalt in spellingland. En is de taalgebruiker daarmee gediend? Maar toen uit enquêtes (zie het artikel 'Resultaten spellingenquêtes') bleek dat veel mensen de Taalunieregels ook na tien jaar nog steeds niet kunnen of willen toepassen en ook van de kant van professionele tekstschrijvers het verzoek kwam om toch vooral iets aan de starre tussen-n-regeling te doen, werd de knoop doorgehakt.
In de Nederlandse spelling komt één vergelijkbaar geval voor: de tussen-s. Die kwestie is in de officiële spelling van 1995 bevredigend opgelost door het al dan niet schrijven van de tussen-s vrij te laten: voorbehoedmiddel is goed, maar voorbehoedsmiddel ook. De taalgebruiker kan op zijn eigen gevoel afgaan. Over die regel is de afgelopen tien jaar bijzonder weinig geklaagd. In de witte spelling wordt er nu voor gekozen ook de tussen-n vrij te laten. Paardenstal is goed maar paardestal ook. Daarbij noemt het Witte Boekje wel een paar algemene principes die voortvloeien uit de intuïtie van de meeste taalgebruikers. Die zullen bijvoorbeeld kippenhok en secondenlang schrijven, omdat het eerste deel van de samenstelling direct doet denken aan een meervoud (aan meer dan één). En als een samenstelling geen letterlijke betekenis heeft, zal men geneigd zijn de tussen-n weg te laten: hanepoten ('slordig handschrift'), apekop ('kwajongen'). Dit soort principes zijn nadrukkelijk géén voorschriften. Wie kippehok schrijft, maakt volgens de witte spelling geen spelfout.
Enige oplossing
In de woordenlijst van het Witte Boekje zullen samenstellingen waarbij de tussen-n een rol kan spelen, bij het hoofdwoord worden vermeld. Een voorbeeld van wat er bij kat en bij waarde zou kunnen staan:waarde(n)…: waardebon, waardenvrij, enz. (GB: waarde…)
De (n) in de basisvorm maakt duidelijk dat de tussen-n optioneel is. Vervolgens is op grond van enkelvoud/meervoud of letterlijk/figuurlijk - maar ook rekening houdend met de gewenning aan de tussen-n – soms gekozen voor -e- en bij andere woorden voor -en-. De gegeven vormen zijn alleen als indicatie bedoeld; wie het anders wil, kan dat doen. Voor de volledigheid wordt ook vermeld wat het Groene Boekje doet.
De vrije tussen-n geldt voor samenstellingen. Bij afleidingen, en dan vooral die met de achtervoegsels -(e)lijk, -dom en -achtig (namelijk, vorstendom, lenteachtig), ligt de schrijfwijze wel min of meer vast. Bij -loos ligt dat iets anders en gaat de betekenis meespelen: grenzenloos (een grenzenloos Europa) en grenzeloos (een grenzeloos vertrouwen).
Het rigoureus overboord zetten van de officiële tussen-n-regels lijkt gewaagd. Maar bij het maken van het Witte Boekje hebben we gemerkt dat elk denkbaar streng regelsysteem op diverse punten niet aansluit bij het eigen taalgevoel en spellen daarom onnodig moeilijk maakt. Daarom hebben we het taalgevoel van de speller centraal gesteld – net als bij de tussen-s. Het is de enige oplossing die ruimte laat voor individuele voorkeuren en voor het feit dat taalgebruikers de tussen-n soms meer betekenis toekennen, en wellicht is het ook de laatste mogelijkheid om de kwestie echt op te lossen.
Voor meer informatie over de witte spelling zie het dossier spellingherziening 2005
Adviezen over specifieke tussen-n-kwesties vindt u in het adviesgedeelte van deze website.










