Vraagtekens bij theorie over oorsprong taal

20 februari 2012

Vorig jaar publiceerde de Nieuw-Zeelandse cultureel antropoloog Quentin Atkinson een theorie over de oorsprong van de taal, gebaseerd op het aantal fonemen ('klankeenheden') in talen. Het bleek dat de grootste fonemenrijkdom werd aangetroffen in talen in Zuidwest-Afrika, en dat hoe verder een taal (in geografische zin) verwijderd was van dit gebied, hoe armer die taal was aan fonemen.

Dit verschijnsel wordt ook aangetroffen in de genetische variatie van volkeren: die variatie is het grootst in Zuidwest-Afrika, waar de menselijke soort ontstaan is, en hoe verder weg een volk van dit gebied woont, hoe kleiner de genetische variatie. Atkinson concludeerde uit een en ander dat de oorsprong van de menselijke taal in Zuidwest-Afrika gevonden kon worden.

Zijn theorie wordt nu in twijfel getrokken door Michael Cysouw, een aan de universiteit van München werkzame Nederlandse taalwetenschapper. Cysouw zet vraagtekens bij de door Atkinsons gebruikte definities, verwijt hem te veel de nadruk te leggen op klinkers en klanken en te weinig op medeklinkers, en stelt dat als je de theorie toepast op andere aspecten van talen, zoals de constructie van bijzinnen en het gebruik van de lijdende vorm, de resultaten heel andere gebieden als oorsprong van de taal aanwijzen. (io9, Science News)

terug naar overzicht