Veertig jaar al werkt Wim de Bie voor de omroep, eerst voor de radio, toen voor tv en tegenwoordig voor internet. In het januarinummer (2005) een interview met hem, over het Haags, sketches schrijven, taal op internet, en het bedenken van woorden. Hier alvast een voorproefje.
"Ik praat alsof ik vijfduizend man moet toespreken"
Wim de Bie over taal
Raymond Noë en Marc van Oostendorp
Wim de Bie (1939) stort zich nog steeds enthousiast op elk nieuw medium dat hij tegenkomt. Radio, televisie, boeken, weekbladen, internet - elk heeft zijn eigen mogelijkheden, die onderzocht moeten worden. Sinds een paar jaar heeft hij een weblog - Bieslog geheten - een website waarop hij elke dag iets nieuws plaatst. Hij experimenteert er ook graag met video en audio. Zo was er tijdens de jongste Prinsjesdag een live-verslag te horen van de Troonrede, door ene Mike van der Molen - een door De Bie gespeelde entertainer en portier, die uit Schiedam komt en dat laat horen ook.
Plat-Haags
De Bie zelf is geboren in Den Haag: "Ik kom uit een ambtenarengezin, waar geen plat-Haags werd gesproken, maar naaste familie woonde in de Schilderswijk [een volkswijk - red.], dus ik heb het dialect door tantes, ooms, neven en nichten veel horen spreken. In dat keurige Haags zat overigens nog veel plat. Van mijn vader is één stukje stemgeluid bewaard gebleven. Als ik het hoor, ben ik verbaasd over de Haagse accenten die in die paar zinnen doorklinken."
Zelf klonk De Bie ook af en toe behoorlijk plat: "Om bij de radio te kunnen geraken, heb ik een speciale tweejarige opleiding gevolgd van de NRU (Nederlandse Radio Unie), waar met veel spraaklessen werd gepoogd het Haags weg te werken. Maar toen ik in 1963 een eigen programma mocht maken, vond de VARA-leiding het beter dat ik niet zelf achter de microfoon plaatsnam: te plat-Haags. En nog altijd klinkt uit mijn mond het woord terreintje, als ik mijn best niet doe, als [trèntji]."
Louche types
Als 'wraak' op het strenge uitspraakbeleid van de omroep introduceerden Van Kooten en De Bie de 'Klisjeemannetjes', die wekelijks aan het biljart een cabareteske dialoog in het plat-Haags voerden. Met die mannetjes, en later met de 'vrije jongens' F. Jacobse en Tedje van Es, lijken de twee het imago van het Haags voorgoed te hebben gevestigd. In de reclame wordt het dialect bijvoorbeeld vrijwel alleen gebruikt door louche types: "Het Haags had en heeft voor mij in de eerste plaats een associatie met 'gekankûh' - afgeven op alles en iedereen. Het plat-Haags, dat gesproken dient te worden met hangende mondhoeken en slappe onderkaak, leent zich uitstekend voor het totale afkraken ('afzèki')."
Halve zinnen
Of het nu door die spraaklessen komt of niet, De Bie is nog altijd gespitst op het taalgebruik op radio en televisie: "Als ik tv kijk, verbaas ik me er vaak over dat sommige presentatoren nauwelijks nog hun mond opendoen, dat ze hun lippen en tanden nauwelijks van elkaar krijgen. Het is een raar verschijnsel, je ziet het ook bij twintigers die met elkaar praten. Dat gaat heel snel en onduidelijk, ze maken halve zinnen die op en zo eindigen. Het is alsof ze denken: 'Kijk maar wat je ermee doet.' Zelf lijd ik aan het omgekeerde: ik overdrijf, ik praat alsof ik vijfduizend man moet toespreken.
Spreektaal schrijven
Van Kooten en De Bie schreven zelf al hun teksten voor hun uitzendingen op, en raakten op die manier bedreven in het schrijven van spreektaal. "Improviseren deden we in langere films (zoals De gebroeders Temmes in Benidorm), maar het kortebaanwerk, zoals in Keek op de Week, schreven we op de komma nauwkeurig uit. Tijdens het opnemen konden we dan precies aangeven: hier is het te lang, deze passage moet geschrapt - om dan weer een nieuwe versie op te nemen. Onze stelling luidt: televisie begint op papier (of op een leeg beeldscherm). Er wordt nu te weinig geschréven voor tv - dat kletst maar een eind weg!"Typetjes
Veel typetjes van Van Kooten en De Bie werden gekarakteriseerd door hun taalgebruik. Dat ontstond door nauwkeurig te observeren. "We hebben sinds onze eerste cabaretvoorstellingen op de middelbare school altijd gelet op hoe mensen praten." De bange gebroeders Temmes bijvoorbeeld, die hun constante paniek over de wereld uiten door elkaar steeds woordelijk te herhalen. Of hun tegenhangers, de rijke zusjes Veenendaal, die altijd bekvechten, en het stopwoord en dergelijke gebruiken. "Weet u wie dat ook gebruikt? Albert Verlinde, van RTL Boulevard. Iedere dag een paar keer."
Zelfbedachte woorden
Niet alleen schreven de programmamakers zo duizenden pagina's met spreektaal - De Bie heeft ze nog allemaal in zijn archief - maar het leidde er ook toe dat sommige speciaal bedachte woorden in het algemeen taalgebruik terechtkwamen, zoals regelneef en doemdenken. In 1999 legde de journalist Ewoud Sanders deze woorden vast in zijn boekje Jemig de pemig! Hoe is dat nou om je eigen woorden te horen opduiken in andermans conversatie? "Het klinkt pedant misschien, maar het went. Na de uitzending is het je eigen woord ook niet meer. Hoewel: in de eerste uitzending nadat we het woord doemdenken hadden geïntroduceerd, lieten we wel trots de kranten zien waarin dat woord gebruikt werd.
Alles in één
De Bie heeft voor élk medium geschreven: van radio en televisie, via langspeelplaat en scheurkalender tot en met een roman als Meneer Foppe over de rooie (die De Bie op de website van de VPRO helemaal voorleest). Inmiddels schrijft hij al drie jaar lang elke dag minstens één stukje voor zijn weblog: "Het is alles wat ik gedaan heb in één: het is mijn eigen schoolkrant, radio en tv - heel opwindend. Ik ben geen internetgoeroe, maar iedereen kan zien dat er de komende jaren veel gaat veranderen. Daar wil ik bij zijn."







