Juryrapport uitreiking Groenman-taalprijs 2001 aan Ivo de Wijs

We moesten maar beginnen bij 't begin
Als we eenmaal zijn begonnen, komen we d'r echt wel in
En achteraan beginnen heeft uiteindelijk geen zin
Dus moesten we maar beginnen bij 't begin

Dit krachtige couplet is ontleend aan het werk van de taalvirtuoos die de jury van de Groenman-taalprijs vandaag wil lauweren. Opvallend aan dit vers is niet alleen zijn ritmiek en zijn muzikale bevalligheid die je er vanzelf toe aanzetten om het ook werkelijk te gaan zingen, even opvallend is de verwondering die uit dit strofetje opklatert, want – inderdaad – "achteraan beginnen heeft uiteindelijk geen zin!" En natuurlijk is u ook het woordenspel met 'beginnen, begin, begonnen' niet ontgaan.

Misschien hebben stilistisch gevoelige zielen onder u dit schrijfsel al herkend. Ze weten dat het speelse woordkunstenaarschap in Nederland schaars is en dat het ironisch vrijblijvende maar muzikaal beklijvende vers wel van Ivo de Wijs moet zijn. En – u hebt het al begrepen – de jury heeft in het alom aanwezige taalgeweld in medialand gekozen voor een oase van ongedwongen taalgebruik.

Sinds jaar en dag timmert Ivo de Wijs aan de weg. Als geen ander heeft hij de taal kleur gegeven met de vele gedichten, dialogen, conferences en liedjes die hij met zijn eigen cabaretgroep op de planken en als presentator voor de microfoon heeft gebracht. Als tekstschrijver voor andere artiesten en de media is hij ongeëvenaard. Meer dan duizend liedteksten heeft hij geschreven voor onder anderen Youp van 't Hek, Paul de Leeuw, Doris Baaten en Kabaret Lurelei. Zijn bekendheid dankt hij zeker ook aan de serie succesvolle musicals die hij samen met componist Joop Stokkermans voor Jasperina de Jong heeft gemaakt. Wie kent niet De gekkin van de Gracht, Victoria, Lang leve de Opera of Fien?

Het is erg hard gegaan na zijn successen met het studentencabaret in Amsterdam en zijn bekroningen in België op het humorfestival van Heist. Vanaf 1980 stapte De Wijs echt het medialand binnen. In dat jaar werd hij medewerker van de VARA-radio. Eerst presenteerde hij het consumentenprogramma De Vooruitgang en vervolgens Wekkerradio. Maar het bekendst is hij als presentator en tekstschrijver van Vroege Vogels. Bijna twintig jaar groene radio heeft hij erop zitten, en Nederland kan er maar niet genoeg van krijgen. Alle registers bespeelt hij in dat programma. Hij is die aardige man met die leuke teksten; hij is die milieubewuste maatschappijcriticus; hij is de huisdichter van Vroege Vogels die de luisteraar steeds weer doet:

Ontwaken na een nacht vol dromen
En staren naar het wolkendek
Totdat de vroege vogels komen
Met een antenne in hun bek

Zondagmorgenverzen, maar niet van een zondagsdichter. De Wijs is een dichter met metier, geen leuke verzenbreier, maar een vakman die de techniek van het verzen maken grondig beheerst. In de rubriek 'Het Rijmschap', die hij in de jaren tachtig samen met H.H. Polzer (Drs. P) verzorgde voor het tijdschrift Onze Taal, schreef hij in de programmaverklaring: "Wie een vormvast gedicht wil vervaardigen, zal zich enige techniek eigen moeten maken. Die techniek wordt in Nederland vaak weggewuifd. Ik betreur dat (...). Gevoel voor precisie hoeft de eh... schoonheidsbeleving niet in de weg te staan."

Dit typeert De Wijs volledig: de zorgzame aandacht voor het vers, de aarzeling om grote woorden als schoonheidsbeleving uit de pen te laten vloeien, en de ironische afstand, terwijl het toch altijd duidelijk is waar hij staat. Het engagement ligt er nooit dik op. Hij gaat al meer dan een kwarteeuw gestadig en creatief zijn gang. Zijn poëzie is nooit gewoon, maar wel vanzelfsprekend, intrigerend, geestig en soms heel gevoelig. Hij rukt het bekende uit zijn verband, en zo ontstaat een vervreemdende tekst. De bekende oploskoffieslogan "een moment voor jezelf" wordt naar het taboeonderwerp zelfbevrediging verschoven, wat bij het publiek een beschaafd gemonkel veroorzaakt. De Wijs is nooit drammerig, en zijn humor is eerder voor de subtielen dan voor de dijenkletsers. Zo is ook zijn vers: je moet voortdurend bedacht zijn op subtiele dubbelzinnigheden, oor hebben voor het gevatte rijm, gevoel hebben voor de zachte melancholie.

Soms krijg je dat alles in één vers, zoals in het pijnlijke De snelwegkat (of is het de snel-wég-kat):

Dat is de snelwegkat, de snelwegkat
Dat is het dier waarvan het bloed over de snelweg spat

Dit vers behoeft weinig toelichting.

Eén vers, één beeld, een wereld van tragiek gevat in een woordspeling. Met een minimum aan middelen een maximum aan effect. In een mediawereld die tettert en toetert, is dit beschaafde geluid meer dan een bekroning waard.

oktober 2001. De jury: F. Abrahams, prof. dr. L. Beheydt, dr. H. Heestermans, drs. P. Smulders