Het CCC-model
In het onderzoek en het onderwijs op het gebied van de taalverzorging gaat het mijns inziens om veel meer dan het als fout bestempelen van bepaalde formuleringen. Uiteraard gaat het om goed of fout taalgebruik, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar de kwalificatie goed of fout kent zovele facetten dat er eerst een kader nodig is om zinvol te discussiëren over diverse aspecten van fout of gebrekkig taalgebruik. In zon kader moet bijvoorbeeld duidelijk worden dat een spelfout van geheel andere orde is dan een structuurfout of een feitelijke onjuistheid. Ook moet duidelijk worden hoe deze fouten zich verhouden tot bijvoorbeeld ongepast of onaantrekkelijk taalgebruik.
Graag presenteer ik hier een analysemodel waarmee beredeneerd en systematisch kan worden nagegaan of een tekst voldoet aan criteria voor goed taalgebruik. Dit analysemodel noem ik het CCC-model. Dit model is gebaseerd op het uitgangspunt dat een tekst voldoende kwaliteit heeft wanneer aan drie voorwaarden is voldaan.
De eerste voorwaarde is dat de schrijver zijn doel bereikt én tegelijkertijd voldoet aan de verwachtingen van de lezer. In deze visie op tekstkwaliteit moet er een balans, een overeenstemming, zijn tussen wat een schrijver wil en wat een lezer nodig heeft. Een tekst is dus slecht wanneer de schrijver wel heeft gezegd wat hij wil maar wanneer de lezer redelijkerwijs meer informatie had mogen verwachten. Deze balansschikking in kwaliteit wordt in dit model correspondentie genoemd, de eerste C.
De tweede voorwaarde is dat de keuzemogelijkheden voor bijvoorbeeld formuleringen bij elkaar passen. Schrijvers hebben bij het overdragen van een boodschap talrijke mogelijkheden. Ze kunnen een bepaalde tekstsoort kiezen, bijvoorbeeld een ingezonden brief of een korte notitie; ze kunnen een formele of informele stijl hanteren, en bepaalde principes gebruiken om de informatie te ordenen. Maar als ze eenmaal een keuze gemaakt hebben, dan moeten ze bij die keuze blijven. Een eenvoudig voorbeeld: wanneer ik besloten had om u met jij aan te spreken, dan kan ik niet plotseling overgaan op u. Een tekst heeft kwaliteit wanneer eenmaal gemaakte keuzes consequent worden volgehouden. Dit wordt in het model de consistentie genoemd, de tweede C.
De derde voorwaarde is dat de tekst geen taalfouten bevat. De kwaliteit van een tekst wordt negatief beïnvloed wanneer er gezondigd wordt tegen de regels van het taalsysteem. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan regels voor spelling en interpunctie, maar ook aan regels of conventies voor tekstsoorten. Zo moet een nieuwsbericht beginnen met een lead, en heeft een sollicitatiebrief een bepaalde afsluiting, enz. Ook het geven van foutieve informatie is incorrect. Een tekst moet qua inhoud en vorm correct zijn. Dit wordt in het model de correctheid genoemd, de derde C.
Met deze criteria kunnen drie soorten fouten worden onderscheiden: correspondentiefouten, consistentiefouten en correctheidsfouten. Deze fouten worden alle veroorzaakt door een gebrek aan afstemming, maar verschillen in de aspecten waartussen afstemming moet plaatsvinden. Zie het volgende schema.
De verschillen tussen de criteria
| criterium |
afstemming |
||
|
van |
op |
||
correspondentie |
schrijver |
lezer |
|
consistentie |
tekstdeel |
tekstdeel |
|
correctheid |
tekst |
feiten en taalsysteem |
|
De criteria correspondentie, consistentie en correctheid zijn van toepassing op vijf tekstniveaus. Deze niveaus worden al sinds de Klassieke Oudheid onderscheiden: teksttype, inhoud, opbouw, formulering en presentatie. De drie criteria leveren met de vijf tekstniveaus tezamen vijftien ijkpunten op, die alle aspecten bestrijken die van invloed kunnen zijn op tekstkwaliteit.
Het CCC-model voor de analyse van tekstkwaliteit
|
Correspondentie |
Consistentie |
Correctheid |
A. Teksttype |
1. geschiktheid |
2. genre-zuiverheid |
3. toepassing genreregels
|
B. Inhoud |
4. voldoende informatie |
5. overeenstemming tussen feiten |
6. juistheid van gegevens
|
C. Opbouw |
7. voldoende samenhang |
8. consequente opbouw |
9. correcte verbindingswoorden
|
D. Formulering |
10. gepaste formulering |
11. eenheid van stijl |
12. correcte zinsbouw en woordkeus
|
E. Presentatie |
13. gepaste presentatie |
14. afstemming tekst en vormgeving |
15. correcte spelling en interpunctie
|
De ordening en de plaats van een ijkpunt geeft het relatieve belang van het ijkpunt aan. Een fout volgens bijvoorbeeld ijkpunt 7 heeft doorgaans meer invloed op de tekstkwaliteit dan een fout volgens ijkpunt 15. Het model moet van links naar rechts en van boven naar beneden gelezen worden, dus in de volgorde van de nummering. Als het verkeerde teksttype is gekozen (ijkpunt 1), bijvoorbeeld een discussienota in plaats van een rondzendbrief, dan is verdere analyse niet meer relevant. Afhankelijk van het teksttype of van andere factoren kan een bepaald ijkpunt meer of minder gewicht krijgen. Zo zal in het algemeen de spelling van een tekst (ijkpunt 15) minder van invloed zijn op de kwaliteit dan de inhoud ervan (de ijkpunten 4, 5 en 6). Maar een sollicitatiebrief voor de functie van docent Nederlands kan nog zon overtuigende inhoud hebben, als er één spelfout in staat, is de kwaliteit onder de maat.
In het vervolg van mijn betoog zal ik alleen spreken over de ijkpunten 4, 7 en 10.
[Terug: Een tuin van woorden][Inhoudsopgave][Verder: Informatie in een bijsluiter]







