Streektalen
Vanaf het januari/februarinummer van 2024 duiken we in de streektalen met het team dat heeft gewerkt aan de 'Atlas van het dialect in Vlaanderen' (uit 2021, bij Lannoo) en het team dat zal gaan werken aan het Nederlandse zusje, dat in 2026 moet verschijnen. Op deze pagina staan de bronnen die voor de rubriek zijn gebruikt.
Juli/augustus 2026: Was achter de lakens
In nummer 4 van 2026 werden allemaal streektaalvarianten besproken van kledingstukken. Hier meer toelichting.
De was
waste: West-Vlaanderen
bleekweide
bleek: algemeen
bleekbilk: o.a. in Zedelgem
bleekhof: rond Hazebroek (Frans-Vlaanderen) en aan de Belgische kust
bleekmeers: Oost-Vlaanderen
bleekplein: verspreid in West-Vlaanderen
blekerij: Frans- en West-Vlaanderen
de dries: Belgisch-Limburg en Noord-Brabant
de groes: vooral in beide Limburgen
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
slabbetje
bavette: vooral in West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant, iets minder frequent in Noord-Brabant en Belgisch-Limburg
kwijlebabbe(l), kwijleslabbe, kwijllap: noorden van West-Vlaanderen
zeverlap: frequent in Vlaanderen, iets minder frequent in Noord-Brabant
zabberlapje: Limburg in de buurt van Leopoldsburg
slabberdoekje: vooral in Vlaams-Brabant
slabbe(tje): vrij algemeen in Nederland
slabber: vooral in Noord-Brabant en Nederlands-Limburg
broslap: Waasland
(hals)plagjes: omgeving Tongeren
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezen
De Tier, V. Uit de streek: kwijlebabbe
De kleerkast van toen (en nu). Over frakskes, kazakskes, loezekabaskes en andere dialectoorden voor kledij (2021) in: De Caluwe, J., De Tier, V., Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo. p. 62_65
nachtjapon
nachthemd: vooral in Nederland
nachtjak, bedjak, slaapjak: Noord-Brabant en Nederlands-Limburg
nachtjapon: algemeen in het Nederlandse taalgebied
nachtpon: Noord- en Zuid-Holland
pon: Antwerpse Kempen
slaap of nachtkleed: vooral in België
slaapkapote: West-Vlaamse kust
slaapkerel: omgeving Kortrijk
slaapkiel: zuiden van Belgisch-Limburg
slaapkleed: vooral in Vlaanderen
tabbaard, soms tawwaard: West- en Oost-Vlaanderen
robe: Antwerpen en sporadisch Noord-Brabant
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezen
De Tier, V. Uit de streek: tabberd
De Tier, V., Van Koppen, M., Ooms, M., Swanenberg, J., & De Vogelaer, G. (2021). Wie zegt wat waar? Regionale taal in Nederland en Vlaanderen. Genootschap Onze Taal/Stichting Nederlandse Dialecten.
slabbetje
(hals)plagjes: omgeving Tongeren
bavette: vooral in West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant, iets minder frequent in Noord-Brabant en Belgisch-Limburg
broslap: Waasland
kwijlebabbe(l), kwijleslabbe, kwijllap: noorden van West-Vlaanderen
slabbe(tje): vrij algemeen in Nederland
slabber: vooral in Noord-Brabant en Nederlands-Limburg
slabberdoekje: vooral in Vlaams-Brabant
zabberlapje: Limburg in de buurt van Leopoldsburg
zeverlap: frequent in Vlaanderen, iets minder frequent in Noord-Brabant
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezen
De Tier, V. Uit de streek: kwijlebabbe
De kleerkast van toen (en nu). Over frakskes, kazakskes, loezekabaskes en andere dialectoorden voor kledij (2021) in: De Caluwe, J., De Tier, V., Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo. p. 62_65
onderhemdje
hemd: verspreid, maar vooral in Antwerpen, Vlaams-Brabant en Belgisch-Limburg
kamizolleke: Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant
lijveke/lijfje: Vlaanderen, maar vooral in Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant
marcelleke: hier en daar in Oost-Vlaanderen
onderbaaitje: zuidwestelijke deel van West-Vlaanderen
onderlijfje: in heel Vlaanderen, maar minder in Belgisch-Limburg
slaaplijfje: hier en daar in de provincie Antwerpen
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezen
De kleerkast van toen (en nu). Over frakskes, kazakskes, loezekabaskes en andere dialectoorden voor kledij (2021) in: De Caluwe, J., De Tier, V., Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo. p. 62_65
onderbroek
caleçon: Antwerpen en Vlaams-Brabant
culotte: onder andere in provincie Antwerpen
onderboks: oosten van Nederland
onderbroek: algemeen
onderfuik: West-Friesland
peur: Rotterdam
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezer
De kleerkast van toen (en nu). Over frakskes, kazakskes, loezekabaskes en andere dialectoorden voor kledij (2021) in: De Caluwe, J., De Tier, V., Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo. p. 62_65
sokken
hoos: Groningen en Drenthe
voetsel: Limburg
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
schort
schort: algemeen, oorspronkelijk vooral in het westen van het taalgebied
voorschoot: Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant
scholk: in het oosten van Nederland
schoot: vooral in Groningen, Drenthe en Overijssel
schorteldoek: Overijssel
boezem: o.a. in Bost en Landen
boezelaar: in Holland en Overijssel
sloof: land van Altena
vork: Belgisch-Limburg
schottel, schotsel: zuiden van Belgisch- en Nederlands-Limburg
smul: Overflakkee
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
meer lezen
Daan, J. & G. Winnen (1954), Schort in de Nederlandse dialecten. In: Taal en Tongval, jg. 6, 37-47
De Tier, V. (2024). Een schort in de Zeeuwse dialecten. Nehalennia, 223, 18-20.
wasknijper
(was- of droog)stekken : o.a. in Noord-Brabant en Antwerpen
(was)klem, -klammer: sporadisch in Noord-Brabant en Nederlands-Limburg
(was)knijpers: algemeen, maar vooral in Nederland
(was)nijpers: sporadisch in Vlaanderen
(was)pin(netje): Gelderland, Noord-Brabant en Nederlands-Limburg
(was)spang: Belgisch-Limburg
(was)speld: vooral in West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant
(was)speter: o.a. in Rillaar, Herselt, Bouwel, Bruggeneinde
houten speld: vooral Oost-Vlaanderen
kliefje: Belgisch-Limburg
klotter: Bazel
wasspietje: Antwerpen, Vlaams-Brabant en Belgisch-Limburg
kaart
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten
Aanvullingen zijn welkom.
Juli/augustus 2025: Op kraamvisite
Nog meer woorden voor ...
Kraamvisite: op de suikerkoffie en op suikerbeschuit (Noord-Brabant/Nederlands-Limburg), op de suikeren koeken (omg. Breda), kindjeskoffie (Noord-Brabant).
Fopspeen: fopspeen (overal), foptiet en -tet (Drenthe), fokke (omg. Gent), flokker (Zeeuws-Vlaanderen), fokke (West-Vlaanderen), fopper(d) (Drenthe), tutter (Brabant/Limburg), tut(je) (verspreid in het zuidelijke deel), tuut (West- en Oost-Vlaanderen), teut (Zeeuws-Vlaanderen), fiep(je) (Noord-Brabant/Limburg), fieper (Weertland), lutte (Vlaanderen/ Noord-Brabant), luts en lots (Limburg), lokke, fokke- en lokkedijze (West-Vlaanderen), (lokke)tjoeze (Oost-Vlaanderen), zammelaar (Drenthe), zuigje (Texel), zuiger (Stellingwerven), flokker (Zeeuws-Vlaanderen), dont (Groningen), dodde (Stellingwerven/Drenthe/West-Vlaanderen), dijze (West-Vlaanderen), slunze- en voddeteute (Zeeland), fots (Limburg), kloddememme (Aalst), frutje (Nuenen), pros (Etten-Leur), mam en mem, speen (overal), foptiet en -tet (Drenthe), dramtietje (Rijssen).
Doopsuiker: doopsuiker (overal), doopmenten, kindjeskeutels, kakspekken en kakmenten (West-Vlaanderen) suikerbollen, kindjessuiker en kindjeskak (verspreid in Vlaanderen), poepsuiker, kaksuiker, kakpillen, suikerballen en suikerbezen (Oost-Vlaanderen) kakkeboontjes (Belgisch-Limburg), kakkestrontjes (omg. Ophasselt), suikerklitsen (Belgisch-Limburg)
Luiers: luier en doek (hele taalgebied), luren, luders en luwers (Zeeland en West-Vlaanderen) bunsel (West-Vlaanderen) windel (Limburg) binddoek (Drenthe) bundeldoek (omg. Zottegem) pisdoek en kakdoek (in heel Vlaanderen) schijtdoek.
Juli/augustus 2024: Naar het strand!
Bronnen en meer lezen
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten: emmer, vlieger, hark, strand, pantoffel, schelp … (de gegevens zijn per dialectgebied ook te vinden op de websites van de drie regionale woordenboeken van de Limburgse (e-wld.nl), Brabantse (e-wbd.nl) en Vlaamse (e-wvd.be) dialecten).
De woordenbanken waarin Nederlandse en Belgische lokale en regionale woordenboeken zijn samengebracht: woordenbank.be en ewnd.ivdnt.org.
Herkomst van de woorden voor kruiwagen, slippers, vlieger, ijsjes, zeefje, harkje en emmertje: etymologiebank.nl
Kaarten op de kaartenbank van het Meertens Instituut: kruiwagen, emmer, zeef, hark, vlieger, …
Mijnwoordenboek.nl: dialectwoorden voor kruiwagen, …
Blog Instituut voor de Nederlandse Taal: Uit de streek: zeesletsen, seule, plakwaaier
Benamingen voor kruiwagentje, kruiwagen, enz. op dialectloket.be
Blogs op taalverhalen.be: schurkar, kruiwagen
Stroop, J. (2016) Uit de archieven van ’t Meertensinstituut: de proefkaart hark
Naslagwerken
Debrabandere, F. (2019). De emmer in West-Vlaanderen, in Biekorf, jg. 119, 340-342
De Caluwe, J, V. De Tier, A.S. Ghyselen & R. Vandenberghe (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo.
De Tier, V. e.a (2021). Wie zegt wat waar. Regionale taal in Nederland en Vlaanderen. Onze Taal i.s.m. Stichting Nederlandse Dialecten.
De Tier, V. (2021). Over flipflops, teensletsen en zeesletsen. In: Het grote taalmuseumvakantieboek, pp. 98-99.
De Tier, V. (2023). ‘Pas mar op dat joen buuk nie e versjchoepert’. In: Diejalektgazette Bachtn de Kuupe, jg. 18, nr. 3, pp. 7-9.
Pauwels, J., (1932). “De Hark in de Zuidnederlandsche Dialecten”, Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie 6(1), 153–166. doi: https://doi.org/10.21825/hctd.87736
Sijs, N. van der (2011). Dialectatlas van het Nederlands. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.
Swanenberg, J. (2022). Woorden voor een hark in de dialecten van Noord-Brabant: Burgerwetenschap via Facebook anno 2021. In M. van Oostendorp, & S. Wolff (Eds.), Het Dialectendoeboek: De schatkamer van 90 jaar Meertens Instituut, 152-156. Sterck en De Vreese.
Mei/juni 2024: Onkruid
Bronnen en meer lezen
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten: onkruid, distel, brandnetel, paardenbloem, regenworm, mier, mug, meikever, jeuken. De gegevens zijn per dialectgebied ook te vinden op de websites van de drie regionale woordenboeken van de Limburgse (e-wld.nl), Brabantse (e-wbd.nl) en Vlaamse (e-wvd.be) dialecten.
De woordenbanken waarin Nederlandse en Belgische lokale en regionale woordenboeken zijn samengebracht: woordenbank.be en ewnd.ivdnt.org.
Herkomst van de woorden voor onkruid en ongedierte: etymologiebank.nl.
Kaarten op de kaartenbank van het Meertens Instituut: onkruid, ongedierte, distel, paardenbloem, …
Mijnwoordenboek.nl: dialectwoorden voor onkruid, paardenbloem, …
Vragenlijstenbank Meertens Instituut: vragen over onkruid
Blog Instituut voor de Nederlandse Taal: Uit de streek: bisbabel, herderstasje, meuzie, zeikdempel, spinhoer.
Benamingen voor onkruid, enz. op dialectloket.be: onkruid, ongedierte, hooiwagen, wilde planten; regenworm, …
Blog op taalverhalen.be: mieremet, mulder, …
Naslagwerken
Blancquaert, E. ( 1929), De Nederlandsche dialectnamen van de spin, den ragebol en het spinneweb. In: Handelingen van de Commissie voor Toponymie & Dialectologie 3. blz. 209-228 (met 3 kaarten)
Blancquaert, E. en Pée, W. (en hun studenten) ( 1933), De Nederlandsche dialectnamen van de spin, den ragebol en het spinneweb. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie 7. blz. 329-43 1 (met 3 kaarten).
De Caluwe, J, V. De Tier, A.S. Ghyselen & R. Vandenberghe (2021), Atlas van het dialect in Vlaanderen. Lannoo.
De Tier, V. e.a (2021) Wie zegt wat waar. Regionale taal in Nederland en Vlaanderen. Onze Taal i.s.m. Stichting Nederlandse Dialecten.
Sijs, N. van der (2011), Dialectatlas van het Nederlands. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.
Stroop, J. (1982), ‘Twee gevallen van woordverandering’. In De Nieuwe Taalgids, blz. 135-140.
Van Keymeulen, J. (1996). ‘De benamingen voor de wesp in de Vlaamse dialecten’. In: WVD-Contact, Universiteit Gent – Vakgroep Nederlandse Taalkunde, blz. 22-25.
Van Keymeulen, J. (2007). ‘De benamingen voor de spin in de zuidelijk-Nederlandse dialecten’. In: Van Mensen en Dingen, V, 3-7, p. 175-182.
Maart/april 2024: Jullie
De kaart is gebaseerd op informatie uit de Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (MAND).
Kaarten op de kaartenbank van het Meertens Instituut: jullie, …
Naslagwerken
In de reeks Taal in stad en land te vinden op dbnl en op dialectloket.be, vind je in elk boekje een hoofdstuk over voornaamwoorden.
Januari/februari 2024: Knikkernamen
Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten: knikker, knikkerkuiltje, knikkeren, … (de gegevens zijn per dialectgebied ook te vinden op de websites van de drie regionale woordenboeken van de Limburgse (e-wld.nl), Brabantse (e-wbd.nl) en Vlaamse (e-wvd.be) dialecten).
De woordenbanken waarin Nederlandse en Belgische lokale en regionale woordenboeken zijn samengebracht: woordenbank.be en ewnd.ivdnt.org.
Herkomst van de woorden voor knikker, …: Etymologiebank.nl
Kaarten op de kaartenbank van het Meertens Instituut: knikker, knikkerkuiltje, knikkeren, …
Mijnwoordenboek.nl: dialectwoorden voor knikker, knikkeren
Vragenlijstenbank Meertens Instituut: vragen over knikker
Kaart knikker: https://www.dialectloket.be/beeld/taalkaarten/kinderspelen/
Het Zeeuwse murpel: https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/het-zeeuwse-murpel-en-varianten
Blog van Milfje: http://milfje.blogspot.com/2019/04/hoe-noem-jij-knikkers.html
Over de herkomst van het Limburgse huif, ief
Blog Meertens Instituut: https://meertens.knaw.nl/2017/04/06/vraag-van-april-2017-waarom-is-knikkeren-voor-taalkundigen-interessant/
Betekenis van stront aan de knikker: https://onzetaal.nl/schatkamer/lezen/uitdrukkingen/stront-aan-de-knikker
Woorden voor het knikkerkuiltje: https://ivdnt.org/actueel/woorden-van-de-week/uit-de-streek/merbelkute/
Naslagwerken
Coupé, G., Van Hout, R., Van Langendonck, W., & Weijnen, A. Angelus. (2004). Woordenboek van de Brabantse dialecten. 3: Algemene woordenschat. Sectie 3: Het gemeenschapsleven. 2: Feest en vermaak. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
De Caluwe, J., V. De Tier, A.-S. Ghyselen, R. Vandenberghe (2021). Atlas van het dialect in Vlaanderen. Tielt: Uitg. Lannoo N.V.
De Cock, A. & I. Teirlinck (1902) Kinderspel en kinderlust in Zuid-Nederland. Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. Gent A. Siffer
De Pauw, T., Lefebvre, M., & Van Keymeulen, J. (2008). Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, Algemene woordenschat, Aflevering 6: School en kinderspelen. Gent: Academia Press
De Tier, V. (Ed.). (2005). Koekoek Schietebroek. Kinderspelen in Zeeland. Biervliet: Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek.
De Tier, V., Keulen, R., & Swanenberg, J. (Eds.). (2007). Het dialectenboek 9: dialect in het spel. Stichting Nederlandse Dialecten.
Gaspar, R. (1934). ‘Onze jongensspelen in West-Brabant’, in: Eigen volk. Algemeen Folkloristisch en Dialectisch Maandschrijft voor Groot Nederland. Jg. 6, p. 21-27
Keulen, R. (2008). Woordenboek van de Limburgse dialecten. 3: Algemene woordenschat. Sectie 3: Het gemeenschapsleven. 2: Feest en vermaak.