Print deze pagina

Aanbevelenswaardig / aanbevelingswaardig

Wat is het best: aanbevelenswaardig of aanbevelingswaardig?

Volgens Van Dale (2005) is het allebei juist; het Witte Boekje en het Groene Boekje nemen alleen aanbevelenswaardig op. Dat is de oudste vorm; het eerste deel bestaat uit het hele werkwoord aanbevelen. Aanbevelenswaardig lijkt in de praktijk het meest voor te komen, maar aanbevelingswaardig is ook mogelijk; het Woordenboek der Nederlandsche Taal noteert al in 1864 dat deze variant ook voorkomt. Er is dan ook op zichzelf geen bezwaar tegen aanbevelingswaardig: het is een goedgevormd woord, dat uit een zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord waardig bestaat.

De oudere vorm aanbevelenswaardig houdt echter kranig stand. Naast bijvoorbeeld begerenswaardig is de variant begeringswaardig zelfs niet goed mogelijk, omdat begering geen gangbaar woord is. Dat geldt ook voor beklagenswaardig, benijdenswaardig, betreurenswaardig, lezenswaardig, lovenswaardig, meldenswaardig, noemenswaardig, prijzenswaardig en wetenswaardig.

Van woorden op -waardig bestaan er ook varianten op -waard; dat geldt voor alle genoemde voorbeelden hierboven. De vorm op -waard is veelal minder gebruikelijk.

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug