Print deze pagina

Afgelasten / aflasten / aflassen

Wat is juist: 'De scheidsrechter gelastte / gelaste / lastte / laste de wedstrijd af'?

Juist is: 'De scheidsrechter gelastte de wedstrijd af.' Het hele werkwoord is afgelasten. Dit is opgebouwd uit af (dat hier het betekeniselement 'ongedaan maken' toevoegt, zoals in afbestellen en afblazen) en gelasten ('bevelen'). Afgelasten betekent dus 'door een tegenbesluit afzeggen'. De stam (het hele werkwoord min de uitgang -en) van dit werkwoord eindigt op een t. In de verleden tijd komt daar -te achter, dat levert een dubbele t op: 'Zij gelastte de wedstrijd af.'

Aflasten is geen bestaand werkwoord; de vervoeging 'aflastte' is daarom niet juist.

Aflassen wordt in de laswereld wel gebruikt in de betekenis 'de laatste laslaag aanbrengen'. In 'De lasser laste de constructie af' is laste … af wél juist met één t, omdat in het hele werkwoord aflassen geen t voorkomt.

Van Dale (2005) vermeldt aflassen overigens wel als vormvariant van afgelasten, maar geeft daarbij wel de waarschuwing "niet algemeen". Andere voorbeelden die vergelijkbaar zijn met afgelasten:

  • De rechter gelastte een onderzoek (hele werkwoord: gelasten)
  • Hij vergastte ons op een feestmaaltijd (hele werkwoord: vergasten)
  • Voorzichtig betastte hij de buil op zijn hoofd (hele werkwoord: betasten)
  • Zij beslechtte de strijd binnen de minuut (hele werkwoord: beslechten)
  • De minister belastte de secretaris-generaal met de opdracht (hele werkwoord: belasten)
  • De boer bemestte zijn akkers te vaak (hele werkwoord: bemesten)
  • De erfgenamen betwistten elkaar jarenlang de erfenis (hele werkwoord: betwisten)
  • In drie maanden verkwistten zij hun kapitaal (hele werkwoord: verkwisten)
  • Zij kwastte elke twee jaar de plinten in haar huis bij. (hele werkwoord: bijkwasten)
  • In haar eerste speech kaartte zij meteen gevoelige punten aan. (hele werkwoord: aankaarten)

Pas op als het voltooid deelwoord van dit soort werkwoorden als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. In dat geval komt er namelijk maar één t: de afgelaste wedstrijd, het gelaste onderzoek, de betaste buil, de beslechte strijd, de zwaarbelaste medewerker, de bemeste akkers, de betwiste erfenis, het verkwiste kapitaal, de aangekaarte punten.

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug