Dankjewel, dankuwel / dank je wel, dank u wel
'Dankjewel voor je inzet' en 'Dank je wel voor je inzet' zijn allebei mogelijk. Wie dankjewel hier aaneenschrijft, ziet het als een tussenwerpsel dat samengesmolten is tot één geheel; de betekenissen van de drie woorden dank, je en wel zijn helemaal opgegaan in het geheel. Wie 'Dank je wel voor je inzet' schrijft, ziet dank je wel nog steeds een beetje als een zinnetje: '(ik) dank je wel'. Beide schrijfwijzen zijn heel gewoon. De redactie van ons tijdschrift Onze Taal houdt het op 'Dank je wel voor je inzet'. Dank je wel wordt dan hetzelfde behandeld als dank je zeer en dank je hartelijk – combinaties die ook los worden geschreven.
Voor 'Dankuwel voor uw inzet' en 'Dank u wel voor uw inzet' geldt hetzelfde: het is allebei mogelijk. In Onze Taal wordt voor 'Dank u wel/zeer/hartelijk voor uw inzet' (in losse woorden) gekozen.
Volgens het officiële Groene Boekje (2005) moet het tussenwerpsel dankjewel echter aaneengeschreven worden. Daar is op zichzelf niets op tegen; het komt vaker voor dat zinnetjes en woordgroepen samensmelten tot woorden als de betekenis van de afzonderlijke woorden geheel op de achtergrond is geraakt. Denk maar aan alsjeblieft en alstublieft ('als 't je/u belieft'), ammenooitniet, asjemenou, bovendien, daarenboven, dankzij, desondanks, enzovoort, godbetert, godbewaarme, niettemin, nondeju, vaarwel en weliswaar.
Dankuwel en dankjewel komen ook voor als zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld in 'Na een hartelijk dankjewel namen we afscheid' en 'Een glimlach en een dankuwel doen meestal wonderen.' Als zelfstandig naamwoord worden dankjewel en dankuwel aaneengeschreven; vreemd genoeg vermeldt het Groene Boekje dit niet, maar Van Dale (2005), dat een Taalunie-keurmerk heeft, wel. Overigens vermeldt Van Dale bij het trefwoord danken de tussenwerpsels dank u wel en dank je wel in losse woorden; dat is dus in tegenspraak met het Groene Boekje.




