Het idee: ‘mening’, ‘plan’

Het idee betekent onder andere ‘opvatting, mening’ en ‘gedachte, inval, plan’. Deze betekenissen heeft idee in de praktijk meestal. Voorbeelden:

  • Het was een goed idee om dit jaar naar Denemarken te gaan.
  • Dat idee van haar is briljant.
  • Naar mijn idee gaat het best goed.
  • Het idee achter de WIA is dat iedereen kan werken.

De idee: ‘filosofisch inzicht’

De idee komt vooral voor in filosofische, sociologische of godsdienstige teksten. De idee betekent dan ‘aanname of uitgangspunt waarop je een gedachtegang baseert’, of ‘perfecte, ideale vorm van iets, die je in de werkelijkheid nooit zult tegenkomen’, of ook wel ‘filosofisch principe’. Voorbeelden:

  • De idee van God als Schepper is al eeuwenoud.
  • De filosoof Kant heeft de idee uitgewerkt dat subjectiviteit de basis is van objectieve kennis.
  • Wat blijft er over van de idee van de maakbare samenleving?
  • Ik ben een aanhanger van de idee dat dé werkelijkheid niet bestaat.
  • De idee van een volmaakte cirkel kan zelfs door de meest geavanceerde machine niet gerealiseerd worden.
  • De idee van een goddelijk ‘moreel eindoordeel’ over de levenswandel van een overledene, is wijdverbreid.

Overigens kun je ook het idee gebruiken als filosofisch begrip. Dan maak je het vooral iets minder verheven.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!