Print deze pagina

De kogel is door de kerk

Waar komt de uitdrukking 'De kogel is door de kerk' vandaan?

De kogel is door de kerk wordt gezegd als er (meestal na lang overleg) een beslissing is genomen over iets. Waar deze uitdrukking vandaan komt, is niet met zekerheid te zeggen.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) geeft de volgende verklaring: "In vroeger tijd werden in gevechten de kerkgebouwen uit respect ontzien. Als de vijand zich niet aan deze ongeschreven regel stoorde en zijn kogels ook door de kerk schoot, dan betekende het dat het ergst denkbare was gebeurd." Daaraan wordt nog een voorbeeld toegevoegd: "Een beroemd exemplaar is de kanonskogel die de Spanjaarden tijdens het beleg van Haarlem in 1573 dwars door de Sint-Bavokerk schoten. Volgens de overlevering was de kogel bedoeld om de predikant – een afvallige – van de kansel af te schieten. De predikant bleef ongedeerd en de kogel kwam in een binnenmuur van de kerk terecht. De kogel is daar nog altijd te bezichtigen en werd onlangs gerestaureerd."

De eerste vermelding van de uitdrukking 'De kogel is door de kerk' is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (deel VII,II uit 1941) te vinden in het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman (De oorsprong en uitlegging van dagelijks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden uit 1726-1727). De uitdrukking gaat dus ten minste terug tot de achttiende eeuw.

De verklaring die het Groot Uitdrukkingenwoordenboek geeft, vinden we ook bij Tuinman terug: "Hierom plegen de kerken in belegeringen en verwoestingen verschoont te worden. Is dan de kerk zelf aangetast en doorschoten, 't is een blyk, dat men door geen ontzag wordt afgeschrikt, en nu alles durft ondernemen. Die het heilige niet spaart, en de vreeze daar voor afgelegt heeft, zal dan het ongewyde nog minder verschoonen. Dit wordt toegepast op zulke, die door eenige stoute daad zich ontdekt, en het wederhoudend ontzag afgeworpen hebben, om dus voort te gaan" (geciteerd naar F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, 1943).

Volgens F.A. Stoett, schrijver van hét standaardwerk over Nederlandse spreekwoorden, is deze verklaring van Tuinman zonder nader bewijs echter niet aan te nemen. Volgens hem staat de kerk er alleen voor de alliteratie (op grond van de beginletter k). De verklaring die hierboven staat, is dus wel mooi, maar misschien niet helemaal waar.

Trefwoorden

terug