De pijp aan Maarten geven
De herkomst van deze zegswijze, die 'sterven, het opgeven, het bijltje erbij neergooien' betekent, is helaas niet bekend. De uitdrukking komt al lange tijd voor; het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel IX, 1913) vermeldt haar al.
In het Wielerwoordenboek van Marc de Coster (1989) staat: "de pijp aan Maarten geven: opgeven in een wedstrijd, uitvallen, in de bezemwagen worden opgenomen. In Vlaanderen een algemeen bekende uitdrukking voor opgeven, sterven. In Nederland voorlopig nog beperkt tot het vakjargon van wielrenners. Wielercommentator Barend Barendse maakte deze uitdrukking in de jaren zestig populair bij het grote publiek. Over de herkomst tasten lexicografen nog in het duister. Wellicht heeft het te maken met 'het niet overleven van de maand maart'." Ook het woordenboek van Verschueren (1996) oppert deze verklaring, maar wel met de aanduiding 'misschien'.
Een andere verklaring die wordt genoemd, is dat de pijp aan Maarten geven teruggaat op een Duitse traditie, die onder meer ook in (Nederlands) Limburg bekend is. Met Sint-Maarten – en in Limburg op 5 december – wordt er een Sint-Maartenpop gebakken, waar een pijp in wordt gestoken ('aan Maarten gegeven'). Die pijp zou oorspronkelijk een bisschopsstaf zijn geweest. Het verband met de betekenis 'sterven, opgeven' is hierbij echter onduidelijk.
Ten slotte geeft Maarten van Nierop in zijn boek De taal waarmee wij leven (1962) enkele mogelijke herkomsten. De uitdrukking zou verband kunnen houden met:
- het feit dat in maart veel oude mensen zouden sterven;
- het feit dat maart de vastenmaand is, waarin vroeger ook niet gerookt werd;
- de 'pijpers' (= blazers) op een bruiloft die hun pijp (= muziekinstrument) aan de 'maarte' (= dienstmeid) geven om zichzelf vervolgens ook in het feestgedruis te storten.
Maar dit zijn allemaal slechts veronderstellingen.
Taalkundige Jan Stroop denkt dat de Maarten in deze uitdrukking Maarten Luther kan zijn. Pijp zou dan een verbastering van pij zijn. Maarten Luther hing zijn (katholieke) pij immers aan de wilgen. Het is mogelijk dat je pij aan Maarten geven ging betekenen: 'het katholieke geloof afzweren', en later nog algemener: 'ergens mee stoppen'.




