De straat inrijden / in rijden
In rijden kan hier het best los worden geschreven.
Of combinaties van een voorzetsel (in, over, aan, uit) en een werkwoord één woord vormen, hangt af van de betekenis. Als er een richting bedoeld is (de straat uit, het plein over, de straat in rijden), staat het voorzetsel los van het werkwoord. In veel andere gevallen vormen het voorzetsel en het werkwoord vaak één woord. Inrijden kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een nieuwe auto; de betekenis is 'beginnen te gebruiken'.
Het bestaan van zo'n 'eigen' betekenis is een belangrijke aanwijzing dat het voorzetsel aan het werkwoord vast moet worden geschreven. Of die eigen betekenis bestaat, kan vaak het best worden opgezocht in een woordenboek. Daarbij moet wel bedacht worden dat die hun eigen normen hanteren. Van Dale (2005) geeft bijvoorbeeld de garage inrijden en het bos inrijden, waar wij de garage in rijden en het bos in rijden zouden schrijven. In de praktijk is het verschil tussen beide schrijfwijzen klein.
Verwante adviezen
- Achterin / achter in
- Binnenkomen / binnen komen
- Eropaf komen / erop afkomen / erop af komen
- We gaan erop uit / We gaan eropuit
- Er van uit gaan / ervan uitgaan / er vanuit gaan
- Rechtsaf slaan / rechts afslaan
- Vlakbij / vlak bij
- Zich ervanaf maken / zich ervan afmaken




