Print deze pagina

Door de wol geverfd

Waar komt de zegswijze door de wol geverfd zijn vandaan?

Door de wol geverfd zijn betekent tegenwoordig meestal 'zeer ervaren zijn'. Van Dale (2005) vermeldt ook nog de betekenis 'in hoge mate onbeschaamd, brutaal, doortrapt'.

F.A. Stoett vermeldt in de wol geverfd zijn, met de betekenis "van iets goed op de hoogte zijn, meestal in ongunstigen zin; doortrapt zijn, onbeschaamd zijn". Met in de wol verven werd bedoeld 'de wol verven zoals het van het schaap kwam' (dus in de 'toestand' van onbewerkte wol). In de zegswijze in de wol geverfd zijn werd er dus op gezinspeeld dat je van iets doortrokken bent (veel van iets afweet) zoals de wol doortrokken raakt van de verf als het een verfbad krijgt.

Volgens Stoett is de kleur van de wol "standvastiger" als het eerst wordt geverfd voordat het wordt verwerkt tot garen of een kledingstuk. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) voegt daar nog aan toe dat iets in de wol verven de meeste verf kostte en daardoor het duurst was. In de wol geverfde stoffen waren dan ook waardevoller dan op andere manieren geverfde stoffen.

De zegswijze in de wol geverfd zijn komt sinds de zestiende eeuw voor; de variant die we nu nog kennen (door de wol geverfd zijn) dateert volgens Stoett uit de achttiende eeuw. Misschien is dit een samensmelting van in de wol geverfd zijn en doortrokken zijn van iets.

Trefwoorden

terug