Print deze pagina

Zeperd

Waar komt de uitdrukking een zeperd vandaan?

Een zeperd (ook wel een zeper) komt in combinatie met verschillende werkwoorden voor. De betekenis is altijd negatief. Van Dale (2005) vermeldt iemand een zeperd geven ('financieel bedriegen, een loer draaien', 'een sneer geven', 'een pak slaag geven'); een zeperd laaien, krijgen ('financieel bedrogen worden, een strop hebben, bedonderd worden') en een zeperd over de vloer maken ('vallen'). Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale voegt daar een zeperd halen ('falen, verliezen') aan toe.

Het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) geeft als mogelijke herkomst van zeperd het Jiddische zeibel of seibel. Dit woord gaat weer terug op het Hebreeuwse zebhel, dat 'mest, drek' betekent. Maar het Groot Uitdrukkingenwoordenboek vermoedt een verband met inzepen, dat in figuurlijke zin staat voor 'afstraffen, een nederlaag laten lijden'. Het is mogelijk dat het Nederlandse inzepen ten onrechte in verband is gebracht met het Jiddische zeibel; dan zou zeperd een voorbeeld zijn van volksetymologie.

Trefwoorden

terug