Een zware dobber aan iets hebben
Een zware dobber aan iets hebben betekent 'het moeilijk hebben met iets (bijvoorbeeld een opdracht, een wedstrijd, een examen) of iemand'. Ook de variant een harde dobber aan iets hebben komt voor.
Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt: "Op het eerste gezicht lijkt de uitdrukking ontleend te zijn aan het vissersberoep, maar schijn bedriegt. In de 17e eeuw was het niet dobber maar dobbel, en de oorsprong ligt dus bij het dobbelspel: een qua (= kwade) dobbel hebben betekende eigenlijk: veel kans hebben het dobbelspel te verliezen." Dobbel betekent hier dus 'het dobbelen, dobbelspel, worp bij het dobbelen'.
Van Dale vermeldde in de vierde druk, uit 1898, voor het eerst naast een harde dobbel ook een harde dobber. F.A. Stoett schreef in 1923 nog dat die variant "in de Zaanstreek en elders" voorkwam; kennelijk beschouwde hij een harde dobber niet als standaardtaal. Stoett heeft wel een vermoeden waar die variant vandaan is gekomen: volgens hem kan "aan een schip (...) gedacht worden, dat in den storm op de baren dobbert."
In de recentste Van Dale (uitgebracht in 2005) staan nog steeds beide varianten vermeld. In het dagelijkse taalgebruik is een zware/harde dobbel zo goed als uitgestorven.




