Print deze pagina

Ergens geen jota van snappen

Waar komt ergens geen jota van snappen vandaan?

Wie ergens geen jota van snapt, begrijpt er helemaal niets van.

Deze uitdrukking heeft een bijbelse achtergrond. In het evangelie van Matteüs (5:17-18) staat:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.

De tittel is een streepje boven een Hebreeuwse letter en met de jota wordt hier de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet (de jod) bedoeld.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat ergens geen jota van snappen een verkorting is van ergens geen tittel of jota van snappen. Ook F.A. Stoett lijkt deze mening toegedaan. Maar volgens de grote Van Dale (2005) is jota in ergens geen jota van snappen geen Hebreeuwse letter, maar de Griekse letter i, de kleinste letter van het Griekse alfabet. Voor de betekenis maakt dit echter niet uit: geen jota en geen tittel of jota betekenen allebei 'helemaal niets'. Vroeger werd ook geen tittel weleens in z'n eentje in deze betekenis gebruikt.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt nog meer uitdrukkingen met tittel en jota. Zo betekende tot een tittel 'tot de geringste bijzonderheid toe'. En wie iets tot een jota (toe) kende, kende iets 'tot op de laatste kleinigheid, tot in de geringste bijzonderheid'. Deze uitdrukkingen komen tegenwoordig niet meer voor.

Trefwoorden

terug