Goed in de slappe was zitten
In de slappe was zitten betekent 'veel geld hebben'. Het oudste naslagwerk dat de zegswijze (als goed in de was zitten) vermeldt, is Woordenschat van De Beer en Laurillard, uit 1899. Daarin worden twee verklaringen gegeven. De eerste is dat het gaat om een schrijnwerkersterm (schrijnwerkers maken houten meubels), waarbij de was 'boenwas' is, waarmee de meubels behandeld worden.
De tweede uitleg die we in Woordenschat vinden, is dat de zegswijze teruggaat op een soldaat die ten tijde van de Belgische onafhankelijkheidsoorlog (1830-1839) zijn tas bijzonder schoon hield met 'slappe was'. Stoett houdt in zijn boek Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1902) een wat algemenere herkomst aan; hij vermeldt dat slappe, zwarte was in het leger gebruikt wordt om leer te onderhouden. Het verband met de huidige betekenis is in geen van deze verklaringen duidelijk.
Elders in Woordenschat, en in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), vinden we nog ook de (inmiddels verouderde) uitdrukking in de (slappe) was zetten voor 'iets zwart maken'. Deze uitdrukking werd eind negentiende eeuw gebruikt als men het over snorren had die kunstmatig zwart werden gemaakt. Volgens het WNT kon deze uitdrukking ook 'van ruime financiële middelen voorzien' betekenen. Misschien zit hier de verklaring voor goed in de (slappe) was zitten. Deze zegswijze zou voort kunnen komen uit het verzorgende aspect van het in de was zetten, en het verrijkende effect daarvan (het glanzen van de meubels of het leer).
Slappe was treffen we tegenwoordig ook los aan, in de betekenis '(papier)geld'.




