Hem / em / ‘m smeren
Wat is juist: ik smeer hem, ik smeer 'em of ik smeer 'm?
Ik smeer 'm is het gewoonst.
De meeste woordenboeken vermelden de combinatie 'm smeren. Van Dale (2005) vermeldt de volle vorm hem in hem smeren ('maken dat men wegkomt'), maar de voorbeeldzin is nou, ik smeer 'm maar.
Verkorte vormen van persoonlijke voornaamwoorden worden zo kort mogelijk weergegeven: 'k, 'm, 't. Dat doet de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) ook. Een paar voorbeelden:
- Daar zit 'm de kneep.
- Zoek je Piet? Dat is 'm.
- Hij gaf 'r een kus.
- 'k Weet 't niet.




