Het loodje leggen
Het loodje leggen betekent 'doodgaan', 'opgeheven worden', 'failliet gaan', enz.
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) heeft loodje hier waarschijnlijk betrekking op loden plaatjes die in vroeger eeuwen als kwitantie dienden. Wanneer iemand bijvoorbeeld een plaats in de schouwburg had gereserveerd, kreeg hij zo'n plaatje als bewijs van betaling. Als hij dit loodje later liet zien, kreeg hij in ruil daarvoor het toegangsbewijs. Het loodje leggen betekende dus zoveel als 'bewijzen dat je betaald hebt'. Via de tussenstap '(moeten) betalen' heeft dit kennelijk de betekenis 'moeten boeten, aan het kortste eind trekken' opgeleverd (mogelijk met bijgedachte aan de uitdrukking het gelag betalen). Hieruit ontwikkelden zich ten slotte nog negatievere betekenissen als 'een nederlaag lijden', 'doodgaan' en 'opgeheven worden'.
F.A. Stoett en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermelden een iets andere variant: het loodje moeten leggen. Volgens het WNT betekende de zegswijze het loodje moeten leggen oorspronkelijk 'de schade moeten lijden, aan het kortste eind trekken'.
Er circuleert nog een verklaring van de herkomst van het loodje leggen, die niet in de naslagwerken wordt genoemd, maar wel onder andere op de Teleac-website 20 eeuwen Nederland. Volgens deze verklaring kregen in vroeger tijden (arme) mensen die ziek werden van het stadsbestuur een loodje (een loden plaatje), waarmee ze zich konden melden bij een gasthuis/ziekenhuis. De kans dat de zieke snel zou overlijden nadat hij zich met dit loodje gemeld had, was destijds groot. Daarom ging het loodje leggen 'sterven' betekenen.
In België komt de duimen leggen voor, dat hetzelfde betekent als het loodje leggen. Het is een letterlijke vertaling van het Franse mettre les pouces.




