Plat-New Yorks / plat-New Yorks / plat New Yorks
Het Witte Boekje (2006) kiest voor plat New Yorks; het ziet New Yorks als de naam voor de taalvariant, en plat staat daar als bijvoeglijk naamwoord los voor (vergelijk plat Haags en plat Brabants). De spatie van de eigennaam New York blijft staan in New Yorks. Plat is wat z'n functie betreft vergelijkbaar met authentiek en onvervalst; het is ook authentiek New Yorks en onvervalst New Yorks. Anders is dat bij Platduits: dat is een echte taalvariëteit (naast Hoogduits). Daarom worden deze woorden wel aaneengeschreven; talen en taalvariëteiten krijgen altijd een hoofdletter.
Volgens het Groene Boekje (2005) is Plat-New Yorks juist. In de regels voor in het Groene Boekje staat: "Na een element als Standaard, Middel-, Oud-, Nieuw-, Hoog- en Plat- vervalt de hoofdletter in de taalnaam. We gebruiken geen koppelteken, behalve als het element dat volgt ook al een koppelteken of een spatie heeft." Als voorbeelden worden Oud-West-Vlaams en Plat-New Yorks gegeven.
Van Dale (2005) vermeldt Platamsterdams; het Witte Boekje geeft plat Amsterdams. Van Dale ziet Platamsterdams als een echte variëteit; het Witte Boekje als een manier om Amsterdams te praten. Bij vulgair Latijn, klassiek Arabisch en modern Hebreeuws verschillen het Witte en het Groene Boekje niet: volgens beide boekjes komen vulgair, klassiek en modern los voor de taalnaam te staan, met kleine letter. Het is trouwens gebruikelijk om in bijvoorbeeld het modern-Hebreeuwse alfabet en een middeleeuws-Latijns handschrift wel een koppelteken te plaatsen om de eenheid van de taalvariant te benadrukken.
Let op een verschilletje tussen bijvoorbeeld het Oudfrans (de taal) en oud-Frans (zoals in een oud-Frans recept), en Oudhollands (de taal) en oud-Hollands (oud-Hollandse poffertjes).




