Print deze pagina

Aanbelanden: in Amsterdam aanbeland

Is aanbeland juist in de zin 'Ik ben in Amsterdam aanbeland'?

Ja. Er wordt wel gedacht dat aanbeland een contaminatie (verhaspeling) is van aankomen en belanden, maar geen enkel naslagwerk heeft het ooit zo genoemd. Aanbelanden betekent 'ergens (bij toeval en/of na nogal wat omzwervingen) aankomen om daar te blijven'. Ook belanden betekent overigens 'ergens (min of meer onverwacht) terechtkomen'. Een paar voorbeeldzinnen met beide werkwoorden:

  • Al tijdens haar middelbareschooltijd in de jaren negentig neemt ze acteerlessen, waarna ze al snel in een soapserie belandt.
  • In het boek Kruistocht in spijkerbroek belandt een jongen via een teletijdmachine in de dertiende eeuw.
  • In deze tentoonstelling beland je via 17e-eeuwse kluchten en 19e-eeuwse brievenromans uiteindelijk aan bij de literatuur van de 21ste eeuw. 
  • Na uren lopen bleek dat we weer bij het beginpunt waren aanbeland.

Het werkwoord aanbelanden lijkt voor het eerst in geschreven Nederlands voor te komen in de Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de gevolgen der opvoeding van Betje Wolff en Aagje Deken, uit 1796. Daarna komt het ook in kranten met enige regelmaat voor. In woordenboeken staat het woord pas een eeuw later, namelijk in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), dat in 1864 meldt dat het een samenstelling is van aan en belanden. Van Dale vermeldt het woord sinds 1872, zonder enige op- of aanmerking.

Opvallend is overigens dat in het Supplement Deel 1 van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, uit 1956, bij aanbelanden staat: "Niet meer in gebruik", terwijl het woord in de edities van Van Dale uit 1950 en 1961 wél is opgenomen. Aanbelanden komt nog steeds met enige regelmaat voor.

Externe links

Trefwoorden

terug