In / op de bres staan / springen
In de bres springen ('iemand te hulp komen, iets/iemand steunen') is de gebruikelijkste vorm, maar op de bres springen bestaat ook. En in plaats van springen is ook het werkwoord staan mogelijk.
Verschillende naslagwerken, waaronder de grote Van Dale (2005), het Witte Woordenboek (2006) en Prisma Voorzetsels (1999), maken het volgende onderscheid: in de bres springen en op de bres staan. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) en Het groene woordenboek (2002) vermelden ook in de bres staan. En het Groot Uitdrukkingenwoordenboek (2006) van Van Dale geeft een voorbeeld waarin op de bres springen wordt gebruikt. Zowel de varianten met staan als die met springen betekenen '(iemand) helpen, (iemand/iets) verdedigen'. Op/in de bres springen komt acuter en actiever over en wijst eerder op het concreet helpen van iemand; op/in de bres staan heeft het betekeniselement 'klaarstaan, bereid zijn (om iemand te helpen)' in zich.
Een paar voorbeelden:
- Jeannine sprong in de bres toen haar buren tegelijk longontsteking hadden.
- Hij staat altijd op de bres voor een rechtvaardiger wereld.
- Ze zijn nooit te beroerd om in de bres te staan voor minderbedeelden.
Een bres is overigens een gat dat in een verdedigingsmuur is geslagen of geschoten. Wie daarin sprong (of ging staan), probeerde anderen te verdedigen.




