Print deze pagina

Joost mag het weten

Waar komt de uitdrukking 'Joost mag het weten' vandaan?

Als je iets niet weet, kun je zeggen: 'Joost mag het weten.' Joost is in deze uitdrukking niet de persoonsnaam Joost, maar een benaming voor de duivel. Deze benaming gaat terug op het Javaanse woord joos, zo vermelden het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). Dit joos was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Het "door de Hollanders op Java gehoorde joos (waarvan zij joosje en joost maakten)" – aldus het WNT – is een verkorting van dejos, dat is ontleend aan het Portugese deus 'god'. Later werd joos in verband gebracht met de al bestaande voornaam Joost. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) ziet deze ontwikkeling, maar houdt daarnaast de mogelijkheid open dat Joost tóch oorspronkelijk de gewone eigennaam is.

Maar hoe kan een aanduiding voor een Chinese godheid de betekenis 'duivel' hebben gekregen? Volgens het WNT werd joos/Joost al lange tijd gebruikt om andere "heidensche godheden of afgodsbeelden" mee aan te duiden; weer later kreeg het de betekenis 'duivel'. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek voegt hier nog aan toe: "De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis 'duivel'."

Trefwoorden

terug