Lou loene
Lou loene wordt meestal gebruikt om aan te geven dat iets verkeerd liep of tevergeefs werd gedaan. Bijvoorbeeld in een zin als: 'Ik ging nog even de stad in om laarzen te kopen, maar lou loene, het was veel te druk.'
Van Dale (2005) vermeldt dat lou(w) loene tussen 1901 en 1925 in gebruik kwam. Het is Jiddisch; het gaat terug op het Hebreeuwse lo lanu ('niet aan ons'), het begin van psalm 115 ("Niet ons, HEER, niet ons / geef uw naam alle eer / om uw liefde, uw trouw").
Marc De Coster vermeldt het gezegde in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002). Lou werd volgens hem door niet-Joden geïnterpreteerd als 'lauw', vandaar dat ook de spelling lauw loene weleens voorkomt.
De Coster geeft als variant lauw poepelemijne. Deze variant komt bijvoorbeeld voor in een boek van Albert Mol: "Ik ben op 'n goeie middag aan 't scharrelen in de Vroom en Dreesmann, want ik denk: nou mot ik 's kijken of mijn hetzelfde gebeurt als haar van boven. En ik de Vroom en Dreesmann in, maar lauw poepelemijne hoor" (uit Haar van boven, 1988).
In De geheimtalen van J.G.M. Moorman staan nog meer gezegden en zegswijzen met lou, waaronder: louwpoekelen/louwsmoezen ('niets zeggen voor de rechter'), van lau weten ('van niets weten'), laumalochener ('paard dat niet trekken wil') en lau saai op de teps ('kaal hoofd').




