Print deze pagina

Luistervinkje spelen

Waar komt de zegswijze luistervinkje spelen vandaan?

Een luistervink is iemand die stiekem iets afluistert; luistervinkje spelen betekent dus 'afluisteren'. De luistervink komt al sinds de Middeleeuwen op schrift in het Nederlands voor. Stoett geeft in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden als betekenis: "hij of zij die gesprekken afluistert en daarvan misbruik maakt, kwaadstoker, konkelaar".

Volgens Stoett en het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is er een verband met de vink, een vogeltje dat bekendstaat om zijn scherpe gehoor. Luisteren als vinken en luisteren als een vink kwamen vroeger ook voor als zegswijzen. Het Nederlands heeft luistervink ontleend aan het Fries (lústerfink). Er bestaat ook een (verouderde) uitdrukking met luistervink: 'Liever een dief aan mijn klink dan een luistervink' ('ik heb liever dat een dief aan de deurklink morrelt dan dat er iemand aan de deur staat te luisteren').

Het woord vink wordt vaker gebruikt om personen met bijzondere eigenschappen aan te duiden (het gaat dan meestal om een spotnaam). Stoett noemt onder andere de goudvink ('iemand die rijk is'), de rietvink ('iemand met een piepende stem'), de distelvink ('iemand die gemaakt vrolijk is'), de roervink ('oproermaker') en de sletvink ('haveloze of ontuchtige vrouw'). Het Duits kent vergelijkbare (scheld)woorden, met name voor viezeriken of smeerlappen, zoals Dreckfink, Schmutzfink, Schmierfink en Mistfink (dat ook 'gemenerik' kan betekenen).

Trefwoorden

terug