Mama / mamma
Zowel mama en papa als mamma en pappa zijn goed; alle naslagwerken geven zowel de vormen met één medeklinker als die met twee. In de praktijk zijn de vormen mama en papa het gebruikelijkst.
Mama en papa zijn stamelwoordjes van kinderen: de klanken [ma] en [pa] zijn voor jonge kinderen gemakkelijk te maken. In het Latijn bestonden deze aanduidingen al voor moeder en vader. Wij hebben mam(m)a en pap(p)a echter niet uit het Latijn, maar uit het Frans geleend (maman en papa). De schrijfwijzen mama en papa sluiten hierbij aan. De meeste mensen herkennen deze woorden echter niet meer als leenwoorden, waardoor de spelling mamma en pappa kon ontstaan; deze is aangepast aan de Nederlandse uitspraak: [mamma] en [pappa]. De spelling met een dubbele medeklinker geeft aan dat in de eerste lettergreep een korte a wordt uitgesproken.
In de eerste druk van Van Dale (1872) komen mama en papa al voor; er wordt bij gezegd dat het leenwoorden zijn. Deze toevoeging is in vierde druk van 1898 verdwenen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) meldt in 1913 nog dat mama in "de hogere standen" gebruikt wordt. Mamma en pappa komen pas in 1961 in Van Dale terecht.



