Print deze pagina

Naar de / het pijpen dansen

Is de pijpen juist in: 'Hij danst altijd maar naar de pijpen van zijn moeder', of moet het het pijpen zijn?

Het is allebei mogelijk. In naar de/het pijpen van iemand dansen ('alles doen wat een ander wil') kan pijpen op twee manieren worden opgevat:

  1. Als het zelfstandig gebruikte werkwoord pijpen, een oud woord voor 'fluiten'; bij een zelfstandig gebruikt werkwoord hoort het lidwoord het.
  2. Als het meervoud van het zelfstandig naamwoord pijp, een oude benaming voor een houten of metalen fluit; hierbij hoort het lidwoord de.

Naar iemands pijpen dansen betekent letterlijk 'dansen naar de melodie die iemand op zijn fluit speelt'. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is de uitdrukking ontleend aan een verhaal uit de Bijbel. In Matteüs (11: 16-17) zegt Jezus: "Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: 'Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.'"

Veel naslagwerken gaan ervan uit dat in naar iemands pijpen dansen het werkwoord pijpen zelfstandig wordt gebruikt; het pijpen dus. Maar de zegswijze – die in de vijftiende eeuw is ontstaan – komt al vanaf het begin zowel met het pijpen als met de pijpen voor. In de oudste citaten is zelfs bijna alleen maar sprake van dansen naar de pijpen, bijvoorbeeld: "nader pipen salmen dansen" (citaat uit 1495). Pipen is hierin een derdenaamvalsvorm van het zelfstandig naamwoord pipe, een oude vorm van pijp. Overigens kwam ook soms naar iemands pijp dansen voor.

In andere talen zijn vergelijkbare zegswijzen ontstaan; meestal wordt hierin het zelfstandig naamwoord fluit/pijp gebruikt:

  • Frans: aller aux flûtes de quelqu'un, 'gaan naar de fluiten (= pijpen) van iemand'.
  • Engels: to dance to a person's pipe/piping/whistle/tune(s), 'dansen naar de pijp/het pijpen/de fluit/de melodie(ën) van iemand'.
  • Duits: nach jemandes Pfeife/Geige tanzen, 'naar iemands pijp/viool dansen'.

Volgens een artikel van de taalkundige Frans Debrabandere (Nederlands van nu, 3/1999) wijst dit erop dat dansen naar de pijpen van iemand het oudst is. Pijpen was dus de verbogen enkelvoudsvorm van pijpe. Toen deze naamvalsvorm niet meer herkend werd, werd de buigings-n door sommigen geïnterpreteerd als meervouds-n, wat tot dansen naar de pijpen leidde. Anderen zagen de buigings-n als slot-n van het zelfstandig werkwoord het pijpen, en toen werd ook dansen naar het pijpen van iemand gewoon.

In sommige adviesboeken wordt een zin als 'Hij danst altijd maar naar de pijpen van zijn moeder' afgekeurd, maar dat is onterecht. F.A. Stoett vermeldt in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden uit 1932 al: "Uit al deze voorbeelden blijkt overtuigend, dat men in pijpen evengoed het meervoud van het zelfstandig naamwoord kan zien, als de onbepaalde wijs van het werkwoord; beide opvattingen golden vroeger, en ook thans is het niet uit te maken, welke van beide bedoeld wordt, ofschoon men vrij algemeen er den infinitief in gevoelt." Van Dale (2005) vermeldt "dansen naar het pijpen van –, iemands wil in ieder opzicht volgen; (ook wel met de) dansen naar de pijpen van –". Kennelijk kwamen de redacteuren van Van Dale dansen naar het pijpen van het vaakst tegen.

Trefwoorden

terug