Niet door de beugel kunnen
'Dat kan niet door de beugel' betekent 'dat kan er niet mee door, dat mag niet, dat zijn verkeerde praktijken'.
De herkomst van deze zegswijze is enigszins onzeker. Wel zien alle spreekwoordenboeken een verband met ijzeren beugels. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt vier zegswijzen met beugel:
- 'iemand door den beugel (of: door de beugels) jagen' ('iemand plagen, dwingen tot iets onaangenaams');
- 'iets wil (niet) door den beugel' ('iets lukt niet');
- 'iets mag (niet) door den beugel' ('iets kan er (niet) mee door, iets kan (niet) geduld worden');
- 'iets kan (niet) door den beugel'.
Het WNT merkt op dat 'door de beugel kunnen' voorkomt in oude stadskeuren (gemeenteverordeningen), waarin bepalingen staan als: "Soo en moeter niemant honden houden, uutghenomen cleyne honden die door een voetyser van een zadel moghen" en "niet groter (honden) te houden, dan die doer den boghel moghen". Kennelijk mochten er vroeger binnen de stadsmuren alleen honden worden gehouden die door een ijzeren (stijg)beugel pasten – kleine honden dus. Het WNT neemt – net als de andere (spreek)woordenboeken – aan dat deze meetmethode ten oorsprong ligt aan alle genoemde zegswijzen met beugel, dus ook aan 'door de beugel kunnen'.
Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN, 2003) geeft nog een andere herkomst: de zegswijze kan ook ontleend zijn aan een spel dat bogelen of bogelslaen genoemd werd. Het EWN geeft een citaat uit 1540: "Ghy moet duer den buegele, u macht es tegen ons te clene" ('u moet (de bal) door de beugel jagen; u zult het van ons verliezen'). Als een bal ongunstig ligt ten opzichte van een beugel, kan hij daar niet in één keer door geslagen worden. Van daaruit kan 'niet door de beugel kunnen' zich als zegswijze voor 'niet ermee door kunnen' hebben ontwikkeld.
Het beugelspel wordt trouwens nog wel gespeeld, aldus de Wikipedia.




