Niet-lid / niet lid
Wat is juist: niet-lid of niet lid?
Niet-lid is juist in de betekenis 'iemand die geen lid is (bijvoorbeeld van een vereniging)'. Het is dus:
- Toegang is gratis voor leden; niet-leden betalen € 5,-.
- Elk lid mag een niet-lid introduceren.
Niet wordt in niet-lid een 'bijzondere bepaling' genoemd; het geeft een specifieke eigenschap aan, die in tegenstelling is met iets anders. Het Groene Boekje geeft een groot aantal samenstellingen met niet-, waaronder:
- niet-aanvalsverdrag
- niet-commercieel
- niet-gelovig
- niet-roker
- niet-strafbaar
Toch is niet lid niet per definitie fout. In 'Hij is niet lid van Onze Taal, maar wel van de ANWB' hoort er geen streepje na niet te staan. De keuze voor niet lid of niet-lid kan lastig zijn, zoals in 'Bent u wel lid of niet lid?' Wat ons betreft is de spatie hier juist, omdat niet vervangen kan worden door geen. Vergelijk ook de zin: 'Iemand die niet lid is, is een niet-lid.'
Verwante adviezen
- Interim-manager en interimwerk
- Meester-opzichter / meesteropzichter
- Non-stop vlucht / non-stopvlucht / nonstopvlucht
- Oudburgemeester / oud-burgemeester




