Niet voor één gat te vangen zijn
Wie niet voor één gat te vangen is is vindingrijk; hij of zij vindt voor elk probleem een oplossing.
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekende de uitdrukking oorspronkelijk 'niet gemakkelijk te vangen zijn', dus vooral 'altijd een vluchtroute of uitvlucht weten'. De positieve bijbetekenissen die niet voor één gat te vangen zijn nu heeft ('vindingrijk, nooit opgevend'), zijn later ontstaan.
De zegswijze gaat terug op het gedrag van konijnen, dassen en vossen. Zij graven holen (of burchten) met meer dan één uitgang. Je kunt ze dus niet vangen door één gat te 'bewaken'. F.A. Stoett vermeldt dat de zegswijze teruggaat op de jacht: als men een net spande voor het ene gat, dan ontsnapten de dieren door het andere.




